Opinie

Het fiasco van een goed georganiseerd land

Volksgezondheid De coronacrisis is niet alleen een bedreiging van de gezondheid en de economie, maar begint ook het zelfbeeld van Nederland aan te tasten. Minder overmoed tonen en meer rekening houden met instabiliteit is volgens hoog nodig.
Illustratie Cyprian Koscielniak

Een plek waar zaken goed geregeld zijn, zo zien Nederlanders hun land graag. Dat beeld zat bijvoorbeeld vorig jaar in de rapportage Denkend aan Nederland van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Nederlanders in het buitenland valt het op dat Nederland goed georganiseerd is, noteerde het SCP. Een van de instituties waar dat uit blijkt, is de gezondheidszorg, aldus deze studie. Het idee dat dit een goed georganiseerd land is, maakt deel uit van de nationale trots. Wie verontwaardigd is over zaken die mis gaan, grijpt al snel naar de uitdrukking „hoe kan het dat in zo’n goed georganiseerd land als Nederland deze misstand nog bestaat.”

Lees ook: Leer van Duitsland: voorkom besmettingen

In maart, aan het begin van de ‘intelligente lockdown’, schreef de Volkskrant-columnist Sheila Sitalsing bewonderend over „dit waanzinnig georganiseerde land”. Dat was niet ironisch bedoeld. De bewijzen lagen voor het oprapen, meende Sitalsing. Het digitale netwerk haperde niet ondanks het massale thuiswerken en het land kon bogen op „zijn verpleegkundigen en artsen die er gewoon een tandje bovenop doen” en op „ministers van beton”.

Dat netwerk functioneert ook nu goed, verpleegkundigen en artsen werken nog steeds keihard, maar een lofzang op de organisatiegraad van dit land is niet meer vol te houden. Laat staan op de ministers.

Grootschalige desorganisatie

De coronacrisis legt juist grootschalige desorganisatie bloot, met besmettingscijfers die tot de hoogste van Europa of misschien wel van de wereld horen. Premier Mark Rutte (VVD) wil niet aan die vergelijking met het buitenland. „Ik waag me niet aan sociologische verklaringen”, zei hij, toen hem daarnaar gevraagd werd tijdens de persconferentie deze week. Maar vergelijkingen met andere landen zijn onvermijdelijk in een mondiale crisis. En niet de besmettingscijfers, maar vooral een reeks politieke en bestuurlijke tekortkomingen ondergraven het idee van een goed georganiseerd land. Dit is een land dat niet in staat is basale voorzieningen goed te regelen, dat de crisis uit de hand heeft laten lopen, zoals scherp werd opgemerkt door de Britse Nederlander en schrijver Ben Coates.

Het gaat mis door overschatting van de eigen mogelijkheden en onderschatting van de gevolgen van de epidemie. De onderschatting was evident in het vroege voorjaar, maar kwam in de zomer terug. Er was sprake van herbesmetting met het optimismevirus.

Voor de eerste keer zijn verzachtende omstandigheden aan te voeren: het virus was nieuw, veel kennis ontbrak. En het was verleidelijk, maar fout, te denken dat wat in China en Italië gebeurde hier nooit zou kunnen voorkomen. Bij de tweede keer wordt het ernstiger. De aanloop naar de gedeeltelijke lockdown was lang en ging maar één richting op.

Lees ook: Wopke Hoekstra opvallend ontspannen over miljardentekort

Rutte, precies deze week tien jaar premier, afficheert zichzelf als optimist. En hoewel hij bij tijd en wijle de nodige gravitas in zijn optreden legt, overheerst het verlangen om zo snel mogelijk terug te keren naar de vrolijke tijden van het biertje op het terras.

Maatregelen worden genomen als het echt niet anders kan, waarmee ze in feite te laat zijn. En soms worden ze op een tamelijk verwarrende manier gepresenteerd, iets wat de premier toegeeft. Maar niet alleen de communicatie en de timing gaan mis.

Rijk rekenen

Er is een neiging tot ‘rijk rekenen’. Dat is letterlijk zo in de begroting voor volgend jaar. De regering baseert die op het zogeheten basisscenario van het Centraal Planbureau, dat een spoedig economisch herstel schetst. Het somberder scenario van het CPB wordt voor het gemak genegeerd.

