Justitie in VS klaagt Google aan om ‘illegaal monopolie’ zoekmachine

Advertenties Google wordt ervan beschuldigd de miljardenmarkt van advertenties in online zoekmachines te controleren.

Foto Quentin Jones / EPA

Het Amerikaanse ministerie van Justitie klaagt, samen met elf Amerikaanse staten, internetgigant Google aan wegens machtsmisbruik in zijn zoekmachine. Dinsdag werd de complete aanklacht vrijgegeven. De rechtszaak is gericht tegen Googles zoekmachine – die in de VS een marktaandeel van 90 procent heeft – en zijn grip op de lucratieve markt voor advertenties hieromheen.

Google wordt ervan beschuldigd een illegaal monopolie te beschermen. Het bedrijf zou via een ondoorzichtige en onrechtmatige kluwen aan zakelijke overeenkomsten proberen zijn positie als poortwachter veilig te stellen. De miljarden die Google verdient met advertenties worden gebruikt om de standaard zoekmachine te zijn in telefoons, mobiele netwerken en browsers als Safari. Justitie vergelijkt de zaak met die van AT&T. Dat telecombedrijf werd uiteindelijk gedwongen zich op te splitsen.

Lees ook: Informatietijdperk laat Amerikaans wantrouwen groeien

Google noemt de aanklacht in een eerste reactie „zeer gebrekkig”. „Mensen gebruiken Google omdat ze dat willen, niet omdat ze ertoe gedwongen worden of geen alternatieven kunnen vinden.” Het bedrijf zegt geen exclusieve regelingen te treffen om zijn zoekmachine in browsers en telefoons te plaatsen. „Dit is de gangbare methode om software te distribueren.”

Haast bij de regering

William Barr, de minister van Justitie, zette alles op alles om de aanklacht tegen Google nog voor de verkiezingen van 3 november in te dienen. De nu volgende juridische veldslag zal jaren gaan duren, waarmee de kans groot is dat deze strijd gewonnen, verloren of geschikt zal worden met een andere minister op Justitie. Maar voor Barrs politieke baas Donald Trump is het belangrijk dat hij zijn volgers kan vertellen dat Google ‘aangepakt’ wordt.

De president beschuldigde Google ervan conservatieve stemmen te onderdrukken. Barr maakte zoveel haast, dat sommigen op het ministerie zich afvroegen of de zaak wel helemaal dichtgetimmerd is, zo meldde The Wall Street Journal eerder.

Trump en Barr willen ook het Congres zover krijgen om een wetsartikel – Section 230 – aan te passen dat internetbedrijven beschermt tegen de inhoud die derden op hun platform publiceren. Op dit moment zijn sociale media niet verantwoordelijk voor wat mensen zoal posten. Trump wil dat toezichthouders kunnen bepalen wanneer een sociaal netwerk berichten kan verwijderen of aanpassen.

Een nieuw wetsvoorstel werd in september ingediend, nadat Trump in mei voor het eerst geconfronteerd werd met een factcheck op Twitter. Een tweet van hem over vermeende fraude bij stemmen per post, werd door het sociaal netwerk voorzien van een waarschuwing voor desinformatie. Sindsdien zijn ongefundeerde berichten van Trump vaker voorzien van waarschuwingen.

Lees ook: Facebook versus de Amerikaanse democratie

De grote sociale netwerken YouTube (van Google), Facebook en Twitter spelen een cruciale rol in de informatievoorziening rond de verkiezingen. Hun beleid voor politieke advertenties en het filteren van desinformatie wijzigt bijna dagelijks.

In Washington is de afgelopen jaren brede consensus ontstaan, zowel bij de Democraten als de Republikeinen, dat techmonopolies onwenselijk zijn. Vorige maand presenteerden Democraten in het Huis na zestien maanden onderzoek een rapport waarin ze onder meer aanbevalen de techreuzen op te breken. Ook bij de regeringspartij klinkt kritiek op de almacht van Sillicon Valley: de zaak van Barr wordt gesteund door de hoofdaanklagers (allen Republikeinen) van elf staten.

Uitdijende macht

Grote Amerikaanse techbedrijven als Google liggen in toenemende mate onder vuur omdat hun maatschappelijke en economische invloed blijft groeien, zonder al te veel beperkingen of toezicht. In de zomer moesten topmannen van Apple, Google, Amazon en Facebook voor het Congres vragen beantwoorden over hun uitdijende macht. Afgelopen maand verscheen een rapport van de Democratische leden van de mededingingscommissie die big tech aan de tand voelde. De Republikeinse leden komen nog met hun eigen versie.

De rechtszaak tegen Google is de eerste antitrustzaak tegen een techbedrijf sinds Microsoft in de jaren negentig werd beschuldigd van machtsmisbruik. Dit najaar wordt ook een Amerikaans onderzoek naar Facebook verwacht, door toezichthouder FTC.

In de Europese Unie werd Google verweten dat het eigen diensten, zoals Google Shopping, een te prominente plek geeft in de zoekmachine. Daarnaast kreeg Google in 2018 een boete van 4,3 miljard euro voor het opdringen van eigen diensten in het mobiele besturingssysteem Android – die klacht lijkt nog het meest op de Amerikaanse beschuldigingen. In totaal moest Google de EU ruim 8 miljard euro aan boetes betalen.

Lees ook: Google krijgt miljardenboete: wat is er mis met Android? En 14 andere vragen

Google telt meer dan honderdduizend medewerkers en had in 2019 een jaaromzet van ongeveer 162 miljard dollar (137 miljard euro). De beurswaarde van Alphabet, het moederbedrijf van Google, bedraagt ongeveer 1.000 miljard dollar.

In 2011 deed de FTC ook onderzoek naar mogelijk machtsmisbruik door Google, toen nog geleid door topman Eric Schmidt. Dat onderzoek werd in 2013 stilgelegd omdat Google beloofde zijn beleid aan te passen.