Opinie

Trump kan verliezen. Maar het onbehagen blijft

Presidents-verkiezingen Trumps aanhang is hardnekkig loyaal. De grondtoon is: wat complex is, blijkt heel simpel. En wat niet simpel is, is gewoon gelogen, meent .
Supporters vier jaar geleden luisterend naar toen nog presidentskandidaat Trump.
Supporters vier jaar geleden luisterend naar toen nog presidentskandidaat Trump. Foto Jabin Botsford / Getty Images

Toen Donald Trump vier jaar geleden onverwacht tot 45ste president van de Verenigde Staten werd gekozen, gingen beschouwers op zoek naar wat ze in godsnaam over het hoofd hadden gezien. Wie had er op Trump gestemd – en waarom? De meest geliefde verklaringen waren sociaal-economisch. Men ontdekte een oudere, voornamelijk witte, laagopgeleide middenklasse, die niet meekomt in de neoliberale meritocratie, die zich niet gezien voelt en gedenigreerd („deplorables”) door een welvarende, kosmopolitische elite.

Er kwam een betrokken kritiek op gang, die tot de dag van vandaag aanhoudt. Iedere week nog verschijnt er een boek waarin het wordt opgenomen voor de laagopgeleide achterblijver, die door de progressieve elite hautain over het hoofd gezien wordt – onlangs nog Michael Sandels De tirannie van verdienste en in Nederland Ode aan het klootjesvolk van oud-politicus Coos Huijsen.

Dat werd tijd, het verzaken van de bestuurlijke elite is een schandvlek op het blazoen van liberale politici in heel de westerse wereld. Maar waarom stemden juist deze mensen op Donald Trump? Toen ik begin 2016 een rally van Trump bijwoonde in de Verizon Arena te Manchester, New Hampshire, werd het lange wachten op de toen nog kandidaat gevuld met een documentaire vol opschepperij over hoe uitzonderlijk geweldig hij als persoon was – en vooral ook hoe rijk. De poenigheid van Trump werd ons zowat een uur lang vol in het gezicht geduwd: privévliegtuigen, dure hotels, uitgestrekte penthouses, gouden kranen, trophy wife, beroemdheden, fotomodellen, personeel, bling bling bling, het hield niet op.

Winnaars

Het cliché wil dat Amerikanen nu eenmaal van winnaars houden, dat wat een ander bezit geen jaloezie oproept maar juist het verlangen op een dag ook zover te komen. Misschien – maar aan alles was toen al te merken dat Trump geen echte betrokkenheid voelde met het lot van economisch achtergeblevenen, de vergeten witte voormalige arbeidersklasse, en al helemaal niet die van kleur. Hij zocht enkel onversneden adoratie, zijn eigenbelang was Amerika’s belang. Waar hij voor opkwam, was zijn eigen klasse, de zakelijke elite. Ook die stemde op hem. Het was vanaf het begin duidelijk.

Wat was het dan? Trump voor een volle zaal beschikt onmiskenbaar over een vlerkerig charisma – geen wonder dat hij zelfs tijdens de coronapandemie niet kan wachten om overal in het land kolkende menigten toe te spreken.

Trumps blijvende aantrekkingskracht op wat zijn ‘base’ wordt genoemd, de verbazingwekkende hoeveelheid mensen die hem trouw is gebleven tijdens vier jaar van schaamteloze grootspraak, chronisch gelieg, corruptie, wanbeleid, racisme, intimidatie, schandaal en haatpolitiek, roept bij onze weldenkenden vooral ongeloof op – hoe kunnen mensen zelfs nu nog op deze gewetenloze egomaniak stemmen? Er wordt niet meer gezocht naar antwoorden. Laat het op 3 november in godsnaam voorbij zijn.

Maar juist die hardnekkige loyaliteit roept interessante vragen op. In die sarrende hak-op-de-tak toespraak in New Hampshire op die koude winteravond in 2016 deed Trump zijn publiek een belofte die tweeledig was. Ten eerste zou hij een complexe wereld weer simpel en overzichtelijk maken. Ten tweede zou hij zijn kiezers zeggenschap teruggeven, ‘agency’. Amerika zou weer de lakens gaan uitdelen, maar de gewone man ook.

Niet langer object, maar weer subject.

Je hoeft niet in een arena vol uitzinnige Trump-fans te zitten om de kracht van die belofte te voelen. Het is de afgelopen jaren het aanhoudende motief van het populisme geweest. ‘Het volk’ neemt het heft weer in handen. Wat complex is, blijkt eigenlijk heel simpel.

En wat niet simpel is, is gewoon gelogen – of erger, een complot. Dat is de grondtoon. Klimaatverandering veroorzaakt door de mens is een hoax. Racisme bestaat niet. Immigratie is een doelbewuste ondermijning van de eigen cultuur. Historische helden staan op een voetstuk omdat het helden zijn. Corona is een griepje, een vaccin is een wapen dat vrije geesten wil knechten. ‘Genderideologie’ ontkent de natuurlijke orde.

