De Zeemeeuw in Noordwijk is een familiebedrijf: Jan Klinkenberg en twee van zijn kinderen runnen de zaak. De wijnen dragen de namen van zijn kleinkinderen.

Foto David van Dam

Reportage

Een jaar van extremen in de strandtent: doodstil, overvol en code rood

Horeca NRC bezocht drie strandtenten in Noordwijk en blikte terug op het strandseizoen. Dat was er een als nooit tevoren – met een sluiting én topdrukte. Deze week kwam daar een tweede lockdown bij.

Het einde van het strandseizoen had een groot feest moeten worden. Nog één keer met bijna alle honderd medewerkers bij elkaar, stoom afblazen na acht lange, drukke maanden. Een jaar geleden waren ze naar het Forteiland bij IJmuiden gegaan. Met de boot ernaartoe, de hele dag spelletjes doen, ter afsluiting een grote barbecue. Wie wilde, kon daarna nog mee op stap.

Maar dit jaar loopt het anders. Voor strandpaviljoen B.E.A.C.H. in Noordwijk, een hippe club met veel hout, staal en glas – „het is hier net Ibiza” – zit het seizoen er al op. De eigenaren wilden eigenlijk nog tot eind oktober door, in de hoop op een paar mooie zonnige dagen en gezinnen die aan het strand hun herfstvakantie kwamen doorbrengen. Want in een jaar als dit, is elke euro omzet mooi meegenomen.

Met de jongste maatregelen van het kabinet is dat vooruitzicht vervlogen. De horeca moet dicht, in elk geval de komende maand, om het oplaaiende coronavirus weer een halt toe te roepen. En dus komt er geen feest. Zelfs het ingetogen alternatief, een Indisch buffet in de zaak, blijkt onmogelijk. De laatste avond, woensdag 14 oktober, eindigt als alle andere.

Eigenaren Wouter van Vessem (62) en Eelco Dijk (49) worden verrast door het besluit. Ze konden zich niet voorstellen dat de horeca opníéuw getroffen zou worden. Maar nu het toch zover is, lopen ze er gelaten bij. Donderdag beginnen ze maar meteen het buitenterras af te breken. Over de menukaart voor volgend jaar is al vergaderd, het bedrijfsfeest houden de werknemers tegoed.

Voor veel ondernemers is het na zeven maanden pandemie nog altijd ondoenlijk de balans op te maken. Winkeliers, concertzalen, kroegbazen en reisorganisaties – ze zitten nog middenin de crisis en de spelregels veranderen continu. Over twee weken zou het nog veel erger kunnen zijn, of misschien wel beter. En dat maakt reflecteren lastig.

Strandtenthouders kunnen dat wél. Hun seizoen begon in maart, toen het coronavirus Nederland bereikte, en loopt in oktober vaak op zijn einde. De winter is voor velen van hen altijd al een periode zonder inkomsten. Dan wordt er geschuurd, geverfd en geschroefd. Het zijn ook de maanden waarin eigenaren op vakantie gaan, waarin ze wachten tot het voorjaar aanbreekt.

NRC ging op bezoek bij drie strandtenthouders in Noordwijk, om terug te blikken op hun jaar. Zij kenden een seizoen van uitersten: van een gedwongen sluiting in het voorjaar, naar extreme drukte in de zomer, toen Nederland verkoeling zocht aan het strand. Maar bij alle drie de ondernemers overheerst ook onzekerheid. „Als ondernemer word je geacht vooruit te kijken”, zegt Wouter van Vessem van B.E.A.C.H. „Maar we weten totaal niet wat ons nog te wachten staat.”


Deel 1: Dicht

Zodra de tulpen ontluiken, stroopt strandtenthouder Jan Klinkenberg (64) zijn mouwen op. De maanden januari en februari zijn voor de eigenaar van De Zeemeeuw nog afzien. Zijn strandpaviljoen is als een van de weinige in Noordwijk het hele jaar open, maar buiten is het koud, en dus akelig rustig. Dat verandert als in de loop van maart De Keukenhof opengaat, tien kilometer verderop in Lisse. Klinkenberg: „Dan stroomt het hier vol met internationale toeristen: Japanners, Chinezen, Amerikanen.”

