Recensie

Recensie Muziek

Archeoloog van de popmuziek

XL recordings In zijn onlangs verschenen autobiografie beschrijft producer en muzikant Richard Russell hoe hij opklom van medewerker in een platenzaak tot eigenaar van het toonaangevende Britse platenlabel XL Recordings.

Richard Russell in zijn studio in Londen
Richard Russell in zijn studio in Londen Foto Alicia Canter / ANP

Op de dansvloer van een hiphopclub in New York, eind jaren tachtig, vindt de Britse Richard Russell een zakje blauwe pilletjes. Uit nieuwsgierigheid steekt hij er een in zijn mond. De daaropvolgende ‘trip’ was, zoals hij schrijft, „niet zonder momenten van inzicht”, maar vooral gevuld met zulke angstaanjagende visioenen dat hij twintig jaar geen psychedelische middelen meer slikt.

Het incident tekent Russells aard: hij is altijd in voor avontuur en niets is hem te dol. In de onlangs verschenen autobiografie Liberation Through Hearing, Rap, Rave and the Rise of XL vertelt de inmiddels 49-jarige Russell over zijn steeds vertakkende bezigheden, van verkoper in een platenwinkel tot dj, talentscout bij een platenmaatschappij, baas van die platenmaatschappij, en uiteindelijk producer en muzikant.

Richard Russell was eerst werknemer en werd later hoofd/eigenaar van het toonaangevende Britse platenlabel XL Recordings. In zijn functie was hij betrokken bij de lancering van een aantal geliefde muzikanten. Het succes begon met The Prodigy, dat in de jaren negentig rock en dance combineerde én opwindende concerten gaf, destijds een novum voor dance-acts. Daarna bracht XL artiesten uit als rockband The Horrors, Radiohead, de Brits-Srilankaanse rapster M.I.A, zanger Badly Drawn Boy, rappers als Giggs en Dizzee Rascal en eigentijdse aanwinsten als Jungle, Sampha en Låpsley.

Leidraad

Het eind jaren 80 opgerichte XL zou als bedrijf altijd onafhankelijk blijven en, schrijft Russell, uitsluitend koersen op de eigen smaak. Dat laatste lijkt, te oordelen naar de eclectische verzameling artiesten, en het feit dat XL maximaal vijf albums per jaar uitbrengt om kwaliteit te garanderen, oprecht. De grootste ontdekking werd Adele – niet door Russell zelf, maar door een collega, die in 2006 bemerkte dat een onbekende zangeres het destijds astronomische aantal van 11.000 luisteraars had verzameld met liedjes op MySpace. De toen 18-jarige Adele leek een verlegen meisje. Maar ze was compromisloos in haar muzikale ideeën, schrijft Russell, en om die reden noemt hij haar een ‘genie’, en een voorbeeld.

In zijn leven en loopbaan zou de in de wijk Edgware in Noord-Londen opgegroeide, Joodse Russell – zijn van oorsprong Oost-Europese familie heette Rosenthal – wel vaker voorbeelden tegenkomen. Want Russell is vaak zoekend en heeft behoefte aan een leidraad. Of het nu van Het Tibetaanse Dodenboek komt, of van vriend en rolmodel Liam Howlett. Howlett, het muzikale brein van The Prodigy, hamerde er steeds op dat hij zijn eigen pad moest volgen, zoals Howlett dat zelf deed, zodat ‘zijn onwankelbare zelfvertrouwen in elke noot te horen was’.

Die voorbeeldrol krijgt later Gil Scott-Heron, de Afro-Amerikaanse zanger en jazzdichter, die al decennialang geen nieuwe muziek had uitgebracht.

Na een moeilijke periode – ruim 10 kilo zwaarder, verslaafd aan verdovende middelen – en therapie, concludeert Russell dat hij voortaan liever wil musiceren dan een platenmaatschappij leiden. Hij bezoekt Gil Scott-Heron in de gevangenis op Rikers Island in New York, en vraagt hem om samen een album op te nemen. De – opnieuw – compromisloze poëet stemt in. Na zijn vrijlating werken ze aan de opname voor wat uiteindelijk het bevlogen I’m New Here (2010) zal worden. Al gedraagt de voorheen drugsverslaafde Scott-Heron zich betrouwbaar, hij weigert interviews te geven. Russell waardeert zijn koppigheid.

Later neemt hij een prachtige plaat op met de eveneens vergeten soulzanger Bobby Womack, The Bravest Man In The Universe (2012). Tevreden memoreert Russell dat hij deze artiesten aan een verdiende comeback hielp. Voor beiden zouden deze albums hun laatste blijken, ze overleden kort na de verschijning.

Bij bijna al zijn producties houdt Russell vast aan zijn eerste grote liefde: samplen. Hij schrijft: „Geen instrument is voor mij zo opwindend als een verzameling van gevonden geluiden.” Russell is een muziekarcheoloog, het opgraven van bijzondere samples en citaten uit vergeten nummers wordt zijn handelsmerk. Hij vertelt graag over historische verbanden, zoals van het nummer ‘I’ll Take Care Of You’ van soulzanger Bobby Bland, dat hij Gil Scott-Heron liet coveren. Van deze cover maakte Jamie XX een ‘herinterpretatie’ die vervolgens gesampled werd door de supersterren Drake en Rihanna, in hun nummer ‘Take Care’ – een ware muzikale keten.

Overdadige lofzangen

In het boek blijven sommige aspecten vaag. Zo blijkt Russell plotseling een vrouw te hebben, Esta, die hem verzorgt als hij door een neurologische aandoening, het syndroom van Guillain-Barré, kortstondig verlamd raakt. Over sommige artiesten is hij mededeelzamer dan andere. Zanger/danser Keith Flint, die in 2019 een eind aan zijn leven maakte en aan wie het boek is opgedragen, is hem zeer dierbaar, net als de andere leden van The Prodigy, tot hun doorgaans laveloze manager aan toe. Maar over sommige kompanen (Thom Yorke van Radiohead, Damon Albarn van Blur) kom je weinig te weten. Toch is het een openhartig en soms diepgaand boek, vooral als Russell schrijft over zijn persoonlijke zoektocht en de gevolgen van zijn Joodse achtergrond. Daardoor neem je de soms overdadige lofzangen op zijn ‘eigen’ artiesten voor lief.

Onlangs bracht Russell een tweede album uit onder de naam Everything Is Recorded. Opnieuw vroeg hij bekende gasten (rappers Ghostface Killah en Flohio, zanger Berwyn) om te zingen, want Russell treedt niet graag op de voorgrond. Hij bedenkt de liedjes en maakt de instrumentaties: aantrekkelijke bouwsels vol samples en warmbloedige elektronica. Trouw aan de lessen van de vroege hiphop combineert hij oud met nieuw, bijna alle composities worden doorsneden met refreinen of blazers uit oude soul- of reggae-nummers. Of het nu is als platenbaas of als producer, Russell is vooral een liefhebber die graag bewondert.