‘Kabinet moet zzp-regels snel handhaven’

Platformwerk Het moet duidelijker worden welk werk door zzp’ers mag worden gedaan, schrijft de SER in een rapport over platformbedrijven zoals Deliveroo, Uber of Helpling.

Voor platformbedrijven als Deliveroo zijn er nu geen belemmeringen om werk te laten verrichten door zzp’ers.
Voor platformbedrijven als Deliveroo zijn er nu geen belemmeringen om werk te laten verrichten door zzp’ers. Foto Sem van der Wal/ANP

Het kabinet moet snel de regels gaan handhaven om onterecht inhuren van zzp’ers bij zogeheten platformbedrijven te voorkomen. Dat adviseert de Sociaal-Economische Raad (SER) in een rapport dat deze maandag verschijnt.

Voor platformbedrijven als Deliveroo, Uber en Helpling zijn er nu – net als voor alle andere werkgevers – geen belemmeringen om werk te laten verrichten door zelfstandigen zonder personeel. Wel bestaan er regels over welk werk zzp’ers mogen doen, en welk werk niet. Sommige soorten werk móéten door een werknemer in loondienst worden verricht, bijvoorbeeld als diegene weinig vrijheid krijgt om de klus op zijn eigen manier of eigen tijdstip uit te voeren. Deze regels zijn alleen nog nooit streng gehandhaafd.

De Belastingdienst kan naheffingen en boetes opleggen, maar dat gebeurt in de praktijk niet.

Die handhaving moet nu snel beginnen, vindt de SER, een belangrijke regeringsadviseur die bestaat uit vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, vakbonden en deskundige kroonleden. „Als je regels hebt, moet je die ook stevig handhaven”, zegt SER-voorzitter Mariëtte Hamer. „Daar is Nederland niet zo goed in. Dat zie je nu ook met de coronaregels.”

Voor bedrijven is het vaak aantrekkelijk zzp’ers in te huren. Voor hen gelden geen strenge ontslagregels en hoeven geen sociale premies te worden betaald. Zzp’ers hebben bovendien recht op allerlei belastingvoordelen, wat hun tarief kan drukken.

Platformbedrijven maken veel gebruik van zelfstandig ondernemers. Via Temper gaan zzp’ers aan de slag in onder de meer de horeca en detailhandel. Deliveroo laat zzp’ers rondfietsen met bezorgmaaltijden. Zelfstandige schoonmakers bieden zich aan via Helpling. En zzp-klussers laten zich inhuren via Werkspot.

In sommige gevallen leidt dat tot slechte werkomstandigheden, signaleert de SER. Mensen die regelmatig werk via platforms verrichten, maken gemiddeld twee keer vaker werkweken van meer dan 60 uur. Ook werken ze veel vaker ’s nachts en in het weekend. Een kwart van de platformwerkers die op locatie werkt – zoals bezorgers en horecapersoneel – krijgt daarvoor niet meer dan 8 euro per uur. Dat is lager dan het wettelijk minimumloon, dat niet voor zzp’ers geldt.

Lees ook: Invoering van minimumtarief voor zzp’ers afgeblazen

Daarbij zijn de verschillen tussen platforms groot. Hamer: „De ene thuisbezorger regelt het gewoon prima voor zijn mensen en zorgt voor hun veiligheid. Anderen regelen het helemaal niet.”

‘Neerwaartse concurrentie’

Die laatste categorie platformbedrijven zet zo ook andere bedrijven onder druk om te besparen op personeelskosten. „Door het werken met zzp’ers is er sprake van neerwaartse concurrentie op arbeidsvoorwaarden”, schrijft de SER. Zo merken traditionele uitzendbureaus dat zij relatief duur zijn vergeleken met zzp-platforms als Temper.

Naast snelle handhaving wil de SER ook meer duidelijkheid over welk werk nu wél door zzp’ers mag worden gedaan en welk werk niet. Bij platforms is dat vaak ingewikkeld om vast te stellen. Rechters lijken daarover tegenstrijdig te oordelen.

Lees ook: Geniet de bezorger bij Deliveroo wel genoeg vrijheid?

Zo oordeelde de rechtbank Amsterdam begin vorig jaar dat fietskoeriers van Deliveroo werknemers zijn en ook zo behandeld en betaald moeten worden. Die zaak was aangespannen door vakbond FNV. Maar een jaar eerder oordeelde diezelfde rechtbank in een andere zaak dat een specifieke Deliveroo-bezorger, Sytze Ferwerda, als zelfstandig ondernemer kon worden aangemerkt.

Om definitief meer duidelijkheid te krijgen vindt de SER dat de wet „aanpassing behoeft”. Wat voor aanpassing dan precies? Daarover zijn de werkgevers en vakbonden nog in gesprek, onder meer in de SER.

De SER hoopt later een breder advies te presenteren over toekomstige regels voor de arbeidsmarkt. Vakbonden en werkgevers hopen het voor de Tweede Kamerverkiezingen eens te worden met elkaar, zodat een nieuw kabinet hun wensen kan opnemen in het regeerakkoord. Maar Hamer wil geen termijn noemen. „Ik heb afgeleerd om bij de SER deadlines te stellen.”

Snelle groei door corona

Hamer vindt dat er snel duidelijke regels moeten komen, voordat de platformeconomie te groot is geworden. „We moeten nu bedenken wat we wenselijk vinden. Nu zijn we nog op tijd om er vorm en structuur aan te geven.” Door corona kunnen platforms sneller groeien, denkt Hamer, „doordat zoveel fysieke voorzieningen gesloten zijn”.

In Nederland lijkt platformwerk nog een relatief klein fenomeen te zijn, al lopen schattingen daarover ver uiteen. 0,4 tot 12 procent van de beroepsbevolking werkt via platforms, afhankelijk van hoe je een platform precies definieert en of je bijvoorbeeld mensen meerekent die een of twee keer per jaar een opdracht via een platform aannemen. De meeste mensen die via een platform werken, hebben daarnaast ook andere inkomsten.

De SER ziet platformwerk niet als iets slechts. „Nieuwe platforms kunnen onze innovatiekracht bevorderen”, zegt Hamer. Het kabinet zou er zelfs goed aan doen, vindt de SER, om te onderzoeken hoe het kan stimuleren dat er meer Nederlandse platforms ontstaan, bijvoorbeeld door meer te investeren in digitalisering en kunstmatige intelligentie.

„Landen zijn economisch sterk als ze veel investeren in innovatie”, zegt Hamer. „En als we dit niet doen, worden we weggeconcurreerd door buitenlandse spelers. We zien nu nog te veel dat grote platforms uit Amerika en China bij ons binnenkomen. Het is goed om daar een Nederlands of Europees antwoord op te hebben.”