Vanaf dat moment is de agenda van Klinkenberg ieder jaar permanent gevuld. Eerst met de bezoekers van de vele conferenties die in Noordwijk worden gehouden, dan met mensen die voorjaarsvakantie komen vieren. Vanaf eind mei komen de trouwerijen en de bedrijfsfeesten op gang, vervolgens is het zomervakantie, en zo blijft het met mooi weer druk tot eind oktober.

Alle mensen met boekingen twijfelden ineens: wat als het wéér misgaat?

Jan Klinkenberg, eigenaar De Zeemeeuw

Ook dit jaar maakt Klinkenberg zich op voor een druk seizoen. „Het was echt puzzelen: kunnen we dat bruidspaar misschien nog een plekje geven? Het antwoord was vaak nee.” Tot het kabinet op 15 maart, een week voor de opening van De Keukenhof, de horeca sluit. Klinkenberg moet alle afspraken tot 1 juni afbellen, en ook de feesten daarna worden onzeker. „Alle mensen met boekingen twijfelden ineens: wat als het wéér misgaat?”

Een strandpaviljoen was voor Klinkenberg een langgekoesterde droom, vertelt hij halverwege oktober. De geboren Noordwijker was bijna een kwarteeuw onderwijzer en directeur op de basisschool in het dorp, maar op vakantie in Frankrijk zat hij vaak te krabbelen op een blaadje. Hoe kon de camping efficiënter? Wat zou hij anders doen in het restaurant? Dus toen twintig jaar geleden een strandtent te koop kwam te staan, was het besluit gauw genomen.

In die eerste jaren was De Zeemeeuw een eenvoudige tent – „een frietje, broodje kroket”. Maar tien jaar geleden kreeg Klinkenberg toestemming om het hele jaar te blijven staan. Voor meer dan twee miljoen euro liet hij een compleet nieuw paviljoen bouwen, met drie zalen en een enorm terras. De Zeemeeuw is nu een familiebedrijf, twee van zijn kinderen werken er ook. De wijnen die hij schenkt, importeert hij uit Duitsland. Ze dragen de namen van zijn kleinkinderen: Siem, Leila, Livy Sky.

De Zeemeeuw in Noordwijk is een familiebedrijf: Jan Klinkenberg en twee van zijn kinderen runnen de zaak. De wijnen dragen de namen van zijn kleinkinderen.
Foto David van Dam
De Zeemeeuw in Noordwijk.
Foto David van Dam
De Zeemeeuw in Noordwijk.
Foto’s David van Dam

Wikken en wegen

De eerste lockdown was „rampzalig” voor de Noordwijkse ondernemer. Zijn seizoen, normaal gesproken al kort en grillig, werd nu plotseling gehalveerd. Dat het in april en mei vaak prachtig weer was, maakte het alleen maar erger. Om te overleven vroeg Klinkenberg overheidssteun aan voor zijn dertig vaste medewerkers. Ook de oproepkrachten bleef hij na lang wikken en wegen doorbetalen. Want wat als de zaak plots weer open mocht?

Bij de buren heerste diezelfde twijfel. Van Vessem en Dijk van B.E.A.C.H. – best escape anyone can have – hadden in het voorjaar net twaalf nieuwe werknemers in dienst genomen. Voor Van Vessem, voormalig vastgoedondernemer, en Dijk, die uit de mode-industrie komt, is het pas hun derde strandseizoen. Ze waren nog volop aan het investeren en willen uitgroeien tot een van de „hipste strandtenten van Nederland”. Dus toen de lockdown kwam, belde de boekhouder meteen. „We konden die werknemers het beste in hun proeftijd ontslaan, zei hij. Maar wij dachten: we hebben ze straks hard nodig. We hebben daarom zelfs nog extra mensen aangenomen, die elders weg moesten.”

