Opinie

Durft premier Rutte nog wel nee te zeggen tegen de koning?

Vakantiereis

Commentaar

Er was eens een koning die met vakantie wilde in coronatijd. Het was vlak nadat de onderdanen van zijn land opnieuw bewegingsvrijheid was afgenomen. Bij hun reisplannen vergaten de koning en zijn vrouw de stemming in het land. Of voelden deze verkeerd aan. Bij zijn Griekse vakantiehuis aangekomen bleek hem dat er in zijn koninkrijk niet zoveel begrip was voor het uitstapje. En dus besloot hij zijn vakantie af te breken. Via de herauten van de Rijksvoorlichtingsdienst liet de koning weten geraakt te zijn „door de reacties van mensen op berichten in de media”. Zaterdagavond, een etmaal na zijn vertrek, keerde de koning met zijn gezin weer terug op paleis Huis ten Bosch in Den Haag.

Hiermee zou de jongste rimpeling in de koninklijke vijver voorbij kunnen zijn. Over tot de door corona ingesnoerde orde van de dag. Dat is te makkelijk want er blijven natuurlijk wel wat fundamentele vragen. De belangrijkste is hoe het gesteld is met de spreekwoordelijke maatschappelijke antenne van het staatshoofd. Maar nog meer gaat het om het beoordelingsvermogen van degene die staatsrechtelijk rechtstreeks verantwoordelijk is voor de koning: minister-president Mark Rutte (VVD).

Hij heeft een grove inschattingsfout gemaakt door koning Willem-Alexander en zijn gezin in de week dat strengere maatregelen van kracht werden toestemming te geven voor deze buitenlandse herfsttrip. Zeker, de reis ging naar geel gebied en ‘kon’ dus zodoende. Maar het kon absoluut niet afgezet tegen de waarschuwende woorden van dezelfde minister-president die afgelopen dinsdag op zijn coronapersconferentie de mensen nog opriep verantwoordelijkheid te nemen en niet „de randjes van de regels” op te zoeken.

Daar is de premier inmiddels ook achter getuige zijn brief die hij in een poging om de schade zoveel mogelijk te beperken reeds zondagmorgen naar de Tweede Kamer stuurde. Daarin stelt hij een „verkeerde inschatting” te hebben gemaakt en de voorgenomen vakantie van de koning „eerder” had moeten heroverwegen. Goed dat Rutte zijn fout ruiterlijk toegeeft – hij kon ook moeilijk anders – maar dan blijft toch de vraag waarom hij deze zaak zo verkeerd heeft kunnen beoordelen.

Rutte was een dubbel gewaarschuwd man. De koning veroorzaakte met zijn roekeloze gedrag in augustus al eerder gefronste wenkbrauwen. Dat was toen hij op Twitter te zien was op een vakantiefoto waar hij samen met zijn vrouw geen afstand hield van een Griekse restauranthouder. Als gevolg van de ophef stuurde het koninklijk paar een excuustweet de wereld in. Kort daarop ontstond de nationale verontwaardiging over minister Ferd Grapperhaus (Veiligheid en Justitie, CDA) die tijdens zijn huwelijk op enig moment onvoldoende afstand had gehouden tot zijn gasten.

Waar de voorbeeldfunctie zo’n centraal element is gebleken in de maatschappelijke acceptatie van het coronabeleid is uiterste alertheid noodzakelijk. Deze heeft Rutte niet getoond. Dat de verhouding tussen de koning en de minister-president een ingewikkelde is in een parlementaire democratie is bekend. Ruttes verre voorganger, minister-president Vic Marijnen (KVP), had het in dit verband in 1964 tijdens de ‘Irene-kwestie’ over „een zware verantwoordelijkheid”.

Toen ging het erover of als gevolg van het eigenzinnig gedrag van prinses Irene het kabinet nog vat had op de leden van het Koninklijk Huis. Dat speelt nu ook. Daarom is de vraag ook nu weer: Durft de premier nog wel nee te zeggen tegen de koning?