Reportage

De laatste postronde van John Vandello

Suburbs De verkiezingen worden beslist in buitenwijken van swing states, zoals in Tempe, Arizona. Mee met de postbode op zijn ronde. „Voor sommige mensen zijn wij het enige levende wezen dat zij op een dag zien.”

Retired mail carrier John Vandello says hello to mail carrier Manny Bustoz on his former route in Tempe, Arizona on Sept. 21, 2020. Vandello retired this year after nearly 38 years with the United States Postal Service.
Retired mail carrier John Vandello says hello to mail carrier Manny Bustoz on his former route in Tempe, Arizona on Sept. 21, 2020. Vandello retired this year after nearly 38 years with the United States Postal Service. Foto Caitlin O'Hara

Geluksvogel John Vandello. Bijna veertig jaar postbode en maar twee hondenbeten. „Dat is een goeie score, hoor.” De vraag was of hij wel eens in een slechte buurt zijn ronde had moeten lopen. Natuurlijk, zei hij, overal vind je buurten met valse honden. Zo kijkt een postbode naar de wereld.

Dit was het idee: mee met een postbode die vele jaren brieven heeft bezorgd, die langs tienduizenden deuren is gegaan, zoals de US Postal Service het wettelijk verplicht is. Zes dagen per week, alle adressen. In hun kubistische bestelbusjes, die zo uit een Pixarfilm lijken te zijn weggereden, houden ruim 83.000 postbodes Amerikanen in vijftig staten en op zo’n 160 miljoen adressen bijeen. Waar je ook bent, overal groeten Amerikanen de postbode in hun buurt, ze spreken van „mijn postbode”.

De USPS is daarmee een verbindende factor in de inmiddels zo verdeelde staten van Amerika, een van de zeldzame overheidsdiensten waar Amerikanen vertrouwen in hebben. Voor zo lang dat houdt, want ook de posterijen zijn niet immuun voor alle maatschappelijke en politieke veranderingen in het land.

„Sneeuw noch regen, hitte noch de somberheid van de avond weerhoudt deze bodes van de vlotte vervulling van hun taak.” Het citaat komt van Herodotus, die het 2.500 jaar geleden uit bewondering voor Perzische bodes noteerde. Sinds 1914 staat het boven de ingang van een New Yorks postkantoor gebeiteld en is het een officieus motto voor de USPS.

Geen sneeuw, geen regen, maar kurkdroge hitte als John Vandello van Warner Road afslaat naar een parkeerplaats tussen de kantoren. Hij rijdt op verzoek nog één keer de laatste ronde van zijn lange loopbaan, een lus in Tempe, een welgestelde voorstad van Phoenix, Arizona. Een paar maanden geleden ging hij met pensioen, 57 jaar oud, eerder dan gepland. Na een aanrijding kreeg hij last van zijn rug. Het tillen van pakketten ging niet meer zonder pijn. Zesenhalf jaar was dit zijn route, hij kent nog altijd alle geadresseerden bij naam en toenaam.

Bij accountantskantoor H&R Block komt assistent Bethanne Ferrara aan de deur. Als Vandello zijn mondkapje omlaag trekt, klaart zij op. „Wat geweldig om je weer te zien!” Je hebt postbodes die de post bezorgen, en je hebt postbodes die het hun klanten naar de zin maken, zegt Ferrara, terwijl ze de deur naar het kantoor achter zich openhoudt om koel te blijven bij de 36 graden buiten. „John is van de tweede soort.” Vandello’s vollemaansgezicht straalt. „Ik ben van de oude stempel.”

Het heeft volgens Ferrara te maken met het feit dat Vandello uit Iowa komt, en zij uit Wisconsin. Het is de rondborstige hartelijkheid van de Midwest, zegt ze. Daar zat ze vroeger altijd op de veranda voor haar huis. Iedereen leefde vóór. „Je hield elkaar niet in de gaten, maar je zág elkaar wel.” Hier, Ferrara wijst om zich heen, heeft iedereen een muur om zijn huis gebouwd en zitten ze altijd áchter, in hun eigen tuin. Niemand ziet elkaar.