De avond van de sluiting kan het tweetal zich goed herinneren. „We zaten hier, aan deze grote tafel, te kijken naar de persconferentie”, zegt Van Vessem. „De hele tent zat vol, een halfuur later moest de zaak leeg zijn. Weer een halfuur later kwamen de boa’s al controleren. Mensen moesten nog afrekenen – het leek wel oorlog.”

De maanden daarna hebben de ondernemers maar aangegrepen om hun zaak op te knappen. Datzelfde deden ook Klinkenberg en zijn team. Een strandtent kan eigenlijk altijd onderhoud gebruiken, weet hij inmiddels. De zoute wind, het fijne zand – alles wordt aangetast. „De ramen hebben we na acht jaar al moeten vervangen. En zo’n keuken: elders gaat apparatuur vijftien jaar mee, hier is de boel na zeven jaar wel versleten.”


Deel 2: Drukte

Op 1 juni mag de zaak eindelijk weer open. Klinkenberg heeft vlak ervoor een stok van precies anderhalve meter aangeschaft. „Dáár staat hij, naast de kassa.” Hij gebruikt hem nog elke dag. Van de windschermen en de strandbedjes, tot de stoelen en de tafels op het terras en in de dinerzalen – alles wordt opnieuw gerangschikt. De regen komt die week met bakken uit de hemel, maar dat deert niet. Klinkenberg: „We mochten weer.”

Strandpaviljoen de Koele Costa in Noordwijk draait volgens eigenaar Frank Imthorn (32) meteen goed voor een junimaand. De Koele Costa is een stuk kleiner dan De Zeemeeuw en B.E.A.C.H. en heeft buiten nog vijf vakantiehuisjes staan. De gasten waren „relaxter”, herinnert Imthorn zich. „Als het een keer wat langer duurde, zeiden ze: ‘Geeft niks joh! We zitten toch lekker?’ Dat was andere jaren wel anders.”

In de zomermaanden juli en augustus kijkt zijn vader, van wie hij de strandtent overnam, zelfs weleens beduusd om zich heen. Zo druk heeft hij het in dertig jaar nog nooit gezien.

Het zijn vooral Nederlanders die dit jaar in eigen land op vakantie gaan, zegt Imthorn. En Duitsers. „Zo veel Duitsers.” Het maakt die Duitsers bovendien weinig uit of het nou twintig of dertig graden is – ze komen toch wel naar het strand. Dus ook op bewolkte dagen lopen de gasten zijn deur ineens plat. En op mooie dagen, waar er in juli en augustus véél van zijn, liggen de strandbedjes tot tien meter voor de vloedlijn stampvol. Onderaan de kassabon van de Koele Costa prijkt in oktober nog een ode aan de oosterburen: „Auf Wiederschnitzel”.

„Qua beleving is het een heel gek jaar geweest”, zegt Imthorn, die opgroeide in Noordwijk en al in de zaak rondliep voordat hij kon praten. „Maar financieel was het voor ons als een regenachtige zomer. De zomermaanden hebben de sluiting van de strandtent gewoon echt verzacht.”

Op de laatste maandag loopt Imthorn er kalm op zijn blote voeten rond. Het zand dat uit zijn haar is gedwarreld, rust nog op zijn schouders. De ochtend was rustig en de golven goed, dus is hij zoals zo vaak gaan surfen. Buiten slaat zijn vader golfballen de verte in, op een nagenoeg leeg strand.

De eigenaren van B.E.A.C.H. zaten pas in hun derde seizoen en hadden in het voorjaar net twaalf nieuwe werknemers in dienst genomen.
Foto David van Dam
Strandpaviljoen B.E.A.C.H. in Noordwijk.
Foto David van Dam
Strandpaviljoen B.E.A.C.H. in Noordwijk.
Foto’s David van Dam

Coronaboete

Ook voor de mannen van B.E.A.C.H. is het op 1 juni meteen „vol gas”, vertellen ze. In de zomermaanden staat er soms een rij van vijftig mensen voor het terras, dat dan al helemaal is gereserveerd. Maar tijdens de hittegolf wordt het op 7 augustus net iets té druk.

