Opinie

In plaats van een lockdown

Frits Abrahams

Terwijl we amechtig van de ene naar de andere gedeeltelijke lockdown struikelen, al of niet met mondkapje, doemt een onontkoombare vraag op: wat doen we straks als de cijfers gunstiger zijn geworden?

Gaan we dan als vanouds heerlijk de beest uithangen zodat de ziekenhuizen weer snel volraken? In dat geval dreigt een complete lockdown. Of proberen we voor de lange termijn iets anders te verzinnen zolang er geen vaccin is?

Over die kwestie las ik onder het motto ‘Denken in oplossingen’ in de Volkskrant een interessant stuk van de Trouw-journalist Peter Henk Steenhuis en uitgever (Van Oorschot) Menno Hartman. Zij bedachten een plan J, dat uitgaat van de positie van de jongeren. Jongeren zijn compleet andere mensen dan ouderen, vindt Steenhuis (zelf 51), die ik om een toelichting vroeg, we houden er te weinig rekening mee hoezeer ze veranderen, en we leggen hun nu allerlei maatregelen op zonder ze iets te vragen.

Dat ben ik met hem eens. Je merkt aan de reactie van jonge mensen – zie de feestvreugde in Liverpool en Den Haag – dat ze steeds meer moeite krijgen met beperkende maatregelen. Deze tweede lockdown zullen de meesten nog wel accepteren, maar er zal een einde komen aan hun verdraagzaamheid. Dat vooruitzicht bracht Steenhuis en Hartman op hun plan J, daarbij herinnerend aan de woorden van de Amerikaanse president Herbert Hoover: „Older men declare war. But it is youth that must fight and die”.

Het plan J gaat uit van vier leeftijdsgroepen (‘cohorten’): 1. Kinderen tot 15. 2. Jongeren van 15 tot 30. 3. Volwassenen van 30 tot 60. 4. Ouderen boven de 60. De opzet is die groepen zoveel mogelijk uit elkaar te houden om het besmettingsgevaar te verkleinen. De eerste groep kan de hele dag zijn gang gaan, omdat daar het besmettingsgevaar gering is; voor de andere groepen is een tijdslot bedacht.

De tweede groep krijgt een deel van de dag dat „het best aansluit bij hun bioritme”: van 17 uur tot en met de nacht. Zij zien elkaar dan in het uitgaansleven en doen boodschappen. De derde groep werkt en luncht van 12 tot 17 uur. En de vierde en oudste groep („vaak vroeg wakker”) krijgt „de morgenstond tot 12 uur” waarin ook bioscoop, theaters en concertzalen voor hen toegankelijk moeten zijn; Mahler op je nuchtere maag, het is weer eens iets anders.

Ik heb Steenhuis voorgesteld om de morgenstond van de oudjes met een uur te verlengen, want sommigen hechten eraan langzaam te wennen aan de nieuwe dag; hij was gelukkig niet tegen. Wat betreft de handhaving voelde hij meer voor toegangsverboden bij uitgaansgelegenheden dan voor boetes. Zelf zag hij één groot praktisch bezwaar tegen plan J: eigenlijk zouden kinderen van 17 jaar en ouder voorgoed het ouderlijk huis moeten verlaten vanwege het besmettingsgevaar.

Dat wordt inderdaad slikken. Maar, zegt Steenhuis, het alternatief is een complete lockdown, en dat is voor iedereen een ramp. „Dat moeten we de jeugd voorhouden.”

Hem bereikte inmiddels een variant op plan J: geef de verschillende groepen vaste dagen waarop ze hun gang kunnen gaan. Dat idee heb ik eerder gehoord, maar plan J was voor mij nieuw – en daarom des te interessanter en uitdagender. Of we het – of een ander plan – nodig hebben, hangt af van ‘het vaccin’, wat bijna een andere naam voor God is geworden.