Opinie

Walgelijke moord is terreuraanslag op vrij onderwijs

Frankrijk

Commentaar

En weer trokken zondag tienduizenden Fransen naar pleinen overal in het land om pal te staan voor de vrijheid van meningsuiting. Ze protesteerden tegen de ontstellende aanval op een leraar in Conflans-Sainte-Honorine, even buiten Parijs. De docent aardrijkskunde en geschiedenis Samuel Paty, die in zijn les Mohammed-cartoons uit het tijdschrift Charlie Hebdo had laten zien, was daar vrijdag vermoord door een Rus van Tsjetsjeense afkomst die onder invloed stond van de politieke islam. Onthoofd – een terreuraanslag op het onderwijs.

De demonstraties waren een beklemmende herinnering aan het massale protest dat in januari 2015 loskwam na het bloedbad bij datzelfde Charlie Hebdo. Schaarden Fransen van diverse komaf zich toen massaal achter de kreet ‘Je suis Charlie’ om hun solidariteit met de getroffen satirici en hun meningsvrijheid te onderschrijven, nu werd dat ‘Je suis prof’. Voltaire en zijn Traité sur la tolérance werd weer aangehaald – de waarden van de Verlichting en daarmee die van de Franse republiek zijn niet voor onderhandeling vatbaar, lieten geschokte politici van links en rechts nog eens weten.

Dat juist een leraar doelwit was, grijpt in het bijzonder aan. De symboliek is in de Franse context niet mis te verstaan. De seculiere religie van de Franse republiek wordt overgebracht via het onderwijs. Dáár wordt goed burgerschap bijgebracht, dáár leren kinderen ongeacht hun afkomst of geloof kritisch nadenken en kunnen zij zich emanciperen. Toen leerlingen in probleemwijken in 2015 zeiden ‘niet Charlie’ te zijn, of floten tijdens herdenkingen, kwam op de openbare scholen een ‘handvest’ met regels voor de laïcité, de op het gebied van religie strikt neutrale rol van de staat, en dus ook in het onderwijs. Maar wat in het republikeinse denken juist godsdienstvrijheid moet garanderen, wordt door sommigen geïnterpreteerd als antireligieus activisme.

Paty besefte dat. Hij toonde zich indachtig Voltaire zelfs tolerant voor intolerantie door leerlingen die de cartoons niet wilden zien de gelegenheid te geven het klaslokaal te verlaten. Zo had hij de laatste jaren al zijn lessen over vrijheid van meningsuiting altijd gegeven, berichtten Franse media. Hij was een geliefde docent, geen activist. Maar nadat een van de leerlingen zich thuis had beklaagd en haar vader een filmpje online zette dat door een beruchte geestelijke werd verspreid, ontglipte de situatie de veilige omgeving van het schoolgebouw. Abdoullakh Anzorov, die verder geen band met de leraar of school had, reisde helemaal van Normandië naar de Parijse regio om zijn walgelijke terreurdaad ten uitvoer te brengen.

Dat roept vragen op over de rol van sociale media bij het verspreiden van radicaal gedachtengoed. Het is in dit licht begrijpelijk dat de Franse overheid kijkt naar organisaties die online het vuurtje opstookten. Maar op voorhand aankondigen die te willen ontbinden druist in tegen de waarden die ze zegt te willen verdedigen. Steun aan leraren die sinds vrijdag grote zorgen hebben over hun manoeuvreerruimte heeft nu prioriteit.

Dat overstijgt de specifiek Franse omstandigheden. Het onderwijs is de plek waar iedereen zonder enig onderscheid onafhankelijk moet kunnen leren kijken en denken. Daar horen confronterende of onwelgevallige beelden en teksten vanzelfsprekend bij. Juist in een tijd waarin informatie en opvattingen steeds vaker gedicteerd worden door ongrijpbare algoritmes is het zaak kennis te nemen van dit soort oorspronkelijke bronnen. Dat is een fundamenteel uitgangspunt van onderwijs in een vrije samenleving. Daarover valt, inderdaad, niet te onderhandelen. Zelfcensuur kan nooit een antwoord zijn.