Opinie

Mijn intellectuele aftakeling als project

Maxim Februari

De man die de dakgoot komt repareren heeft mijn lezing gezien over de geautomatiseerde staat. Hij kreeg een linkje van iemand uit zijn shantykoor en er valt toch niet veel te doen, dus heeft hij de computer aangezet en gekeken naar mijn verhaal over de toekomst van recht. Boeiend wel, zegt hij genadig.

Zelf heeft hij een vitaal beroep: als hij niet ouderwets de dakgoot komt redden, waarin onaangepaste ooievaars takken hebben gegooid, dan verloedert het huis en daarmee de buurt. Mijn eigen beroep is slomer, en omdat de overheid mij liever niet op straat ziet rondhangen, ben ik grotendeels naar het internet verhuisd. Daar wordt ieder woord nu opgenomen en uitgezonden, met als gevolg dat de halve wereld tijdens mijn werk meekijkt, de dakgootman, de wethouder stedelijk beleid en de tante van mijn oud-studiegenoot Philomène.

Al die zichtbaarheid zou op zich geen probleem zijn, ware het niet dat ik juist nu op een intellectueel dieptepunt ben beland in mijn leven. Ik kan namelijk mijn vakgebied niet meer bijhouden. Sinds de universiteitsbibliotheken hun abonnementen hebben gedigitaliseerd, zijn de leestafels en de stellages met papieren tijdschriften verdwenen waar ik decennialang op hoog tempo heb zitten bladeren. Digitaal bladeren dan maar? Dat werkt een stuk minder snel en intensief, maar belangrijker nog is dat je moet inloggen via een account, dat ik als freelancer niet heb.

Nou geef ik me niet snel gewonnen, dus had ik mijn onderzoek de afgelopen jaren alvast verplaatst naar populariserende sites die me via links toch brachten waar ik wezen wilde. Maar nu zijn opeens ook die sites op slot. De kranten hebben betaalmuren opgericht. De wetenschappelijke tijdschriften kosten een vermogen. Twitter heeft me de afgelopen week de toegang ontzegd, tenzij ik cookies aanvaard. Het is het informatietijdperk en ik kan me geen informatie meer veroorloven.

Tja, daar zit ik, alle schermen op zwart, ik tast rond in het donker, en doe intussen onder felle lampen mijn werk, camera’s op mijn toenemende verstandsverduistering gericht. De mens is niet langer een kennend wezen, maar een gekend wezen, brom ik al jaren, maar ik wist niet dat dat ook zou gaan gelden voor mijzelf. Uit armoede besluit ik mee te werken aan een podcast over het leven van de man, waar ik tenminste verstand van heb; maar volgens de buurman van Philomène, die het heeft beluisterd, is dat onderwerp in deze tijd niet meer gepast.

Gezellig dat iedereen meepraat. Maar waar zal ik het dan over hebben? Als ik mijn beveiliging uitzet mag ik nog wel wat lezen, fleemt het internet; maar als ik de beveiliging aan laat staan, is het internet opeens niet meer zo vriendelijk. Zal ik proberen of ik ergens in de analoge wereld nog een beetje kan bladeren? Prikborden bekijken? Gesprekken van wetenschappers afluisteren? Geen schijn van kans, als onafhankelijk onderzoeker heb ik geen pasje en zonder pasje kom ik in deze coronatijd geen gebouw meer in.

Hier zit ik, minder onafhankelijk dan ik had gedacht, zonder accounts draai ik intellectueel in steeds kleinere cirkels rond. Ik kan over mijn jeugd beginnen of serieus blijven en iets over de wereld daarbuiten zeggen, maar de grote vraag is hoe ik binnenkom in de wereld daarbuiten. Alles is een kwestie van autorisatie geworden; de moderne wereld is ingericht op een need-to-know basis en de freelancer hoeft niets te weten.

Ooit heb ik gelezen dat in de Universele Machine die ons regeert kunstmatig intelligente machten aan het werk zijn; die verdelen de mensen in medewerkers en tegenstanders. De medewerkers zijn degenen die de intelligente machten voeden met grote hoeveelheden elektriciteit en brede stromen gegevens. Dit zijn de gelovigen, die meebouwen aan het systeem en daarvoor worden beloond met pasjes en accounts, met faciliteiten en een officiële positie. Daartegenover staan degenen die als onwilligen worden beschouwd – en die kunnen naar toegang fluiten.

Amerikaanse verkiezingen, tweedelingen, polarisaties: de neiging bestaat ze te beschouwen als resultaat van culturele tegenstellingen, zonder te kijken naar de verregaande impact van informatie, de verdeling ervan en het ermee gemoeid zijnde geld. Zelf kan ik steeds minder over het onderwerp van de informatieverdeling zeggen, want mijn verbinding valt steeds vaker weg.

Er zit niets anders op dan mijn intellectuele aftakeling de komende tijd te presenteren als een project. Via opnames, podcasts, livestreams, Zoom- en Teamsessies zal zichtbaar worden hoe ik steeds verder wegzak in obscuriteit en ignorantie. Spannend, mailt de tandarts van Philomène, die via Twitter van haar over het plan heeft gehoord. Ja, mail ik terug. Spannend.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.