Biden gaat aan kop, maar kloppen de peilingen?

Amerikaanse verkiezingen Vier jaar geleden voorspelden de peilingen dat Hillary Clinton de presidentsverkiezingen zou winnen. Nu zeggen ze hetzelfde over Joe Biden. Hoe groot is de kans dat de uitslag opnieuw afwijkt?

Een stembureau in Californië. Melania Trump droeg eens een jas met de tekst: ‘I Really Don't Care Do You?’
Een stembureau in Californië. Melania Trump droeg eens een jas met de tekst: ‘I Really Don't Care Do You?’ Foto Frederic J. Brown/ AFP

De tijd dringt voor president Donald Trump. Met minder dan twee weken tot de Amerikaanse verkiezingen op 3 november gaat zijn Democratische tegenstander Joe Biden al wekenlang aan kop in de peilingen. Trump, die deze donderdagavond voor de tweede keer met Biden in debat gaat, moet de race opschudden om meer kans te maken op herverkiezing. En snel.

Volgens zijn trouwe aanhangers heeft hij wel voor hetere vuren gestaan. Ook vier jaar geleden stond Trump immers flink achter. De peilingen wezen toen op een bijna onvermijdelijke zege van zijn toenmalige tegenstander, Hillary Clinton. Op verkiezingsavond boekte Trump echter een klinkende overwinning. De peilingen zaten ernaast.

Met dat trauma in het achterhoofd durven Democraten nauwelijks te hopen dat Biden inderdaad op koers ligt om Trump te verslaan. Is het aannemelijk dat Bidens voorsprong in de peilingen wel reëel is? Of bestaat de kans dat opiniepeilers, net als in 2016, cruciale aanwijzingen missen?

Joshua Clinton, politicoloog aan Vanderbilt University in Nashville (en geen familie van), is optimistisch dat de peilingen dit jaar beter kloppen, zegt hij telefonisch. „Opiniepeilers hebben geleerd van hun fouten”, aldus Clinton, een lid van een comité van de American Association for Public Opinion Research dat na de verkiezingen van 2016 bestudeerde wat er fout ging met de prognoses.

Laagopgeleide kiezers

Een van de conclusies was dat opiniepeilers de samenstelling van het electoraat op de verkiezingsdag verkeerd hadden ingeschat - een fundamenteel element van peilingen. Op basis van de opkomst vier jaar eerder werd te weinig gewicht gegeven aan laagopgeleide kiezers. Die kwamen juist enthousiast opdagen om te stemmen op Trump. Nu wegen alle opiniepeilers hun resultaten naar opleidingsniveau, blijkt uit een rondgang van de website FiveThirtyEight. Ook letten ze erop dat kiezers buiten de steden, die meer geneigd zijn Trump te steunen maar minder goed worden bereikt door opiniepeilers, zwaar genoeg worden gewogen in hun resultaten.

Daarnaast speelde het relatief hoge aantal twijfelende kiezers een belangrijke rol in het debacle van vier jaar geleden. Toen ging de strijd tussen twee kandidaten met historisch lage populariteitscijfers. „Veel kiezers besloten pas in de laatste week op wie ze gingen stemmen, en veel van die late beslissers stemden op Trump”, zegt Clinton. Trump was de onbekendere kandidaat, die twijfelende kiezers een kans wilden geven. Nu kennen ze hem als president, en zegt slechts zo’n 6 procent nog geen keuze te hebben gemaakt. „Daarom is het moeilijk voorstelbaar dat er een soortgelijke verschuiving komt ten behoeve van Trump op het laatste moment.”

Overigens lag het probleem in 2016 volgens het onderzoek niet bij de nationale peilingen. Die voorspelden aan de vooravond van de verkiezingen dat Clinton zou winnen met 3,9 procentpunt. Uiteindelijk won ze de nationale popular vote, het totale aantal stemmen, met een marge van 2,1 procentpunt (ze behaalde 48,2 procent van de stemmen, tegenover 46,1 procent voor Trump). De nationale peilingen zaten er dus slechts 1,8 procentpunt naast – een afwijking binnen de foutmarge.

Zondag brachten Amerikanen in Phoenix, Arizona, vervroegd hun stem uit voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Foto Robyn Beck / AFP

Lees ook: Hoe beïnvloedt corona de verkiezingen en 22 andere vragen over de race naar het Witte Huis

Dat Trump toch won, heeft te maken met het feit dat het bij de presidentsverkiezingen niet draait om het landelijke aantal stemmen, maar om verkiezingen in de vijftig staten en Washington DC, die kiesmannen opleveren in het kiescollege, het Electoral College. Daar won Trump overtuigend, mede dankzij verrassende, nipte overwinningen in drie staten in de noordelijke rust belt die werden beschouwd als veilig terrein voor de Democraten: Pennsylvania, Michigan en Wisconsin.

