Opinie

Laat solidariteit wederkerig zijn

Opinie 010 Ook bij jongeren stond dit voorjaar ineens alles stil. Het fysieke sociale isolement komt hard aan, terwijl hun ook verweten wordt dat ze het virus verspreiden. Het is tijd voor een coronabeleid voor jongeren, zegt .

Illustratie Stella Smienk

Toen de coronacrisis in het voorjaar uitbrak was een van de meest opmerkelijke effecten dat datgene wat essentieel is voor het sociale, publieke en politieke leven van mensen, namelijk fysieke nabijheid, een bedreiging was geworden. Omdat het virus vooral ouderen trof werd het openbare leven stilgelegd. De gedachte hierachter was dat zo de jongeren de ouderen zouden beschermen. Als gevolg hiervan sloten ook de scholen, zowel de basisscholen als het middelbaar en hoger onderwijs. Kinderen en jongeren kwamen van het ene op het andere moment thuis te zitten en moesten van daaruit hun ritme zien te hervinden.

Ruim een half jaar later, in de tweede golf, wordt steeds zichtbaarder hoe groot de impact van de eerste lockdown geweest is op jongeren en klinkt vanuit diverse hoeken de roep om speciaal corona-beleid voor jongeren te ontwikkelen.

In Rotterdam zijn we daar direct al mee begonnen, waarbij het uitgangspunt is dat dit beleid alleen succesvol kan zijn als het vóór en dóór jongeren wordt gemaakt. De Rotterdamse jongerenadviesraad Young010 heeft daarom samen met stichting LOKAAL – centrum voor democratie en het ondersteunende bureau van Young010 – half maart al het initiatief genomen om een Jongerentop te organiseren: ruim 500 jongeren van 13 tot en met 23 jaar die zich kunnen uitspreken over wat zij nodig hebben om veerkrachtig uit de coronacrisis te komen. Deze top stond gepland voor 9 oktober, maar kon niet doorgaan vanwege de nieuwste maatregelen om het virus in te dammen. Hoe ironisch kan het zijn?

‘Jongerentop’ over de impact van corona op hun leven uitgesteld

Dit neemt niet weg dat we de afgelopen maanden tijdens speciale wijkgesprekken (fysiek en digitaal) al met meer dan 150 jongeren uit heel Rotterdam, in alle diversiteit wat betreft opleiding, leeftijd en postcodegebied hebben gesproken. Wat vaak werd genoemd tijdens deze gesprekken is het niet langer fysiek aanwezig zijn op scholen; het missen van het belangrijke sociale aspect van het onderwijs, contact met docenten en leerlingen.

Het is in de afgelopen maanden nog duidelijker geworden dat school voor jongeren veel meer is dan alleen een plek waar kennisoverdracht plaatsvindt. Voor sommigen is school zelfs een veilige thuishaven. Jongeren en docenten ervaren een verlies aan motivatie, omdat online les een verarming betekent van het contact, en daarmee van de pedagogische relatie.

‘We zijn vergeten een zachte landing te maken’, merkte een docent maatschappijleer van het Albeda College op naar aanleiding van deze bevindingen. En dit is precies wat de jongeren ook aangeven: hoe in de ijver de schoolprestaties van leerlingen op niveau te houden en de lesstof door een digitale trechter door de strot te duwen, er geen rekening werd gehouden met de sociale en maatschappelijke impact van de lockdown op het leven van jongeren. Er is haast gemaakt en niet stil gestaan, terwijl de omstandigheden daar juist aanleiding toe gaven.

In een van onze gesprekken vertelde een jongere dat hij uit een fijn gezin kwam, maar dat hij en zijn ouders elkaar niet meer begrepen tijdens de lockdown. Beschaamd dacht ik aan mijn eigen puberkinderen, hoe hard ik bezig was geweest hen in een structuur te dwingen, terwijl zij op zoek waren naar een eigen ritme.

Tien dagen op 12 m2 - als iemand in het studentenhuis besmet is

Dat die zoektocht geen sinecure is voor jongeren en dat dit van invloed is op hun mentale gezondheid kwam ook in de wijkgesprekken naar voren. Zo vertelde een meisje dat door verlies van sociale contacten, structuur en perspectief ze meer last had van depressieve klachten, eenzaamheid en twijfel. Ondertussen vroeg zij zich nog af hoe ze aan zichzelf kon werken zodat ze anderen kon helpen, want, zo dacht ze, er zijn zeker anderen die het zwaarder hebben dan ik.

Al eind mei 2020 bleek uit een analyse van Unicef dat er onvoldoende aandacht is voor de gevolgen van de corona maatregelen voor het welzijn van kinderen en jongeren in Nederland. Dit is precies een van de uitkomsten van de gesprekken die wij met jongeren voerde. Laten we daarom de mentale impact van corona op een complete generatie niet wegstoppen. We moeten kijken naar wat jongeren binnen de maatregelen wel kunnen doen, in plaats van ze steeds te wijzen op wat ze niet mogen. Ondanks onzekerheid over hun eigen leven, vragen ook veel jongeren zich af wat ze kunnen doen om verantwoordelijkheid voor anderen te nemen. En zien jongeren ruimte voor persoonlijke ontwikkeling.

Tijdens deze tweede golf zijn alle ogen gericht op jongeren en krijgen zij de schuld van de vele besmettingen. Maar laten we ook niet vergeten hoe hard deze crisis juist de jongeren raakt. Laat de vraag naar solidariteit daarom een wederkerige zijn.

filosofe en directeur van stichting Lokaal