Het is vrijdagavond, burgemeesters van verschillende kustplaatsen hebben mensen al opgeroepen niet meer naar het strand te komen. Een groep van zo’n honderd jongeren strijkt neer naast het paviljoen van Van Vessem en Dijk. En de badgasten die de hele dag op het strand zaten, willen allemaal in één keer het terras op.

„Mensen kwamen dáár, en dáárvandaan”, wijst Van Vessem naar weerszijden van het terras. „Het was gewoon niet te handhaven.” Door de boxen die aan grote houten palen hangen klinkt de hele avond muziek, mensen blijven ondanks waarschuwingen opstaan en dansen. Intussen stoken de jongeren náást de strandtent vuurtjes, en slepen voorraden drank aan.

De hele tent zat vol, een halfuur later moest de zaak leeg zijn. Weer een halfuur later kwamen de boa’s al controleren

Wouter van Vessem, mede-eigenaar B.E.A.C.H.

„Toen we merkten dat onze beveiliger er niets meer tegen kon beginnen, hebben we de hele zaak maar dichtgegooid om tien uur ’s avonds”, zegt Van Vessem. En toch krijgen ze die dag een boete, voor het niet naleven van de coronaregels. „We denken door filmpjes op sociale media.” Tegen de boete maken de twee bezwaar.

De anderhalvemetermaatregel zorgt bij Jan Klinkenberg van De Zeemeeuw voor een hoop spanning. Ook bij hem is het deze zomer druk, het is een pleister op de wond. Maar voor Klinkenberg is het verlies tegelijkertijd groot: zijn drie zalen tellende paviljoen draait normaliter op feesten en partijen, waarvan er dit jaar slechts twee doorgaan – in kleine kring.

En dan is er ook nog die anderhalvemeterstok, nooit ver van zijn zijde. Waar hij kan, attendeert Klinkenberg het personeel op looproutes, zet hij tafels goed. Hij wil het „gewoon écht goed” doen, zegt hij. Om open te kunnen blijven, om de boa’s die buiten rondlopen tevreden te stellen, en niet in de laatste plaats voor de gasten. Klinkenberg: „Als ouderen zeggen dat ze zich hier veilig voelen, dan ben ik gelukkig.”

Bij een kop koffie schiet Klinkenberg even vol. Hoe groot de schade van de eerste lockdown precies is, dat laat hij liever aan zijn boekhouder over. Die sprak in de beginfase van acht ton verlies, zelf denkt hij dat het inmiddels meer is. Omvallen zal De Zeemeeuw niet, verzekert Klinkenberg, daarvoor heeft hij genoeg gespaard. Maar er is wel nog dat andere „zwaard van Damocles”: een mogelijke tweede lockdown. En dat wordt, samen met het constant alert zijn op de coronaregels, soms even te veel.


Deel 3: Code rood

Op 17 september gebeurt er iets vreemds in Noordwijk. Waar de boulevard de dag ervoor nog helemaal vol staat, is die donderdag de helft van de auto’s verdwenen. Ook de parkeerterrein ogen ineens leger, en bij de hotels regent het afzeggingen. Duitsland heeft code rood afgegeven voor de provincies Noord- en Zuid-Holland. En dus stappen Duitsers massaal in de auto. Na drie dagen is er op en rond de boulevard van Noordwijk geen Duitse auto meer te bekennen.

Voor Klinkenberg luidt het de periode in waar hij al die tijd zo bang voor was: de coronabesmettingen in Nederland lopen op. Aanvankelijk geldt dat vooral voor de grote steden – Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. „Laat ze alsjeblieft in de stad blijven”, denkt Klinkenberg. „Want hier hadden we nog nauwelijks besmettingen.” Maar dan komt ook voor Noordwijk de eerste klap: alle Duitsers weg.