Rutte wordt in de coronapersconferenties geflankeerd door minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA), die inmiddels een heel dossier aan gebroken beloftes met zich meezeult. Van de corona-app die er in een paar dagen zou zijn maar uiteindelijk maanden werk kostte tot de herhaalde uitspraken over de uitbreiding van de testcapaciteit en het bron- en contactonderzoek. En dat zijn nog maar de meest in het oog springende voorbeelden. We fixen het wel even, is de uitstraling van De Jonge.

Maar dat doet hij vaak niet, of veel later dan hij het zelf voorstelde. Waarna de volgende belofte volgt. Het is een wonder dat de lijsttrekker van de grote bestuurspartij CDA er mee weg komt.

Lees ook: Het ziekenhuis ligt altijd al vol

Er is ook een structurele oorzaak van de instorting van organisatieland Nederland. Die ligt in de zeer krappe opzet van een groot deel van de publieke sector, ook in de zorg. De politie, het onderwijs, defensie: is er een sector die niet kampt met tekorten en hoge werkdruk? Als ziekenhuizen altijd al bijna helemaal vol liggen, zoals NRC afgelopen week schreef, hoeft er maar weinig te gebeuren of de boel loopt vast. Efficiency staat voorop, met het idee om de kosten laag te houden. Als op één onderdeel van het systeem druk uitgeoefend wordt, staat heel het raderwerk al snel stil.

Alles weten

Hier ligt eenzelfde soort mechanisme aan ten grondslag als bij het optimisme van Rutte en De Jonge. Het is het idee alles te weten: door goed te rekenen is van tevoren vast te stellen hoeveel ziekenhuisbedden en verpleegkundigen er nodig zijn. En geen bed of paramedicus meer.

Maar er is veel minder controle dan gedacht. Het kostte weken voordat nauwkeurig geregistreerd werd hoeveel en waar ziekenhuis- en IC-bedden beschikbaar waren. GGD’s zijn niet aan te sturen door de minister, eigenlijk door niemand.

Laboratoria stellen zich meer op als jaloerse rivalen dan als bondgenoten die samen een klus moeten klaren. De pandemie toont de gebreken van deze opzet. Strak berekende systemen kunnen slecht met tegenslagen omgaan. De factor van de onzekerheid wordt weggelaten. Wie al het vet van de botten weghaalt, verhongert snel.

Misschien is het tijd om meer pessimisten te betrekken bij het beleid. Hard en duidelijk ingrijpen tegen de epidemie is nodig, en dat lukt niet door burgers steeds weer te wijzen op de gedragsregels. De ernst van de situatie is lastiger over te brengen dan in het voorjaar, bijvoorbeeld omdat er minder patiënten op de ic’s liggen.

Toen waren we bevreesd voor wat er op dat moment gebeurde. Nu moeten we bang zijn voor wat nog kan komen. En al is angst een belangrijke drijfveer voor menselijk gedrag, in dit geval blijkt die lang niet bij iedereen te werken.

Het heeft niet veel zin om contacten tijdelijk te beperken, als daarna de teststraten en het bron-en-contactonderzoek niet goed functioneren. Het is dus vooral nodig om alle instituties, van de overheid, de semi-overheid en de private sector, dezelfde kant op te laten werken.

Denk aan het testen, dat de overheid niet alleen kon regelen. Moet het dan maanden duren voor er een andere oplossing wordt gevonden? Het initiatief voor die samenwerking zal van de regering moeten komen. Optimistisch gezegd: de tweede lockdown is ook een tweede kans.

Een les voor langere termijn

De huidige ervaringen zijn tegelijk een les voor de langere termijn. De coronacrisis wordt wel gezien als een voorbode van een onrustiger, instabieler tijdperk. Klimaatverandering is daar de meest pregnante uiting van. Maar instabiliteit kan ook voortkomen uit de verschuivende geopolitieke verhoudingen, uit technologie, of uit zaken die we niet vermoeden of verkeerd inschatten. Of die onrustigere tijd er komt, weet uiteraard niemand zeker. Maar er is genoeg reden om er rekening mee te houden en de verwachtingen over wat „een goed georganiseerd land” is bij te stellen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.