Marit Bouwmeester

Foto Merlijn Doomernik

Interview

‘Obsessieve’ kampioen Marit Bouwmeester: ‘Je kunt leren om stoïcijns door te zetten’

Zeilen Marit Bouwmeester heeft sinds deze week weer alle grote titels in haar klasse, Laser Radial, in bezit. Ze is geobsedeerd door winnen. Het olympisch goud van Rio (2016) is lang niet genoeg voor haar. „Ik wil mijn sport domineren.”

Het lijstje is weer compleet. En zo moet het zijn in het leven van Marit Bouwmeester. Dinsdag heroverde ze in Gdansk de Europese titel in de Laser Radial, het ranke bootje waarin ze al haar halve leven vaart. De wereldtitel en olympisch goud had ze al. Alles wat telt. Zo wil ze het hebben. De sport naar haar hand zetten. „Ik wil graag een sporter zijn die voor lange tijd heerst en echt het verschil maakt.”

Domineren noemt ze dat, met een glimlach op haar gezicht. Ze is net terug in Den Haag, een dag nadat ze in ijskoud Pools water voor de derde keer Europees kampioen is geworden. Vanuit kansloze positie. Dat is Marit Bouwmeester (32). Doorgaan als anderen opgeven. Het water op, trainen. Ook als het koud is en de volgende race onzichtbaar achter de horizon ligt. Die houding, en haar gevoel voor wind en water, maakte haar tot de beste ter wereld.

Ze kijkt naar de tuin, waar haar vriend een workout doet op een van de fitnessapparaten. Een erfenis van de eerste coronagolf. „We hebben in maart meteen de planten uit de tuin gehaald en een gym gebouwd. Heel actiegericht, zoals je altijd doet in de topsport.”

Ze hoest. „Nee, nee!”, zegt ze snel. „Gewoon, kriebel in mijn keel.” Dan: „Ik heb altijd veel bewondering voor mensen die voor een heel lange tijd goed zijn in wat ze doen. Of dat nou kunst, cultuur of sport is.”

Waar komt jouw drive vandaan?

„Ik heb vroeger wat tegenslagen gehad waardoor ik mij al jong moest afvragen: wat wil ik nou echt? Ik had mij een keer als junior gekwalificeerd voor het senioren-WK, maar de bond gaf mijn plek aan Lisa Westerhof. Dat vond ik echt niet oké, omdat ik haar fair en square had verslagen. Toen dacht ik echt: ik ga nu zo goed worden dat niemand ooit om mij heen kan.”

Had je die verbetenheid als kind ook al?

„Ik weet niet precies wanneer dat is begonnen. Ik krijg nu vaak berichtjes van ouders die vragen: hoe wordt mijn kind succesvol? Mijn ouders hebben mij nooit gepusht. Het ging altijd om lol, met mijn zus Anneke en mijn broer Roelof. We deden alles met z’n drieën. Mijn ouders geloofden heel erg in een algemene opvoeding. Ik heb gekorfbald, getennist, gezwommen, accordeon gespeeld. In zeilen bleken we het beste. We trokken veel op met drie andere gezinnen, waaronder de familie Bergsma, met Jorrit. Die is natuurlijk gaan schaatsen, maar hij zeilde eerst. Elk weekend voelde als vakantie. Voeren we vrijdag naar Sneek of het Pikmeer. Maar toen ik op mijn vijftiende uit de Optimist stapte, in de Laser Radial, dacht ik: dit is wat ik wil.”

Marit Bouwmeester in actie tijdens de Spelen van Rio, in 2016. Foto Thom Touw/ANP

Roelof werd na zijn carrière sparringpartner en coach. Wat betekent hij voor jou?

„Ik kan supergoed met hem opschieten. Een heel mooi persoon. Ik heb één keer ruzie met hem gehad. Ik dacht vroeger een keer dat het grappig was tijdens het eten zijn vork een duw te geven. Die schoot in zijn gehemelte. Roelof is drie jaar ouder; hij is altijd een wegbereider geweest. Hij vond het leuk zijn kleine zusje op sleeptouw te nemen, ik volgde hem. Hij begon op zijn achttiende met fysieke training. Ik volgde, maar ik was vijftien. Hij is heel belangrijk geweest voor mijn successen.”

Je werd begin dit jaar wereldkampioen in Melbourne. Toen ging er een streep door de Spelen.

„Ik heb in Melbourne nog een container ingepakt voor Tokio. Ik zou daar in april gaan trainen. Maar dat ging niet door. Ik ben heel blij dat we eerder al heel veel tijd op het olympische water hebben doorgebracht. Ik ben direct na Rio naar Tokio gegaan om de omstandigheden te bestuderen. Sindsdien heb ik daar elk jaar twee of drie maanden getraind. Geen dag vrij als ik op olympisch water ben. Ik heb 74 A4-tjes volgeschreven met observaties over het water en het weer. Ik ben natuurlijk obsessief. Ik had meer willen doen. Maar ik denk dat ik genoeg informatie heb.”

Je bent obsessief?

„Ja, ik ben wel obsessief. Ik wil alles controleren wat binnen mijn controle ligt. Het mag niet liggen aan materiaal, fysiek, voeding. Als het niet gaat zoals ik wil, kan ik wel eens doorslaan. Vroeger sloeg ik een roer in tweeën als ik op de training niet hard genoeg had gevaren. Dan zei [coach] Jaap Zielhuis: ‘Het hoeft toch niet stuk?’ Ja, het moet wel stuk. Dat heb ik totaal niet meer. Je leert als zeiler tegenslagen accepteren. Er zijn zoveel oncontroleerbare factoren. Je leert daarmee omgaan.”

Dat past niet bij een obsessieve geest.

