Opinie

Dwarsdenkers hebben meestal ongelijk

Column Heeft de wetenschap tegendraadse denkers niet te hoog op het schild getild, vraagt zich af terwijl hij kijkt naar coronasceptici.

Robbert Dijkgraaf

Exit klimaatsceptici, welkom viruswaanzin. Ik hoopte dat een van de weinige positieve bijeffecten van deze pandemie een vernieuwd vertrouwen in de wetenschap zou zijn. Onze gezondheid ligt immers in de handen van experts. Dit respect zou kunnen helpen bij andere moeilijke problemen zoals klimaatverandering. Maar in plaats daarvan kregen we coronasceptici.

De onstuitbare opkomst van deze tegengeluiden roept een pijnlijke vraag op: is de wetenschap niet medeschuldig aan de aandacht die tegendraadse meningen krijgen in het maatschappelijke debat? Hebben we de figuur van de dwarsdenker, die dapper strijdt tegen verstikkende dogma’s, niet te hoog op het schild getild? Wetenschap wordt wel gedefinieerd als georganiseerd scepticisme. Maar misschien is in de beeldvorming te veel nadruk gelegd op de scepsis en te weinig op de organisatie.

Het verhaal van de wetenschap wordt vaak verteld als een revolutie tegen de gevestigde orde. Ik verklaar me daaraan direct zelf schuldig. Succesvolle onderzoekers zijn als het kind in het sprookje dat hardop durft te zeggen dat de keizer in z’n blootje loopt. Copernicus en Galilei die zeggen dat de aarde om de zon draait. Darwin die de mens van zijn voetstuk stoot.

Door deze heldenverhalen van miskende genieën wordt de redenatie gemakkelijk omgedraaid. Miskenning wordt gezien als een teken van genialiteit. ‘Gekkie’ wordt een geuzennaam. Maar afwijzing is geen garantie voor gelijk hebben. Niet iedere schilder die z’n oor afsnijdt is een nieuwe Van Gogh. Tegendraadse denkers hebben meestal ongelijk. Daarom noemen we ze tegendraads.

Dwarsdenkers vind je niet alleen buiten de wetenschap. Het is opvallend dat bij menige controverse – van klimaat tot corona, van roken tot aids – er altijd wel een hoogleraar te vinden is die van binnenuit de wetenschap een tegengeluid laat horen. Vaak werkt zo’n geleerde niet in de discipline zelf, maar in een naburig terrein. Veel klimaatsceptici zijn bijvoorbeeld geologen. De rooklobby kreeg hulp van de atoomfysicus Frederick Seitz, die zelfs president van de U.S. National Academy of Sciences was.

Enorme lastpost

Nu de aanhangers van viruswaanzin op het Malieveld spandoeken dragen met ‘De mens sterft met corona, niet aan corona’, denk ik aan de Amerikaanse wiskundige Serge Lang. Hij was hoogleraar getaltheorie in Yale, auteur van vele standaardwerken, maar ook een enorme lastpost. Hij genoot ervan om dwars te liggen. Hij was een professionele dissident en allergisch voor slordige redeneringen. Zijn hobby was enorme dossiers aanleggen over, in zijn ogen, controversiële zaken, die hij naar iedereen toestuurde. Een van zijn stokpaardjes was hiv/aids. Hij beweerde dat er geen exact oorzakelijk verband was vastgesteld tussen infectie met het hiv-virus en overlijden. „Je sterft niet aan aids, maar met aids”, was zijn motto. Hij hield dit vol tot zijn dood in 2005.

Op mijn eigen instituut hier in Princeton hadden we Freeman Dyson, onlangs overleden. Hij cultiveerde het beeld van ‘de wetenschapper als rebel’ – ook de titel van een van zijn boeken. Hij had tegendraadse meningen over alles en iedereen. Er was geen reden om de relativiteitstheorie en quantummechanica te verenigen. Grote deeltjesversnellers waren zonde van het geld. Raketten moest je voortstuwen met atoombommen. Er was plaats voor magie in de wetenschap. De verkiezing van Trump was goed want anders bleef dat onderbuikgevoel maar knagen. De rol van de mens in de opwarming van de aarde was niet aangetoond. En zo had hij er nog wel een paar.

Binnen de wetenschap is er zeker een belangrijke rol voor dergelijke luizen in de pels. Hun motivatie is goed te begrijpen, soms hebben ze gelijk, en anders houden ze ons wel scherp. Toen Serge Lang overleed, schreef de president van Yale dat het niet altijd gemakkelijk is zo iemand in je gemeenschap te hebben, maar wel gezond. Met een knipoog naar president Lyndon Johnson, beschreef Lang zijn eigen rol als „in de tent naar binnen pissen”.

Maar dit gedrag binnen de tent kan het verkeerde idee oproepen bij de andere campinggasten. De cult van de dwarsdenker gaat voorbij aan het nuchtere feit dat de meeste doorbraken in de wetenschap plaatsvinden binnen de gevestigde orde. Onderzoek is meestal business as usual, maar dan net een beetje beter of anders.

Het is niet eenvoudig om zomaar een nieuw puzzelstukje toe te voegen. Het moet namelijk wel aansluiten bij alle eerder verworven kennis. Zelfs de grootste sprongen voorwaarts in de wetenschap zijn, van dichtbij bekeken, opgebouwd uit kleine stapjes. Geen drieste capriolen, maar voorzichtig schuifelen om zo veel mogelijk van het oude te behouden. De hele puzzel van de tafel vegen helpt nooit.

Nu onze maatschappij meer en meer afhankelijk is van wetenschap en techniek, zou men meer dienen te begrijpen van dat interne proces, het verfijnde binnenwerk van de kennismachine. Het verschil tussen kunst en kitsch is dat de kunstenaar respect heeft voor het materiaal, dat een eigen wil heeft. In het geval van de wetenschap is dat materiaal de waarheid.

Robbert Dijkgraaf is directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton.