Opinie

Het kruispunt, de bloemen, de lichtjes

Column Amsterdam

Auke Kok

Hoe langer je ergens woont, hoe meer erge plekken er zijn. Plekken waar het noodlot heeft toegeslagen en alles plotseling ophield. Het leven van de één stopte, het leven van de ander werd nooit meer hetzelfde. Als je gevoelig bent voor die dingen wordt het stadse bestaan er niet vrolijker op. Nu weer de Willem de Zwijgerlaan, hoek Jan van Galenstraat. Sinds 24 september een nieuwe Erge Plek in Amsterdam. Omdat een 31-jarige vrouw haar fietsritje over de Jan van Galenstraat om negen uur ’s morgens wilde vervolgen in de richting van het centrum, en de chauffeur van een vrachtwagen, veilig hoog in zijn rode Volvo, op hetzelfde moment rechtsaf ging.

Nu nog steeds is de plek in West een altaar van bloemen. Emmers vol lelies, hortensia’s, dahlia’s en rozen, zonnebloemen. Ze klimmen als het ware tegen de voetgangers- en fietsersstoplichten op en vormen zo een erehaag voor Tessie, die er niet meer is. Kaartjes met ‘te vroeg’ en ‘lieve Tess’ en ‘missen’ snijden door je ziel.

Een mooie glimlach tussen blonde lokken. Terugkijken doet pijn

Tessie glimlacht de voorbijganger vanaf een tegen een verkeerslichtpaal geplakte foto toe. Keurig in een lijstje. Vriendelijk en ingehouden kijkt ze je aan, begripvol haast. Een mooie glimlach tussen blonde lokken. Terugkijken doet pijn. Misschien wel juist als je haar niet kende en het niet lukt iets concreets te denken. Machteloos je ogen over de bloemenzee laten varen, een kaartje lezen, even in een waxinelichtje staren: meer kun je als eenvoudige passant niet doen.

Het kruispunt Willem de Zwijgerlaan-Jan van Galenstraat was al geen feestnummer en dat is het nu nog minder dan voorheen. Iedereen heeft er haast, wil zo snel mogelijk weer weg. De lunchrooms aan weerskanten van de Erge Plek veranderen daar weinig aan, ook al doen Bagels & Beans en Bendito Café nog zo hun best.

De mensen fronsen onder een lichtgrijs wolkendek dat het licht verspreidt. Niemand lacht. Sommigen kijken even opzij naar het altaar; kijken dan snel weer voor zich uit, hun leven gaat door.

Altijd denk ik in de Linnaeusstraat ter hoogte van (voorheen) BCC even aan Theo van Gogh. Bij het Marnixbad even aan de twaalfjarige Boris. Bij de hoek Hobbemastraat-Stadhouderskade aan Tonio, de zoon van Adri van der Heijden en Mirjam Rotenstreich. Bij de Dam, als ik uit de Damstraat kom, aan Margit, de dochter van Anna Enquist. Bij de Claude Debussylaan in Buitenveldert aan Mijske. Bij de Eerste Oosterparkstraat, hoek Beukenweg, aan Celina. Verderop, in het Oosterpark, aan de vermoorde Pool Jan Majdanski. Sinds de aanrijding van Zara in 2016 is het President Steynplantsoen naast de Wibautstraat een Erge Plek.

Daar is Willem de Zwijgerlaan, hoek Jan van Galenstraat nu dus bijgekomen. Stoplichten, zebrapaden, haaientanden, stippellijnen, doorgetrokken lijnen, vierkantjes, vrijliggende, roodkleurige fietspaden: er is veel gedaan om dit te voorkomen. Toch greep het noodlot weer zijn kans. Nu rest het verdriet van al die bloemen en al die lichtjes voor Tessie, voor de leegte die zij achterlaat.

Auke Kok is schrijver en journalist.
Lees ook: Altijd een blik opzij in de Linnaeusstraat

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.