Opinie

Mevrouw, u bent uitgemoederd

Psychiatrie De nieuwe Wet verplichte ggz betekent dat de familie van een cliënt volslagen buitenspel wordt gezet, ondervindt .
Ggz-instelling in Noord-Holland.
Ggz-instelling in Noord-Holland. Foto Daniel Niessen

Sinds januari is de nieuwe Wet verplichte ggz ingegaan. Voor de cliënt winst, maar voor naaste familie blijft het aanmodderen. Die heeft het nakijken als de cliënt niet wil dat zij betrokken wordt bij het behandelplan. Dat daaraan vaak een verward denkpatroon ten grondslag ligt, is voor de geestelijke gezondheidszorg (ggz) van ondergeschikt belang. De relatie met de cliënt is en blijft heilig.

Als mijn dochter – God verhoede het – uit het leven stapt, dan informeert de ggz-instelling mij niet. ’s Nachts spoken beelden van vroeger door mijn hoofd: mijn dochtertje dat mij verrast met een ontbijt. Ik klamp me eraan vast als schild tegen te veel hartzeer.

Mijn dochter is uitgegroeid tot een vrouw van 35 die vanaf haar 18de schizofrenie heeft. Als zelfmedicatie gebruikte ze jarenlang cannabis. Bij haar eerste opname en ook later was ik voor de ggz-instelling een belangrijke informatiebron. Als moeder kende ik mijn dochter immers als geen ander? Er volgden gesprekken voor een diagnosestelling waarbij ook ADD werd vastgesteld.

Naamloos begraven ggz-patiënten

Mijn dochters psychiatrische problematiek was aanleiding voor mij om me te verdiepen in mijn familiegeschiedenis. Een eeuw geleden werd mijn oma naamloos begraven op het terrein van een ggz-instelling. Familiebezoek werd geweerd, post kreeg ze nooit in handen. Antipsychotica bestonden nog niet. In 2014 bracht ik een bezoek aan haar graf. Op de begraafplaats bevat een glazen gedenkmonument alle namen van de naamloos begraven ggz-patiënten. Het is een postuum eerherstel voor hen wier bestaan geen naam mocht hebben.

In de jaren zeventig kwam de antipsychiatrie op. Moeders werden bestempeld als aanstichtsters van schizofrenie en afgeschilderd als dominant. In deze eeuw is de positie van patiënten, en in mindere mate van hun familie, verbeterd. De patiënt heet allang cliënt, heeft volledige zeggenschap over zijn of haar behandeling en familie praat alleen mee als de cliënt dat wil.

Mijn dochter denkt dat ik totale controle over haar leven wil uitoefenen. Dat ik haar voorgoed wil opbergen. Achterdocht en haat bepalen haar denkwereld. Daarom droeg ik het mentorschap aan een professionele mentor over, zodat ik ‘alleen’ moeder kon zijn. Deze mentor haakte af omdat mijn dochter tijdens psychotische periodes ontremd gedrag vertoonde. Hij vreesde voor haar vroegtijdig overlijden en wilde daarvoor geen verantwoordelijkheid dragen.

Volgens de ggz-instelling was een nieuwe mentor niet nodig. Tijdens psychotische periodes zou de behandelaar mijn dochters belangen behartigen.

Ouders informeren

Mijn moederplicht nam ik serieus toen ik waarschuwde voor het smartphonegebruik van mijn dochter. Ik vreesde voor de onverminderde risico’s van Facebook. Mijn dochter overleefde daardoor enkele jaren eerder ternauwernood een schietincident. Het leidde tot mijn boek Als je brein je bedriegt over de gevaren van sociale media in de psychiatrie.

Lees ook: Scherm kwetsbare jongeren af van Facebook

Sindsdien is het oorlog in mijn dochters hoofd. Inmiddels heb ik zes jaar geen contact meer met haar. Met de ggz-instelling kwam ik zeven uitzonderlijke situaties overeen die aanleiding geven mij toch over haar situatie te informeren. Die zijn onder meer dat ik bericht krijg als ze wegloopt en onvindbaar blijft, ze terminaal ziek wordt of overlijdt.

Zolang ik niets hoor, geeft mij dat, hoe verdrietig ook, rust. Die bij vlagen ruw wordt verstoord door mijn dochters verwensingen op sociale media.

Afgeserveerd als moeder

Mijn ontsteltenis was groot toen ik onlangs een mail ontving van de ggz-instelling waarin alle afspraken per direct worden ingetrokken. Men komt tot de slotsom dat die destijds puur voor mijn gemoedsrust waren opgesteld. Vastgesteld wordt dat mijn dochter er lucht van heeft gekregen en niet instemt met deze afspraken. Dat we inmiddels toch wat jaren verder zijn. Dat dit indruist tegen het beroepsgeheim. Geen woord over ‘goed hulpverlenerschap’, wat destijds doorslaggevend was.

Van ‘een belangrijke informatiebron’ ben ik gedegradeerd tot ‘belangrijk in het kader van herstel’, om uiteindelijk te worden afgeserveerd als iemand die helemaal geen moeder is. Die niet hoeft te weten dat haar dochter eerder is overleden dan zijzelf. En ook niet als haar dochter op de ic terechtkomt met corona.

Ik krijg helemaal niets meer te horen. Mocht ik daardoor psychische problemen krijgen, dan ben ik van harte welkom bij een psycholoog. De ggz-instelling hoeft zich dan niet meer in bochten te wringen om spaarzame contactmomenten met mij weg te schrijven onder mijn dochters naam om ze uitbetaald te krijgen. Voor mij wordt een eigen dossier aangelegd. Zo levert mijn moederhart ook nog geld op.

Praten over zelfdoding kan bij de landelijke hulplijn 113 Zelfmoordpreventie. Telefoon: 113, 0800-0113 of www.113.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.