Lees ook: Informatietijdperk laat Amerikaans wantrouwen groeien

Steeds hetzelfde refrein: alles wat bewustwording vereist, een nieuwe manier van kijken of een andere manier van leven, is dwaasheid en geldverspilling, een regelrechte aanval of een samenzwering van bovenaf – je hoeft je leven niet te veranderen. Het is goed zoals het is, of liever, zoals het was. Alles wat je afhankelijk lijkt te maken, wat organisatie en samenwerking over de eigen grenzen heen vereist, wordt verdacht gemaakt als een doelbewuste ondermijning van de eigen behapbare wereld.

En naar die wereld moeten we terug, luidt de boodschap.

Onmogelijkheid

Dat mis ik in veel serieuze beschouwingen over politiek populisme: dat juist in de onmogelijkheid van de belofte van Trump en zijn geestverwanten zijn blijvende aantrekkingskracht schuilt. Want de waarheid is dat onze cultuur nooit meer ‘homogeen’ zal zijn. In een diverse samenleving zal diversiteit de norm zijn. Ook is in een geglobaliseerde wereld wederzijdse afhankelijkheid een noodzaak waaraan niet te ontsnappen valt.

Het is wat het is. Je kunt het betreuren, je kunt er kritiek op hebben, misstanden aankaarten, ontsporingen aanklagen, boos worden over de arrogantie waarmee de boodschap wordt uitgedragen, maar je kunt het niet ongedaan maken. En juist dát beloofde Trump.

Trump is net zozeer een speelbal van gebeurtenissen waar hij geen greep op heeft, als zijn voorgangers

Het Amerikaanse nationalisme van Trump viel samen met die belofte van teruggave van autonomie. Eigenbelang en nationaal belang vielen samen – zoals Amerika niet langer speelbal zou zijn van andere wereldmachten wanneer jouw land de lakens weer kan uitdelen, zo zal ook jij weer zelf je lot kunnen bepalen. Het is de belofte van totale autonomie zonder tegenspraak, een opwindende enkelvoudigheid van zijn. Het individu valt samen met identiteit.

Maar de autonomie die identiteit belooft – welke identiteit dan ook – is altijd fake, surrogaat, een agressieve vorm van wensdenken. Omdat Trump er niet in slaagde zijn onmogelijke belofte in te lossen, werd de afgelopen vier jaar een permanente cultuuroorlog gevoerd tegen de vijanden die de wereld complex en onoverzichtelijk willen houden, de elite die de traditionele structuren wil ondermijnen, minderheden die met dwang of geweld de macht zouden willen grijpen. Frustratie en agressie vormen het Leitmotiv van dit presidentschap.

Volgens de Franse journalist Christian Salmon leven we in, zoals de titel van zijn recente boek luidt, L’ère du Clash, het tijdperk van de clash. Waar het in de jaren van Barack Obama nog ging om storytelling (waar Salmon eerder een bestseller over schreef), een verheffend, meestal ook akelig sentimenteel verhaal over vooruitgang en verbinding waarbij iedereen snikkend kan inhaken, gaat het tegenwoordig in de politiek vooral over permanente oppositie, het afrekenen met vijanden, mensen die je veracht of als een bedreiging ziet. Hate is stronger than love, zoals de cynische Trump-fluisteraar Roger Stone verkondigde, voordat hij de bak in draaide. Mensen stemmen niet op je omdat ze jou zo goed en geweldig vinden, maar omdat ze een teringhekel aan die ander hebben. Daarom is het zaak die ander zo afzichtelijk mogelijk neer te zetten. Wat je zelf te verkondigen hebt, doet er dan niet echt meer toe.

Lees ook: Iets kapot maken is lekker

Zo gezien is het een meesterzet van de Democraten om de bleke centrist Joe Biden als tegenkandidaat naar voren te schuiven. Je kunt hem zwak vinden, warrig, maar het is gewoon verdomd moeilijk hem te haten. Als boegbeeld van een radicaal linkse samenzwering die Amerika wil onderwerpen aan een autoritair antifa-regime, overtuigt hij niet. Er zullen niet heel veel Amerikanen zijn die over dik twee weken op Trump stemmen omdat ze Biden haten. Vandaar dat de e-mails van Hillary Clinton weer worden ingezet; bij haar werkte het wél. Maar teruggrijpen op een recept van vier jaar geleden laat alleen maar zien hoe weinig greep Trump op zijn tegenstander heeft.

Coronavirus als vijand

Is het coronavirus een geschiktere vijand? De afgelopen week twitterden vooraanstaande Republikeinen een oud clipje van Donald Trump bij een wedstrijd van showworstelaars, die een tegenstander zogenaamd spontaan tegen de grond werkt – op het hoofd van de figurant was het groene virussymbool gemonteerd. Maar welke vijand wordt hier gevloerd? In de retoriek van Trump is het virus afwisselend een smerig wapen van vijand China, een nietszeggend griepje dat angstvallige watjes (Democraten en wetenschappers) bewust opblazen tot enorme proporties om de samenleving volledig naar hun hand te kunnen zetten. Maar ook, toen hij eenmaal zelf besmet raakte, is het virus een formidabele opponent die hij na een heldhaftige worsteling glorieus de baas werd.