Voor De Zeemeeuw is het uitblijven van een tweede golf cruciaal – het paviljoen blijft het hele jaar open. Voor Eelco Dijk, Wouter van Vessem en Frank Imthorn is een tweede golf hooguit vervelend. Zij moesten toch al dicht eind oktober. Bovendien hebben de mannen van B.E.A.C.H. dit jaar weten te bedingen dat het strandpaviljoen mag blijven staan. Daar ging een lobby tot aan politiek Den Haag aan vooraf, maar Van Vessem wil de gemeente er nog een keer „heel erg” voor bedanken. „Dat scheelt ons zo 130.000 euro dit seizoen. Anders waren we failliet gegaan, durf ik wel te stellen.”

De gasten waren relaxter. Als het een keer wat langer duurde, zeiden ze: ‘Geeft niks joh! We zitten toch lekker?

Frank Imthorn, eigenaar De Koele Costa

Normaal gesproken bouwen Van Vessem en Dijk, net als het gros van de strandtenten, hun paviljoen eind oktober af. Het gigantische bouwwerk wordt letterlijk uit elkaar geschroefd, 24 zeecontainers aan meubilair, houten behuizingsdelen en stalen platen gaan voor drie maanden naar een loods, om er in februari weer vandaan te komen. „We zijn dan vier weken bezig met opbouwen”, vertelt Dijk. „Alleen deze tafel al – die is 100 procent teakhout. Je hebt tien man nodig om hem op te tillen.”

Ook Imthorn mocht dit jaar blijven staan, maar besloot toch om weg te gaan. Zijn paviljoen is minder „ingewikkeld”, zegt hij. Het zitgedeelte bestaat uit vier grote zeecontainers, een dak ertussen. „We ruimen de boel een week op, en in een ochtend zijn deze units opgehesen door een kraan.” Hij vindt het fijn om ook dit jaar weer zijn „rust te kunnen pakken”, vertelt Imthorn. Zou de strandtent blijven staan, dan heeft hij een hoop zorgen over storm, waar het zand heen waait, slijtage door de zoute zeewind en diefstal. „Ik heb liever rust in mijn hoofd en de kosten die ik altijd al had, dan al dat gedoe.”

Bij De Koele Costa wordt het terras deze week al afgebouwd en in containers gestopt.
Foto David van Dam
De Koele Costa in Noordwijk.
De Koele Costa in Noordwijk.
Foto’s David van Dam

Limoncello en verzoeknummers

Na een zonnig oktoberweekend heeft Jan Klinkenberg van De Zeemeeuw de „moed” er weer in. Als hij zó veel koffies blijft serveren deze winter, dan komt het wel goed. Maar op dinsdag 13 oktober wordt opnieuw een persconferentie aangekondigd. Een van de nieuwe maatregelen: horecazaken in heel Nederland moeten opnieuw voor minstens vier weken sluiten.

Klinkenberg en zijn vrouw hebben er dinsdag op hun tablet naar zitten kijken. Allebei hadden ze „écht niet” verwacht dat een sluiting opnieuw zou worden doorgevoerd. Woensdagavond zit de zaak nog één keer vol. „En iedereen wenste ons sterkte, dat voelde goed.”

De donderdag erop zijn ze maar meteen begonnen met takeaway en een bezorgdienst. Dat laatste hebben ze nog nooit gedaan, en zoden aan de dijk zet het ook niet, maar „je moet wat”. Dus zijn ze volop aan het bespreken hoe de spareribs en Big Beach Burgers deze maand kunnen worden afgeleverd.

Voor zijn buren is het meteen einde seizoen. De laatste dag is ook daar een drukke: strandclub B.E.A.C.H. is tot het laatste uur goed gevuld. Om half tien gaat de bediening rond met glaasjes limoncello – een geste van het huis. Een gitarist die vaker komt optreden, gaat de tafels langs en speelt verzoeknummers. Twee werknemers die niet aan het werk zijn, stappen naar buiten met plastic bakjes overgebleven cheesecake.

Veel hoeft B.E.A.C.H. niet weg te geven, zegt Eelco Dijk. De meeste voorraden blijven nog wel even goed. „En in februari gaan we alweer open hè?” verzekert hij. Want nog langer sluiten, dat houdt niemand vol. „De sector niet, en de bevolking ook niet.”