Recensie

Recensie

De vergeten Surinaamse geoloog

Boek Friedrich Voltz verzamelde honderden gesteente- en plantenmonsters, groef stiekem skeletten op en trotseerde alle Surinaamse rivieren.

‘Voltz. Iedereen in Suriname kent die naam”, schrijft geoloog Salomon Kroonenberg in De man van de berg. „Van de Voltzberg natuurlijk: die beroemde kale koepelvormige granietberg bij de Raleighvallen in de Coppename, 240 meter hoog.” Een heuvel dus eigenlijk, genoemd naar Friedrich Voltz – een man die het volgens Kroonenberg in zich had om net zo beroemd te worden als Alexander von Humboldt, maar die jammerlijk genoeg op 27-jarige leeftijd overleed, en daarna in de vergetelheid raakte. Wie op internet afbeeldingen van Friedrich Voltz zoekt, vindt alleen een naamgenoot, een „bekend Duits landschapsschilder die vooral koeien schilderde”. Zelf wist Kroonenberg eerst ook weinig over de onderzoeker Voltz – hij noemde hem in een wetenschappelijk artikel over de geologie van Suriname ooit Franz in plaats van Friedrich. En om die faux-pas goed te maken is hij de archieven ingedoken om Voltz (1828-1855) alsnog tot leven te wekken. Het resultaat is een boeiend boek, vol fraaie oude kaarten, brieven en foto’s van door Voltz verzameld materiaal.

Aan de hand van brieven, dagboekfragmenten en artikelen van Voltz en zijn tijdgenoten schetst Kroonenberg het beeld van een ambitieuze, nieuwsgierige Duitse jongeman, lid van een commissie die in opdracht van de Nederlandse overheid moest onderzoeken of er een Duitse ‘volksplanting’ plaats kon vinden in Suriname: in aanloop naar de afschaffing van de slavernij (in 1863) zochten de Nederlanders nieuwe werklieden voor op hun plantages. Voltz was vooral mee als geoloog. Tussen 1853 en 1855 verzamelde hij honderden gesteente- en plantenmonsters, groef stiekem skeletten op en trotseerde hij alle Surinaamse rivieren.

Op 5 september 1853 schrijft hij in het Duitse weekblad Die Natur verrukt over het landschap: „een groot amfitheater” met bergen die „hun hoofd trots en dapper omhoogsteken naar de heerlijke blauwe hemel”. In 1855 schreef hij in een van zijn laatste brieven: „Ik heb mijn plicht gedaan, mijn taak volbracht.” Maar voordat hij naar huis kon om aan zijn magnum opus over Suriname te beginnen, overleed hij aan gele koorts.