Facebook versus de Amerikaanse democratie

Facebook Techmagnaat Mark Zuckerberg heeft een ongekend grote greep op de Amerikaanse samenleving. Zal Washington zijn macht beteugelen?

Illustratie Pepijn Barnard

Het was zeker niet de belangrijkste mededeling die Mark Zuckerberg deed in een live-uitzending op Facebook in september 2017. De Facebook-topman vertelde de wereld hoe het bedrijf politieke advertenties transparanter wilde maken, en zei halverwege zijn verhaal, bijna achteloos: „We hebben dit weekend de integriteit van de Duitse verkiezingen gewaarborgd.”

De Amerikaanse journalist Max Read sloeg aan op dat ene zinnetje. In een baanbrekend stuk in New York Magazine schreef hij dat het natuurlijk valt te prijzen dat Facebook zijn best doet verkiezingen eerlijk te laten verlopen, maar zulke taal – het ‘waarborgen van verkiezingsintegriteit’ – kennen we van overheden, politieke partijen en van ngo’s, niet van mediabedrijven die niets eens zelf gevestigd zijn in het land waar ze de democratie een handje helpen.

Facebook is dan ook geen gewoon mediabedrijf. Het heeft met Instagram en Whatsapp het grootste deel van het wereldwijde sociale mediaverkeer in handen, en bepaalt zo voor miljarden mensen wat ze online lezen en zien, waar de grens ligt voor acceptabele politieke uitingen, welke groepen een megafoon krijgen aangereikt en welke niet. Het zinnetje over de Duitse verkiezingen, aldus Read, toont aan dat Facebook een machtsniveau heeft bereikt van „een soevereine, zelfregulerende, ‘bovenstatelijke’ entiteit”.

Drie jaar later is er weinig veranderd. Eerder deze maand kondigde Facebook een advertentiestop aan op Amerikaanse politieke advertenties na verkiezingsdag, om zo „de mogelijkheden om verwarring te zaaien” na verkiezingsdag te verminderen. In de VS wordt rekening gehouden met door president Trump opgestookte maatschappelijke onrust, als door de vele poststemmen de definitieve uitslag dagen- of wekenlang op zich laat wachten. Weer schreven commentatoren dat het valt te prijzen dat Facebook probeert het democratische systeem niet te ontwrichten, maar, bij monde van techcolumnist Kevin Roose van The New York Times: „Als je je advertentieplatform moet stilleggen omdat je bang bent dat het democratische proces erdoor wordt verstoord, misschien is je bedrijf dan te groot?”

‘Bovenstatelijke’ macht

De ‘bovenstatelijke’ politieke macht van Facebook ligt uiteindelijk bij één persoon: Mark Zuckerberg. De Facebookoprichter heeft de meeste ‘superaandelen’ van het bedrijf in handen. Dat zijn speciale aandelen, gereserveerd voor directie- en bestuursleden, die tien stemmen per aandeel geven. Dankzij deze in de techsector gebruikelijke constructie heeft Zuckerberg 58 procent van de stemrechten in handen.

Zuckerberg, een sociaal onhandige computernerd die Harvard nooit afmaakte, „worstelt” met zijn verantwoordelijkheid, vertelde zijn vrouw Priscilla Chan onlangs in een interview. Dat blijkt ook uit hoe vaak hij zijn mening moet bijstellen. Na de vorige verkiezingen noemde hij het een „absurd idee” dat desinformatie op zijn platforms kiezers zou hebben beïnvloed, later bood hij zijn excuses aan voor het bagatelliseren van Facebooks politieke invloed. Nog niet zo lang geleden was hij van mening dat in een gezond democratische proces kiezers moeten kunnen horen wat hun politieke leiders te zeggen hebben, ook als die aantoonbaar leugens verspreiden. Inmiddels heeft het bedrijf meerdere onjuiste berichten van Trump en zijn campagneteam verwijderd.

We hebben integriteit van de Duitse verkiezingen gewaarborgd

Mark Zuckerberg in 2017

Mark Zuckerberg zegt in interviews nog altijd te geloven dat sociale media meer goed dan kwaad doen in de wereld. Er zijn inderdaad ook genoeg positieve effecten te vinden. Echokamers werken anders dan veel mensen denken; onderzoeken wijzen juist uit dat sociale media juist meer perspectieven en nieuwsbronnen bieden dan mensen krijgen als ze alleen de gevestigde media zouden volgen. Ingrijpende sociale bewegingen als de Arabische Lente, #Metoo en Black Live Matter zijn moeilijk voor te stellen zonder het grassroots-activisme op platforms als Facebook en dochterbedrijf Instagram.

Aan de andere kant valt het destabiliserende effect van Facebook op de Amerikaanse samenleving moeilijk te ontkennen. 43 procent van de Amerikanen zegt zijn nieuws ten minste deels van Facebook te halen. Als een mediabedrijf met zo’n grote invloed een megafoon geeft aan complotdenkers en de meest radicale stemmen, dan moet het niet raar opkijken als het polarisatie oogst. Pas begin oktober besloot Facebook de extreemrechtse complotbeweging QAnon te blokkeren, maar toen had de beweging al miljoenen volgers gerekruteerd.

Facebook is bovendien een mediabedrijf dat niet selecteert op nieuwswaarde of betrouwbaarheid, maar op basis van de mate waarin berichten gedeeld worden. Zo heeft het bijgedragen aan een klimaat waarin feiten en betrouwbaarheid gereduceerd zijn tot ‘ook maar een mening’. De sector die tegenwicht zou kunnen bieden aan de polarisatie en ongebreidelde leugens – de gevestigde media – doet daar ofwel aan mee, of heeft zware klappen te verduren gekregen door de overheveling van advertentie-inkomsten naar Google en Facebook. Alleen al in 2020 verloren 11.000 Amerikaanse journalisten hun baan. Tweederde van de Amerikaanse counties moet het tegenwoordig stellen zonder lokale krant.

Tegen die achtergrond proberen Amerikaanse beleidsmakers de macht van Facebook en andere grote techbedrijven nu te breken. Het Amerikaanse Congres doet onderzoek naar machtsmisbruik en monopolievorming in de techsector, dat uiteindelijk kan leiden tot het opbreken van Facebook en zijn dochterondernemingen. En zowel president Trump als zijn uitdager Joe Biden hebben zich uitgesproken voor het inperken van Facebooks ongereguleerde machtspositie. Wie er ook wint op 3 november, het kan bijna niet anders dan dat Zuckerberg het met hem aan de stok krijgt.