„Ergens juist wel. Je wilt ook je hoofd controleren, je wilt jezelf niet laten gaan. Dat is heel tegenstrijdig. De wind is gedraaid? Oké, we gaan het anders doen. Dit jaar niet gewonnen? Oké, volgend jaar.”

Lees ook deze reportage over Bouwmeesters gouden medaille op de Spelen van 2016 in Rio de Janeiro

Je wilt comfortabel worden met het oncomfortabele. En het oncontroleerbare.

„Daar train ik echt op. Ik probeer mezelf zo vaak mogelijk in oncomfortabele situaties te brengen. Ik wil kunnen omgaan met dingen die ik niet kan controleren. Het is te kinderachtig, te emotioneel om je goed te voelen als het goed gaat, en kut als het kut gaat.”

Hoe zoek je het oncomfortabele op?

„Je kunt jezelf leren gedrag te vertonen dat je wilt in een oncomfortabele situatie. Als ik er word afgevaren op een training kan ik excuses zoeken, of stoppen. Maar dat gedrag ga je dan ook vertonen als het tegenzit in wedstrijden. Je kunt leren stoïcijns door te zetten.”

Ook als de Olympische Spelen niet doorgaan.

„Ja. Ik moet ervan uitgaan dat het doorgaat. Je kan niet níét trainen. Ik ga ervan uit dat het doorgaat totdat ik weet dat het niet doorgaat. Wedstrijden betekenen voor mij laten zien wat ik op de training heb gedaan. Met die trainingen zal ik het nu moeten doen. En bij wedstrijden zal straks blijken wie wat heeft gedaan. Je kunt je als topsporter niet veroorloven stil te zitten; ergens op de wereld is iemand wél aan het trainen. Je wordt dan gewoon voorbij gevaren. Ik ben hopelijk degene die anderen afstraft omdat ze nu niet trainen.”

Je hebt alles al gewonnen.

„Wat ik doe vind ik oprecht heel leuk. Mijn doelstelling is groter dan olympisch kampioen worden. Ik wil meerdere keren winnen, het verschil maken in de sport. Ik heb altijd veel bewondering gehad voor mensen die hun stempel hebben gedrukt op de sport, zoals Sven Kramer of Usain Bolt. Dat zou ik heel graag in het zeilen doen.”

Je noemt twee mannen.

„Serena Williams is zeker ook een voorbeeld. Eén keer winnen is knap, maar blijven winnen is zo moeilijk. Elke keer als je aan de startlijn staat, stel je je weer kwetsbaar op. Wat je eerder hebt bereikt, zegt niks over nu. Ik heb veel bewondering voor mensen die dat kunnen. Iets doen wat nog nooit iemand heeft gedaan. Veel mensen in mijn omgeving zijn altijd voor de underdog. Ik ben juist voor de grote favoriet. Je kunt juichen voor de underdog, maar heb respect voor iemand die jarenlang kan winnen. Dat vergt echt karakter. Bij Sven Kramer is het nieuws als hij tweede wordt. Ik was ook groot fan van Dorian [van Rijsselberghe]. Ik hoopte dat hij nog een keer naar de Spelen zou gaan. Maar Kieran Badloe is natuurlijk ook een fantastische sporter.”

Marit Bouwmeester Foto Merlijn Doomernik

Kon je tijdens de lockdown nog trainen? De accommodaties waren gesloten.

„Wij zijn blijven trainen op zee bij Scheveningen. Omkleden bij de auto. Ik zeil alleen, dat mocht. Veel zeilers gingen rustig aan doen, vonden het te koud, dachten dat de Spelen zouden worden uitgesteld. Het was zó koud, ik was één grote ijsklomp. Ik stond wel weer met beide benen op de grond, na het WK. Mond houden, trainen. Met 6 graden kun je alleen niet lang zeilen. Maar ik was dankbaar dat ik nog kon varen.”

Dat klinkt positief.

„Zo bekijk ik deze coronatijd wel. Ik geloof heel erg in positiviteit. We zijn gezond. Er zijn op dit moment belangrijker dingen, maar we mogen nog sporten. Wees dankbaar. Volgend jaar krijgen we onze kans nog wel. Wees gewoon blij dat je nog mag trainen.”

Waar haal jij je plezier vandaan elke dag: het ritueel, contact met het water?

„Ik ben ook wel eens chagrijnig. Ik haal de grootste lol uit het verbeteren. Zowel in de gym als op het water. Als het regent ga ik ook drie uur stoïcijns fietsen. Als ik dan terugben, geeft dat voldoening. Maar afgelopen dinsdag, op de laatste dag van het EK in Polen, waren de omstandigheden supermooi. Daar kan ik wel van genieten, zeker als het zo afloopt.”

Zie je dan nog het mooie van de zee?

„Zodra ik in een boot zit, moet hij hard door het water. Maar zeilen zoals dinsdag, windje 4-5, mooie golven, die snelheid, tactisch spel, je connect de ene golf na de andere, dat is wel gaaf.”

Wat gaan jullie nu doen?

„Dat gaan we de komende weken bekijken. We hebben geen wedstrijden. We moeten kijken waar we kunnen trainen. Misschien gaan we naar Vilamoura [Algarve] of Gran Canaria. Ergens waar we onze eigen gym kunnen neerzetten. Maar dan moeten we er wel heen kunnen. Het wordt even puzzelen hoe we de winter kunnen doorkomen. Hopelijk kunnen we in april weer richting Tokio.”

En als de Olympische Spelen van Tokio volgend jaar niet doorgaan?

„Het IOC spreekt de intentie uit dat het doorgaat. Daar ga ik vanuit. Als het niet doorgaat, dan is dat zo. En of het met of zonder fans is maakt mij niets uit. Ik wil gewoon die olympische titel.”