Dat vindt Vandello de grootste verandering uit de vier decennia van zijn postbodeleven: mensen zijn minder belangstelling voor elkaar gaan tonen, ze hebben hun levens nauwer om zich heen getrokken. „Ik heb dit jaar niet één verjaardagskaart gekregen”, zegt Ferrara. „Alleen e-mails en Facebook-berichten.” Alsof het te veel moeite is. „Ik duwde vroeger mijn kerstkaarten bij iedereen in de bus.” Kerstkaarten zijn zo ongeveer de laatste persoonlijke poststukken die Vandello nog bezorgde.

Foto Caitlin O’Hara
Foto Caitlin O’Hara

Nooit meer onbespied

Hij zag een zelfde verandering in zijn beroep. Vandello is van 1963, het jaar dat de postcode, de zipcode, in de VS werd ingevoerd. „Op de zijkant van het eerste postbusje waarmee ik reed, stond Mr. Zip.” Het was het begin van steeds verdergaand efficiencybeleid. Postbodes werden uitgerust met een scanner en gps. Met de gps kon de baas zien als je ergens lang bleef staan. De scanner toonde of je op alle adressen was geweest. „De volgende stap is dat ze de bestelbusjes met een camera gaan uitrusten. Dan ben je nooit meer onbespied.” Vandello zegt dat hij zijn lunches en pauzes oversloeg om langer met een buurtbewoner te kunnen praten. „Voor sommige mensen zijn wij het enige levende wezen dat zij op een dag zien.”

In het woonerf-achtig wijkje Circle G Ranch toont Vandello de „miljoenenhuizen”. De meeste zijn Amerikaans-breeduit gebouwd, van ruwe natuursteen, soms gepleisterd. Vrijwel elk huis heeft een oprit als van een hotel, met een ingang en een uitgang. Alle voortuinen lijken op elkaar: kleine strookjes gras en heel veel grind of klinkers.

Dit is het soort wijk waar volgens analisten de presidentsverkiezingen beslist gaan worden. Maricopa county, het district waarin Phoenix en Tempe liggen, werd in september door zakenmagazine Bloomberg opgevoerd als ‘onoverdreven, het doorslaggevende district voor de verovering van het Witte Huis en de Senaat’. President Trump won het district in 2016 met een marge van 3 procentpunt. Maar de demografie in de voorsteden verandert snel, dat wil zeggen: ze worden diverser. En Trumps pogingen de suburbane bevolking angst aan te jagen voor Joe Biden, lijken gestoeld op een ouderwets beeld van wie hier woont. Voorsteden zijn allang niet meer het exclusieve domein van de witte middenklasse, die schrikt van Bidens voorstel om de buurten gemengder te maken via woningbouwprojecten.

George Khalaf, politiek consultant voor Republikeinse klanten, zegt dat toegenomen diversiteit niet wil zeggen dat de Hispanic bevolking het electoraat zal domineren. „Ze vormen bijna 40 procent van de bevolking, maar het zou me verbazen als ze op 3 november 20 procent van alle kiezers uitmaken.” Hij zegt ook dat hun aanwezigheid in de buurten de blik op het Trump-onderwerp immigratie en en op zijn impliciete onderwerp etniciteit heeft veranderd genuanceerd?. En dát kan de doorslag geven in Maricopa county – en volgens Bloomberg in voorsteden in het hele land.

Aan La Vieve Lane, bij een huis achter een fontein, doet Jill Strandquist open. Zij organiseerde de buurtverrassing voor John Vandello’s laatste dag op de route. Hoe het met zijn rug gaat, vraagt ze meteen.

Ze klaagt niet over Vandello’s opvolger, maar wat ze mist, zegt ze, is elegantie. John Vandello legde de post in de brievenbus in een onberispelijk stapeltje: grootste stuk onderop, strak tegen de linkerkant, vóór in de bus. „Soms kruipen er schorpioenen in”, zegt John. „Als je helemaal achterin moet graaien, kun je gestoken worden.”

Jill Strandquist loopt naar de brievenbus. Het is de traditioneel-Amerikaanse stalen broodtrommel met het vlaggetje aan de zijkant, maar hier in de buurt heeft iedereen hem half in muur of toegangspoort gemetseld. Het stapeltje post ligt voorin, maar niet aan de linkerzijde. Onderop ligt wel het grootste poststuk, de brochure What’s on my ballot? Een vademecum voor het stembiljet dat veel mensen in Arizona per post laten komen. Stemmen is duidelijk lastiger dan het klinkt; de handleiding telt 179 bladzijden.

