34 jaar na zijn vader doet Mathieu van der Poel het ook in de Ronde van Vlaanderen

Ronde van Vlaanderen In een bloedstollende eindsprint versloeg Mathieu van der Poel zijn rivaal Wout van Aert en won voor het eerst de Ronde van Vlaanderen.

Wout van Aert en Mathieu van der Poel rijden stug door nadat de Franse wereldkampioen Julian Alaphilippe ten val is gekomen.
Wout van Aert en Mathieu van der Poel rijden stug door nadat de Franse wereldkampioen Julian Alaphilippe ten val is gekomen. Foto Luc Claessen/AFP

Knapen zijn ze nog maar op 29 januari 2012, als ze naast elkaar plaatsnemen in de studio van Sporza om terug te blikken op het WK veldrijden in het mulle zand van Koksijde, aan de Vlaamse kust. Zeventien jaar, de baard net in de keel en het gezicht vol jeugdpuistjes.

Mathieu van der Poel met kaalgeschoren schedel, een regenboogtrui om zijn schouders. Naast hem Wout van Aert, nog zonder witte lok in het haar dat over zijn voorhoofd en oren valt. Hij is tweede geworden, op acht seconden. Komt nog kracht tekort om Mathieu bij te houden, zegt hij. „Maar dat kan misschien nog komen.” Het is de aankondiging van een jarenlange rivaliteit.

Van der Poel heeft meer talent, als nazaat van Adrie van der Poel en Raymond Poulidor. Als jochie wint hij zo vaak dat het soms begint te wennen. Voor minder dan winnen doet hij het niet. Van Aert, dan nog ‘Woutje’ genoemd, moet het hebben van zijn vechtlust. Op karakter knokt hij zich vaak tot in de schaduw van Van der Poel, maar evolueert met de jaren in een beest van een kerel, breedgeschouderd, met vlezige dijbenen, en handen als die van een boerenzoon.

Aanvankelijk vechten ze duels uit in de klei en de modder – van Luxemburg tot in Denemarken. Van der Poel domineert het reguliere seizoen, maar als het er op aan komt, staat Van Aert op, mentaal sterk na tegenslagen. Ze worden beiden drie keer wereldkampioen veldrijden. Die discipline is groot in België en minder in Nederland, dus blijven hun kunsten lang verborgen voor het grote publiek. Tot ze op de weg gaan fietsen.

Van der Poel breekt als eerste door met een legendarische eindsprint in de Amstel Gold Race. De sportwereld maakt kennis met een wielrenner die de wetten van de biomechanica tart. Van Aert neemt in de maanden die volgen het stokje moeiteloos over. In de straten van Albi wint hij de tiende etappe van de Tour de France. Een paar dagen later doorboort een dranghek zijn bovenbeen en is zijn seizoen ten einde.

Van der Poel kiest zijn eigen weg, rijdt bij een wegploeg die actief is op een niveau lager en niet zomaar in grote ronden mag starten. Hij wil ’s werelds beste worden in drie disciplines: in het veldrijden, op de mountainbike en op de racefiets.

Critici beweren dat hem dat duur kan komen te staan. Zeker als Van Aert, hersteld van zijn blessure, dit jaar de ene wedstrijd na de andere wint, en Van der Poels lichaam stokt omdat hij zich tijdens de eerste virusgolf heeft overtraind. In de Italiaanse bloedhitte is hij een schim van de renner die hij in de modder en de regen kan zijn. Hij meldt zich zelfs af voor het WK wielrennen, verkiest een trainingsstage in Livigno. Ondertussen wint Van Aert twee keer WK-zilver.

Op 11 oktober, een week geleden, treffen ze elkaar opnieuw, in de semi-klassieker Gent-Wevelgem. Ze belanden samen in de kopgroep maar verliezen de wedstrijd omdat ze te veel met elkaar bezig zijn. Na afloop zegt Van Aert dat hij dat gedrag niet van zijn rivaal gewend is – koersen om de ander niet te laten winnen. De Vlaamse sportpers smult ervan en zet de twee op scherp. Het hoort bij de voorpret voor de Ronde van Vlaanderen, de wedstrijd die door de afgelasting van Parijs-Roubaix nóg belangrijker is geworden. Voor veel renners is de Ronde de laatste wedstrijd van het seizoen.

Gedroomd scenario

Aan de lege oevers van de Schelde in Antwerpen blikken ze zondagochtend ontspannen vooruit op de wedstrijd. Van der Poel ziet Van Aert als een van de favorieten. Van Aert noemt Van der Poel niet. Daarna rijden ze tweehonderd kilometer over kasseienstroken en heuvels door de Vlaamse Ardennen, schuilend achter de ruggen van hun knechten. Tot 38 kilometer van de streep.

Op de Koppenberg zet wereldkampioen Julian Alaphilippe de koers in de fik. In zijn zog krijgt hij Van der Poel mee. Van Aert heeft door dat dit de beslissende ontsnapping is en op de volgende hindernis dendert hij naar de twee toe. Zo krijgt de Ronde van Vlaanderen het gedroomde scenario; de drie beste renners van dit moment gaan om de overwinning strijden.

Tot het noodlot toeslaat. Een motard mindert vaart. Terwijl Van Aert en Van der Poel met een reflex een valpartij kunnen voorkomen, knalt Alaphilippe met zijn stuur tegen de achterkant en belandt op het asfalt. Hij breekt twee vingers en zijn middenhandsbeentje. Opnieuw zijn Mathieu van der Poel en Wout van Aert tot elkaar veroordeeld.

Voor hen liggen nog twee verlaten beklimmingen. Wielergek Vlaanderen houdt zich aan de coronamaatregelen en volgt de koers vanuit huis. Kop over kop trekken ze over de Oude Kwaremont en de Paterberg. Ze voelen dat ze elkaar er heuvelop niet kunnen afrijden. Het komt aan op een bloedstollende sprint.

Op de streep houdt Van der Poel drie banddikten over om de Ronde van Vlaanderen te winnen, 34 jaar nadat zijn vader hetzelfde deed.

Foto Erik Lalmand/Belga

Katapulteren

Van der Poel gaat op kop onder de rode vlag van de laatste kilometer door, en mindert dan snelheid. Hij weet dat hij op zijn best is als de snelheid laag ligt en hij zich met een klein verzet kan katapulteren.

Met nog tweehonderd meter tot de finish begint hij te sprinten en moet Van Aert in de achtervolging. Hij wil een lange sprint, maar heeft die te laat ingezet. Op de streep houdt Van der Poel drie banddikten over om de Ronde van Vlaanderen te winnen, 34 jaar nadat zijn vader hetzelfde deed.

Uitrollend over de Minderbroederstraat in Oudenaarde slaat Van Aert een arm om Van der Poel heen. Hij buigt het hoofd. Maar Van der Poel wil op de finishfoto wachten. Als hij tot winnaar wordt uitgeroepen schreeuwt hij het uit. De ontlading volgt na de kritiek de voorbije weken. Na de moeilijke coronaperiode die achter hem ligt. En zit ’m in alles dat op deze zondag samenkomt in een machtige sprint die sommigen als de mooiste van de eeuw betitelen. Zelf spreekt hij van de sprint van zijn leven. Die was nodig om Van Aert te verslaan.