Ze spreken elkaar tegen, maar alle drie de frames passen stuk voor stuk in het narratief van Trumps presidentschap: een vijand van buiten (China) probeert ons op alle mogelijke manieren te piepelen; de complexiteit van een fragiele samenleving die empathie, zorg en samenwerking vereist, is een kwaadaardig verzinsel van progressieven, en last but not least, tegenover de geweldenaar Trump legt zelfs een gevreesde vijand het af.

Mensen stemmen niet op je omdat ze jou zo goed en geweldig vinden, maar omdat ze een teringhekel aan die ander hebben.

Toegeven dat het virus zich niet laat wegwensen of bagatelliseren, erkennen dat Trumps gebrekkige aanpak en tegenstrijdige boodschappen rampzalig beleid hebben opgeleverd en meer dan tweehonderdduizend doden, besef tonen dat ook hijzelf een kwetsbare bejaarde man is die anderen nodeloos in gevaar heeft gebracht, zou voor deze ‘winnaar’ het einde betekenen. Dus zagen we een zichtbaar zieke man met een zwaar opgemaakt gezicht op het balkon van het Witte Huis die demonstratief zijn mondkapje afrukte en salueerde naar een leeg gazon. Voor zijn tegenstanders was het een absurdistische vertoning. Maar Trump kan niet anders. Het is altijd alles of niets geweest.

Dit keer krijgen de peilingen vermoedelijk gelijk. De onmogelijke belofte die Trump zijn boze, verweesde electoraat vier jaar geleden deed, is niet ingelost maar hard in aanraking gekomen met een weerbarstige werkelijkheid. Politici komen hun beloften zelden na, maar Trump stelde zijn aanhang niet slechts een koerswijziging en hervormingen in het vooruitzicht, niet alleen meer conservatieve opperrechters en minder belastingen, maar opstand en strijd, een keiharde afrekening en een radicale ommekeer in zelf- en wereldbeeld.

In The New York Post vraagt de rechtse columnist en Fox News-medewerker Michael Goodwin zich deze week af waar het momentum voor Trump blijft: een aanmerkelijk hoger percentage Amerikanen dan onder Obama of George W. Bush geeft immers aan nu beter af te zijn dan vier jaar geleden. Door de Amerikanen die vraag voor te leggen won Ronald Reagan van Jimmy Carter, stelt Goodwin gefrustreerd. Waarom gaat het Trump niet lukken?

Goodwin wijt het aan het consequent onsmakelijke gedrag van Trump zelf. Dat speelt zeker een rol, Trump is buiten zijn vaste aanhang nooit populair geworden, integendeel.

Schril

Belangrijker lijkt me dat de verbeten cultuurstrijd die door Trump (en Fox) de afgelopen jaren is gevoerd, dit soort bedaarde argumenten naar de zijlijn heeft geschoven. De dingen die Trump voor zijn kiezers heeft waargemaakt, steken schril af bij zijn radicale belofte. De ommekeer is uitgebleven. De haat en verdeeldheid die de motor van zijn presidentschap vormden, kunnen de gevolgen van de pandemie en de economische terugval niet blijvend aan het zicht onttrekken. Trump is net zozeer een speelbal van gebeurtenissen waar hij geen greep op heeft als zijn voorgangers. Hij is geen man of destiny, maar een slachtoffer van omstandigheden. Voor hem is dat fataal.

Als Trump verliest zullen veel mensen, ook hier, opgelucht zijn. Maar zijn er ook veel mensen die verwachten dat Joe Biden een nieuw tijdperk zal inluiden? Trump heeft zijn belofte niet kunnen inlossen, dat was altijd onmogelijk, een fantasie, maar is die daardoor ook minder aantrekkelijk geworden? De wereld is nog steeds hopeloos complex, grote kwesties zijn meestal onbevattelijk voor niet-experts, er worden offers gevraagd voor zaken die abstract en ver weg lijken, zelfbeschikking blijkt steeds opnieuw een illusie. De aanzwellende kritiek op het neoliberalisme, ongelijkheid en racisme en de oproepen tot nieuwe solidariteit, moeten nog hun beslag krijgen in een door-en-door gepolariseerd politiek klimaat. Welke politicus maakt die boodschap voor een brede laag van de bevolking blijvend aantrekkelijk?

Als Trump over ruim twee weken wordt weggestemd, is het in de eerste plaats de teleurstelling in de man die zijn onmacht niet langer kan maskeren. „I am a Republican, but I am not a fool. Biden 2020’’ zoals op een bord in de tuin in een van de Amerikaanse voorsteden staat. Intussen vermoed ik dat de belofte die Trump zijn publiek begin 2016 deed, tijdens die koude winteravond in New Hampshire, nog altijd een flink deel van het electoraat in zijn greep heeft. Het onbehagen houdt aan.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.