Reportage

Jos B. ontkent opnieuw Nicky om het leven te hebben gebracht

Rechtszaak Nicky Verstappen Op de laatste zittingsdag herhaalde verdachte Jos B. zijn eerdere verklaring; hij zou Nicky dood hebben gevonden. „Ik heb jaren rondgelopen met een geheim.”

Advocaat Gerald Roethof komt aan voor de laatste zittingsdag van het proces tegen Jos B., die verdacht wordt van het doden van Nicky Verstappen.
Advocaat Gerald Roethof komt aan voor de laatste zittingsdag van het proces tegen Jos B., die verdacht wordt van het doden van Nicky Verstappen. Foto Marcel van Hoorn/ANP

Hakkelend en haperend, soms huilend, vertelt Jos B. vrijdag aan het eind van de laatste zittingsdag nog keer aan de rechtbank in Maastricht wat er volgens hem gebeurd is in augustus 1998, toen ’s avonds het levenloze lichaam van de destijds elfjarige Nicky Verstappen gevonden werd op de Brunssummerheide. „Het was […] een mooie dag, maar hoeveel pech kun je hebben dat je iemand vindt die dood is.” Gelukkig, zegt hij, had hij niet getwijfeld en was in actie gekomen. Hij was er „zo snel mogelijk naartoe gegaan” en had „de lichaamsfuncties gecontroleerd”.

Op de eerste zittingsdag, maandag drie weken geleden, vertelde hij min of meer hetzelfde verhaal, om te verklaren hoe er zoveel dna van hem op de onderbroek van Nicky terecht had kunnen komen. Vrijdag voegt hij eraan toe dat hij er geen enkele spijt van heeft dat hij het gedaan had, die lichaamsfuncties controleren. Wél heeft hij spijt dat hij dit pas in de rechtszaak tegen hem gemeld heeft. „Toen ik naast het lichaam van Nicky zat, bekroop me een angst dat ik bekeken werd. Ik moest daar weg, maar wat doe je dan verder?” Jos B. wordt verdacht van het seksueel misbruiken en doden van Nicky Verstappen. Ook zou hij de jongen wederrechtelijk van zijn vrijheid hebben beroofd en kinderporno in bezit hebben gehad. Tegen B. werd vorige week vijftien jaar cel en tbs met dwangverpleging geëist, of achttien jaar zonder tbs..

Tunnelvisie

Aan het begin van de laatste zittingsdag reageert het Openbaar Ministerie op het pleidooi van B.’s advocaat Gerald Roethof, afgelopen maandag. Volgens officier van justitie Paul Emmen zegt Roethof dat het OM naar deze verdachte toe heeft geredeneerd en aan een tunnelvisie lijdt. Emmen, die af en toe ook tamelijk geëmotioneerd klinkt: „Dat is niet waar, we zijn aan het begin begonnen: Nicky Verstappen is omgekomen door een levensdelict. We zijn uitgegaan van het dna van NN2.” Dat was de codenaam van de tot juni 1998 anonieme donor. „Ook als we verdachte nooit gevonden hadden, dan hadden we NN2 als de dader aangemerkt.”

Het is ook niet zo, zegt Emmen, dat de bewijsvoering in deze zaak valt of staat met de zwakste schakel. Volgens het OM doet het er niet eens toe of Nicky zelf uit het jeugdkamp is weggelopen en verdwaald is, zoals Roethof in zijn pleidooi zei. Op enig moment, zegt Emmen, zijn Nicky en verdachte elkaar tegengekomen. Het tijdstip waarop Nicky is overleden is net zo min relevant. Hij werd dood gevonden en zijn dood kan volgens het OM alleen door een seksueel gemotiveerd misdrijf worden verklaard. Het is ook niet waar, zegt het OM, dat B.’s zwijgrecht door justitie zou zijn ondergraven. Emmen: „We hebben nimmer gezegd dat het zwijgen tot verdenking leidt.”

‘Onzekerheid op onzekerheid’

In zijn reactie op de repliek van het OM zegt Roethof vrijdagmiddag dat hij eigenlijk niets meer had willen zeggen. „Maar het OM daagt me ertoe uit.” Bijna honend citeert hij een paar halve zinnen uit het requisitoir van vorige week donderdag: „Het kan niet anders dan…” En: „Redelijkerwijs is er geen andere mogelijkheid dan…” Om daarna nog maar eens te zeggen dat het OM „onzekerheid op onzekerheid” stapelt. Er is volgens Roethof geen enkel wettig en overtuigend bewijs tegen B. „Nul plus nul plus nul is nul.”

Lees ook: Jos B. spreekt, maar geeft niet op alle vragen een antwoord

Jos B. refereert in zijn slotwoord aan de zedenzaak in 1985, toen de politie bij hem aan de deur was gekomen. Hij was niet thuis geweest, maar had wel de moed gehad om zich te melden. Hij herinnert zich wat een van de rechercheurs tegen hem zei: „Wat er ook gebeurt met een kind, we zullen je altijd vinden.” Daarom was hij in augustus 1998 zo bang geweest. En met de jaren was hij ervan overtuigd geraakt dat die angst misschien wel gerechtvaardigd was. „Ik heb jaren rondgelopen met een geheim.”

Hij is opgelucht dat hij nu verteld heeft wat er is gebeurd. Heel verdrietig voor de moeder, zegt hij, dat die geen antwoorden heeft gekregen op haar vragen. Maar híj heeft ze niet. Hij is niet de dader. Zijn laatste zin tegen de rechtbank, snikkend: „U beslist hoe mijn leven er verder uit gaat zien. Ik hoop op een wijs besluit. Dank u.”

Het OM heeft de verklaring van Jos B., zoals uitgesproken op de eerste zittingsdag, als ongeloofwaardig terzijde geschoven. De rechtbank, die meer tijd dan normaal nodig zegt te hebben, doet op vrijdag 20 november uitspraak.