Nederland schikt alsnog met kinderen van geëxecuteerde mannen in Indonesië

Onafhankelijkheid Nederland betaalt de kinderen van mannen die ruim zeventig jaar geleden zijn geëxecuteerd in Indonesië 5.000 euro schadevergoeding. „Een beetje laat, maar netjes”, zegt hun advocaat.
Nederlandse militairen in Zuid-Sumatra, juli 1947.
Nederlandse militairen in Zuid-Sumatra, juli 1947. Foto W.F.J. Pielage

De kinderen van de mannen die in de jaren veertig door Nederlandse militairen werden geëxecuteerd in toenmalig Nederlands-Indië komen in aanmerking voor een schadevergoeding van 5.000 euro. De staat is bereid tot een schikking, blijkt maandag uit een publicatie in de Staatscourant. Voor de weduwen van de geëxecuteerden was al een regeling getroffen, maar tegen een schadevergoeding voor de kinderen heeft de overheid zich jarenlang verzet. Hun situatie zou niet vergelijkbaar zijn met die van hun moeders.

Nederlandse militairen executeerden volgens historici tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog, tussen 1945 en eind 1949, alleen in Zuid-Sulawesi al 1.500 mensen. Voor deze regeling komen alleen kinderen in aanmerking van mannen wier executies van „vergelijkbare aard en ernst zijn geweest als de executies in Rawagede en Zuid-Sulawesi”, zo staat in de Staatscourant. Bovendien moeten de executies al eens vermeld zijn in openbare bronnen. Hoeveel executies dat betreft en hoeveel kinderen nog aanspraak zouden kunnen maken op een vergoeding, zegt het ministerie van Defensie desgevraagd nog niet te weten.

Verjaard

Jaren hield de staat vol dat de executies verjaard waren, en de kinderen daarom geen recht hadden op een vergoeding. Vorig jaar gaf het gerechtshof in Den Haag de staat daarin ongelijk. Begin dit jaar kende de rechtbank al aan drie kinderen een schadevergoeding toe. Nederland heeft daarop besloten niet verder te procederen en te komen met een schadevergoedingsregeling. „De hoop is dat het de betrokkenen meer rust en duidelijkheid biedt bij het verwerken van deze bewogen periode”, aldus Defensie in een verklaring.

Advocaat Liesbeth Zegveld staat al jaren zowel de weduwen als de kinderen bij in hun strijd om een vergoeding. Ze is blij dat de staat nu toch bereid is om de kinderen een vergoeding te betalen. „Het is een beetje laat, maar netjes”, zegt de raadsvrouw. Het was volgens haar onnodig ingewikkeld om deze zaken via de rechter te laten lopen. Bovendien kon via die route juridisch geen hoge vergoeding betaald worden, omdat de wet geen ruimte bood om immateriële schade te compenseren. Twee van de drie kregen vergoedingen van een paar honderd euro toegekend. Ook zij krijgen nu 5.000 euro.

Lees ook dit commentaar: Nederland op zoek naar de goede kant van de geschiedenis

Strenge eisen

Ook Zegveld zegt nog niet te weten hoeveel mensen nu recht hebben op geld van de Nederlandse staat. „Dit is een strikte regeling waarbij aan veel eisen moet worden voldaan”, zegt zij. Volgens de advocaat is de situatie nu heel anders dan toen de juridische strijd losbarstte, zo’n vijf jaar geleden. Toen leek het erop dat zich misschien zo’n vijfhonderd kinderen zouden melden. „De staat legt wel een hoge drempel op. In die zin is de regeling uitgekiend: nu blijven er maar een paar kinderen over.”

De kinderen van de geëxecuteerden krijgen twee jaar de tijd om zich te melden bij de landsadvocaat. Een vergelijkbare regeling voor de weduwen is verlengd tot diezelfde datum. De vrouwen hebben recht op vier keer meer geld dan de kinderen: 20.000 euro. Daarvoor zijn tot nu toe zo’n zestig aanvragen ingediend, waarvan er volgens Defensie dertig zijn toegekend. In maart van dit jaar bood koning Willem-Alexander zijn excuses aan voor het Nederlandse geweld tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd tussen 1945 en 1949.