Oplaaiend racisme

In een tuin bij Calle de Arcos staat een bord met ‘Republicans for Biden’. Salma O’Brien doet open en de honden springen meteen tegen Vandello op. ,,Ze kennen me nog.” Zij is altijd Democraat geweest, haar man was altijd Republikein – daar maakten ze vroeger plaaggrapjes over. Totdat Trump kandidaat werd. O’Brien is van Indiase komaf, haar man is wit. „Onze kinderen zijn gemengd. Als we naar buurtbijeenkomsten gaan en mensen lopen daar met ‘Make America Great Again’-petjes, dan is dat gewoon beledigend voor mijn kinderen.”

De meeste mensen in deze buurt zijn Republikeins, zegt ze. Geen probleem. Maar het oplaaiend racisme is dat wel. „Je hoort mensen nu dingen zeggen waarvan je dacht dat die allang waren uitgebannen.” Wil je vrienden verliezen omwille van politiek, vragen mensen haar. „Niet omwille van politiek, omwille van moraal.”

Soms zitten er schorpioenen in de brievenbus, dan moet je oppassen

Vandello rijdt verder. Hij is altijd politiek onafhankelijk geweest, zegt hij. Hij heeft op Democraten en Republikeinen gestemd en zoekt zijn informatie bij elkaar via tv en internet. „Niet altijd makkelijk. Er gaan een hoop nep-verhalen rond.”

Welkom in ‘Whitopia’”, zegt Stephen Clark spottend – zo weinig latino’s wonen hier. De gepensioneerde vliegenier woont met zijn vrouw in een prachtig huis aan een van de uiteinden van La Vieve Lane, waar de bestelbusjes hun draai moeten maken.

Stephen en Jill Clark wonen 24 jaar in de buurt. Wat zij de opvallendste verandering vinden? „Mijn vader was brandweerman. Van zijn salaris leefde het hele gezin. Nu moeten man en vrouw graaien en klauwen om hetzelfde te kunnen doen. Ze staan op knappen.”

Twee economische crises in deze eeuw hebben mensen bloednerveus gemaakt. Degenen die de laatste tijd in de buurt komen wonen, zijn telkens weer rijker dan de vorigen, zegt Stephen Clark. „Je hebt steeds méér nodig om hetzelfde te kunnen kopen.” Om zichzelf maken de Clarks zich geen zorgen. „Wij hebben een goed pensioen.”

Buiten zegt John Vandello dat zíjn pensioen voldoende is. Had hij nog vier jaar kunnen doorwerken tot de pensioengerechtigde leeftijd, dan was het nog beter geweest. Hij heeft meelijden met de jonge medewerkers bij de USPS. Ze verdienen relatief veel minder dan hij als negentienjarige in 1982. „Ze moeten veel meer uren maken, ze werken tot laat in de avond. Wie houdt dat vol? Het verloop is groot, mensen werken nog maar zo kort bij de posterijen dat ze geen fatsoenlijk pensioen meer opbouwen.”

Louis DeJoy, de nieuwe postmaster general, dit jaar benoemd, is hard aan het bezuinigen geslagen, aangespoord door de president aan wiens verkiezingscampagne DeJoy ruim heeft bijgedragen. ,,Ik heb 38 jaar al mijn liefde in dit vak gegeven, aan mijn klanten. Het doet me verdriet om het de vernieling in te zien gaan.”

Hé, daar staat een USPS-busje, met de gestileerde arend op de zijkant. Ernaast de postbode, een stapel post tussen handen en kin. „Manny!” „John!”

Manny Bustoz draagt een korte blauwe broek, een blauwe bloes met korte mouwen, een tropenhelm en stevige Nikes. In de voorgeschreven borstzak, goor van alle aanrakingen, steekt zijn scanner, aan zijn broekriem hangt een busje pepperspray tegen valse honden.

Bustoz kijkt, één jaar voor zijn pensioen, terug op een carrière die hem in staat heeft gesteld zijn huis af te betalen en „drie kinderen twaalf jaar lang naar een katholieke school te laten gaan”. „Manny is óók van de oude stempel”, zegt Vandello.

Bustoz: „Als ik rond Moederdag een kaart zie met alleen ‘Mam’ erop, ga ik op zoek naar aanwijzingen, de achternaam van de afzender, of iets anders. Ik zet alles op alles om de mensen hun post te bezorgen.” Hij zet zijn benen wat wijder uit elkaar, steekt zijn borst naar voren. „Dit is een nobel beroep”, zegt hij.