Juist de verschuivingen in die cruciale staten hebben opiniepeilers gemist. Volgens Joshua Clinton had dat te maken met de lagere kwaliteit van peilingen op staatsniveau, die veelal worden uitgevoerd door plaatselijke organisaties met minder middelen dan grote nationale opiniepeilers. Toch worden hun resultaten als gelijkwaardig gepresenteerd. Zo dichtten peilingen in Michigan en Wisconsin Clinton ruime zeges toe – en zag ze zelfs geen reden om in Wisconsin campagne te voeren.

„De peilingen in die cruciale staten zaten ernaast”, zegt Joshua Clinton. „Zij hielden geen rekening met de verschillen in opleidingsniveaus van kiezers. Dat had grote gevolgen. Maar die fout wordt niet meer gemaakt.”

Ruime en gestage voorsprong

Het goede nieuws voor Biden is dat veel tekenen gunstiger voor hem zijn dan voor Clinton vier jaar geleden. Zo is zijn voorsprong op Trump ruimer en gestager. In 2016 raakten de lijnen van de nationale gemiddelden van de twee kandidaten elkaar een paar keer, dit jaar ligt het gemiddelde van Biden al maanden vrij constant ruim boven dat van Trump. Volgens cijfers van FiveThirtyEight kan Biden rekenen op 52,2 procent van de kiezers, tegen 41,9 procent voor Trump, een marge van ruim 10 procentpunt. Een verschil van minstens 7 procentpunt bij de verkiezingen wordt gezien als een garantie om te winnen in het Electoral College.

Bovendien staat Biden er beter voor in de battleground states, de handvol cruciale staten waar niet van tevoren vaststaat wie als winnaar uit de bus komt en die daarom bepalend zijn voor de uitslag. Zes staten worden dit jaar gezien als de belangrijkste swing states, met de grootste kans om de doorslag te geven: Florida, Pennsylvania, Michigan, Wisconsin, North Carolina en Arizona. Trump won alle zes in 2016, nu heeft Biden in de meesten een voorsprong of gaan de twee kandidaten gelijk op. Zelfs als Biden maar enkele van die staten wint, is de kans groot dat hij de grens haalt van 270 kiesmannen die nodig zijn voor de zege.

Campagnestops van Trump verraden dat de Republikeinen zich zorgen maken. Zo hield de president vorige week een rally in Iowa, een staat die hij in 2016 met 9 procentpunt verschil won maar waar hij nu gelijk opgaat met Biden. Dat geeft aan dat hij in het defensief zit. Biden gaat juist in de aanval: hij bezocht onder meer Ohio, een staat die neigt naar de Republikeinen maar waar hij kans denkt te maken op een doorbraak.

Ruime voorsprong onder vrouwen

Daarbij helpt het dat Biden het bij veel groepen beter lijkt te doen dan Clinton vier jaar geleden. Zo heeft hij volgens een peiling van The New York Times en Siena College een voorsprong van 23 procentpunt onder vrouwelijke kiezers, die veelal moeite hebben met het wispelturige gedrag van de president - een trend die zich ook aftekende bij de tussentijdse verkiezingen van 2018. Clinton won onder vrouwen met een kleinere marge van 13 procentpunt.

Ook doet Biden het veel beter dan Clinton bij 65-plussers, die normaal overwegend op de Republikeinen stemmen. Trump won dat deel van het electoraat in 2016 met 7 procentpunt, maar lijdt nu onder zijn gebrekkige aanpak van het coronavirus, dat ouderen bovengemiddeld treft. Volgens dezelfde peiling heeft Biden een voorsprong van 10 procentpunt onder senioren.

Lees ook: Waarom we misschien op 4 november nog niet weten wie de Amerikaanse verkiezingen heeft gewonnen

Toch blijft tot verkiezingsdag de vraag: zitten er adders onder het gras? Voor Trump en zijn aanhangers biedt die vraag hoop. „De peilingen hadden het de vorige keer mis, en ze hebben het deze keer meer mis”, aldus de president. Als ze er echter even ver naast zitten als vier jaar geleden, zou dat volgens waarnemers nog steeds gunstig zijn voor Biden.

De belangrijkste onzekere factor is dit jaar de pandemie, zegt Joshua Clinton. Want die kan onvoorspelbare gevolgen hebben voor de opkomst. Zo stemmen veel meer kiezers per post dan in vorige jaren, vooral Democraten. Kiezers zijn na de schok van 2016 minder geneigd om te denken dat Trump toch niet kan winnen en thuis te blijven. Uiteindelijk geldt ook dit jaar het cliché, zegt Clinton: „De enige peiling die telt, is die op verkiezingsdag.”