Opinie

Martelen in Minsk – het kan geen verrassing zijn

Geen volk draagt zo hartstochtelijk Europese waarden uit als het Wit-Russische, ziet Hubert Smeets. Ondertussen martelt Loekasjenko door.

Hubert Smeets

De beelden zijn schokkend om wat je niét ziet. Kreupel en kermend wordt Maksim Chorosjin door ambulancebroeders vanuit een politiebureau naar een ziekenauto gesleept. Er sijpelt bloed uit zijn mond, terwijl agenten schreeuwen dat er niet mag worden gefilmd.

Chorosjin is een kleine ondernemer uit Minsk. Hij heeft een bloemenzaak. Zondag, tijdens de Mars der Trots tegen het regime van Loekasjenko, heeft hij bloemen aan betogende vrouwen uitgereikt. Dinsdag is hij gearresteerd. Zo hardhandig dat artsen in het ziekenhuis, behalve „schaafwonden”, ook „zwellingen van inwendige organen en scrotum” plus botbreuken in „onderbeen en linkerzij” diagnosticeren.

Volgens Chorosjin zelf is hij in elkaar gebeukt. Sindsdien raakt hij soms ineens buiten bewustzijn of herkent hij zijn eigen vrouw niet meer. De politie erkent dat hij is gearresteerd, maar duikt voor de vraag wat erna is gebeurd. Met dat zwijgen laadt ze de verdenking op zich de bloemenman te hebben gefolterd.

Martelen in Minsk: het kan geen verrassing zijn. Omdat Loekasjenko niet meer kan bogen op iets als een sociaal contract (onderdrukking in ruil voor werk), overschrijdt zijn regime elke dag een nieuwe grens. Zelfs sporthelden worden en masse gearresteerd. Daags voor de mishandeling van Chorosjin had de onderminister van Binnenlandse Zaken al laten weten dat de oproerpolitie voortaan met scherp zou schieten. Geweld en intimidatie zijn de norm geworden.

Loekasjenko wordt formeel door niets gehinderd. Wit-Rusland is het enige land in Europa dat geen lid is van de Raad van Europa. Daarom kan hij zich onttrekken aan alle waarden en normen uit het Europese mensenrechtenverdrag, waaraan zijn beschermheer Poetin op papier nog wel is gebonden. Loekasjenko heeft nu weliswaar persoonlijke sancties van de EU te duchten, maar Europa heeft die maatregelen slechts aangekondigd en nog niet geëffectueerd.

De anti-Europese repressie door de loekasjisten wil echter niet zeggen dat Wit-Rusland geen deel van Europa is. Integendeel. Behalve de Baltische staten draagt geen deelrepubliek uit de Sovjet-Unie de Europese waarden zo hartstochtelijk uit als de Wit-Russische protestbeweging.

Dat begint met haar geweldloosheid. In acht weken hebben de Wit-Russen slechts enkele stenen en flessen door de lucht gekeild. Ook haar geopolitieke zelfbeheersing is ongekend. Hoewel het Kremlin geen poot voor ze uitsteekt, worden de betogers niet anti-Russisch. Ze laten zich zelfs niet provoceren als Poetins minister Lavrov (Buitenlandse Zaken) schimpt dat het Wit-Russisch slechts een kunstmatig taaltje is.

Voor de betogende vrouwen, jongeren en bejaarden draait het om de rechtsstaat. Ze willen dat de macht na 26 jaar eindelijk eens wordt gebaseerd op de (grond)wet en eerlijke verkiezingen. Ze zijn constitutionele patriotten. Ze klampen zich vast aan Verfassungspatriottismus, zoals het in Duitsland heet. Etnisch nationalisme is hen vreemd.

Al met al doen deze Wit-Russische burgers een beroep op de democratische kern van de naoorlogse Europese cultuur. Dat appèl wordt amper beantwoord. De EU weet zich er (nog) geen raad mee, uit angst om de toorn van het Kremlin te wekken.

In dit vacuüm zitten de Gandhi’s in Minsk nu al twee maanden in de tang tussen de sadisten van de oproerpolitie enerzijds en anderzijds Europese leiders die maar niet uitgedacht raken over wat te doen.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.