Ben ik dat?

Hennie van Dongen werd bestookt met berichtjes: je hangt in een museum. Ze was 16 en zonder dat ze het wist, speelde ze de hoofdrol op een bijzondere foto.

‘Nieuwe medewerkers Nationale Levensverzekering-Bank, 1970-1971’.
‘Nieuwe medewerkers Nationale Levensverzekering-Bank, 1970-1971’. Foto Peter Molkenboer/Fotobureau Roel Dijkstra

‘Opdrachtfotografie’ – dat klinkt bleek en braaf. De fotograaf doet zijn kunstje omdat hij ervoor betaald wordt. Maar dat is onzin, ga maar kijken in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Allemaal spannende foto’s waarmee een werkgever wilde laten zien wat hij deed: een boksschoolhouder die ansichtkaarten liet maken. Haven-glamour. De tabaksarbeidsters bij Van Nelle. In opdracht van de gemeente Rotterdam werd in 1946 de armoede fotografisch in kaart gebracht, op begraafplaats Crooswijk was in 1944 de uitvaart van een belangrijke nazi vastgelegd.

Eén foto springt eruit, een groepsportret uit 1970 in opdracht van de Nationale Levensverzekering-Bank. De compositie is ongewoon. Het complete gezelschap is weggestopt achter een tafel, op één na. Een jonge vrouw krijgt, prominent rechtsvooraan, alle aandacht. Ze kruist haar armen, ze kijkt gekweld – dat deed men toen. Check de platenhoezen maar: de brede glimlach die tegenwoordig op elk gezicht bevriest zodra er een foto wordt gemaakt, was in de jaren zeventig beslist niet hip.

Dacht ik. Maar zo is het niet, vertelt Hennie van Dongen. Zij staat op deze foto, ze werd herkend door Rotterdamse vrienden en meldde zich bij het museum. „Ik was onzeker, ik hield me staande. Van de week herinnerde ik me hoe ik protesteerde toen ik daar werd neergezet door de fotograaf. Ik wilde niet alleen zitten.” Op school kregen Van Dongens ouders te horen: als Hennie binnenkomt, dan passen wij ons aan; en dat zie je op deze foto. Haar impact werd, lijkt het, gehonoreerd door de fotograaf, Peter Molkenboer (1943-2011). „Maar ik voelde me alleen maar ongemakkelijk”, zegt ze. „Ik kijk met verbazing naar mezelf. Ben ik dat? En wie zijn die ouwe mannen? Ik herken er maar één, in het midden, meneer Timmer. Een lieve, emotionele man. Hij had gevaren, hij had wat later een Melkertbaan ging heten. Ik was 16 en zat op de administratie. Op mijn 17de ben ik verloofd. En hij was erbij.” Haar uiterlijk? „Mijn haar, dat weet ik nog: geblondeerd met waterstofperoxide. Ik sliep met schuimrubberen rollers, dan krijg je dit.”

Hennie van Dongen was van school gestuurd. Een katholieke school, waar „de broeder wiskunde achter je ging staan en in je haar hapte. Daar werd ik dwars van”. Met als resultaat dat ze weg moest, een baantje zoeken. Ze heeft haar houding nooit veranderd. Ook later sprak ze een leidinggevende aan: „Ik zei, u haalt uw hand over mijn bips, en dat moet u niet doen. Hij antwoordde met een grote bos bloemen. Ik zei: geef die maar aan je vrouw.”

Ze haalde geen diploma maar het lukte haar om consultant werving en selectie te worden. Op haar vijftigste deed ze een hbo-opleiding en werd psychodynamisch therapeut met een eigen praktijk.

Ze vertelt over haar gezin, haar echtgenoot, haar kinderen en kleinkinderen. En over dat ze borstkanker kreeg, want ze vindt het belangrijk om daar open over te zijn „Daarom doet die foto me zoveel. Ik ben 65, ik was opgegeven. En nu kon ik een mailtje aan het museum sturen: die vrouw, dat ben ik. Ik ben nog altijd de Hennie van toen.”

Rotterdam werkt. Fotografie in opdracht 1864-heden. Nederlands Fotomuseum, Rotterdam, Wilhelminapier. Di-zo, 11-17u. T/m 17/1/2021.