Tanya Hoogwerf bij de installatie van de gemeenteraad in 2018.

Foto Robin Utrecht

Interview

‘Hoopvol dat er echt iets verandert’

Tanya Hoogwerf, gemeenteraadslid Rotterdam De cijfers voor huiselijk geweld stijgen. Onderzoek liet deze zomer zien dat de hulp een bureaucratische jungle is. Maar nieuwe samenwerking biedt hoop.

Tien instanties, waaronder de politie, de gemeente Rotterdam, het Veiligheidshuis, het Openbaar Ministerie en de reclassering ondertekenden vorige maand een manifest over huiselijk geweld: de veiligheid van slachtoffers moet voorop moet staan en professionals moeten meer ruimte krijgen. „Dat was wel een kippenvel momentje”, zegt Leefbaar Rotterdam-raadslid Tanya Hoogwerf (45) die zich al jaren inzet om de hulp van slachtoffers te verbeteren. „Het is voor het eerst in ruim zes jaar dat ik hoopvol ben dat er echt iets gaat veranderen.”

Waarom Hoogwerf er nu wel vertrouwen in heeft? Iedereen is er nu van doordrongen dat er iets moet worden aangepast en staat open voor verandering, zegt ze. De enorme bureaucratie en de hoeveelheid protocollen moet verdwijnen. „We moeten meer vertrouwen hebben in de professional.”

Nog een noodzakelijke verandering; de nadruk moet komen te liggen op de veiligheid. Dat klinkt logisch, maar omdat de aanpak gefinancierd wordt vanuit de WMO kijken de instellingen nu vooral naar de zelfredzaamheid van de slachtoffers. „Maar iemand die zichzelf kan redden, kan ook best in elkaar geslagen worden door haar man”, zegt Hoogwerf. De hulp moet in de toekomst dus gefinancierd worden vanuit een ‘ontschot’ budget waarmee langdurige hulp voor het hele gezin kan worden bekostigd. En ook belangrijk; de hulp moet beter toegankelijk zijn. Er moet een instantie komen waar slachtoffers direct terecht kunnen. „Zoals de speciale teams voor huiselijk geweld die eerder ook actief waren in Rotterdam.”

Onderzoek: aanpak huiselijk geweld in Rotterdam is gebrekkig

Nieuw beleid

Deze week sprak de raadscommissie uitgebreid over de aanpak van huiselijk geweld. De inzet van Hoogwerf was dat bovenstaande veranderingen worden vastgelegd in het nieuwe beleid. „Na een jaar gaan we evalueren of er ook echt iets veranderd is. Anders gaan we in hetzelfde stramien door en is het wachten op het volgende dodelijke slachtoffer.”

Huiselijk geweld is een groot probleem in de Maasstad. Jaarlijks komen er in Rotterdam 9.000 meldingen binnen bij de politie. Veilig Thuis, het advies en meldpunt voor huiselijk geweld, krijgt maandelijks zo’n 1.200 meldingen. „Maar dat is nog maar het topje van de ijsberg”, zegt Hoogwerf. „Want lang niet alle slachtoffers durven of kunnen het geweld melden.” Het aantal meldingen stijgt ook. Afgelopen jaar overschreed de gemeente het beschikbare budget met een half miljoen euro om de slachtoffers hulp te kunnen bieden.

Zelf maakte Hoogwerf drie keer mee dat een vriendin het slachtoffer werd van geweld achter de voordeur. „Voor een vriendin heb ik zelf het steunpunt huiselijk geweld gebeld.” De hulp kwam te laat, de vriendin werd mishandeld door haar ex en belandde in het ziekenhuis. „Het was schrijnend om te zien dat ze nauwelijks hulp kreeg”, zegt Hoogwerf. „Ze klopte bij de politie aan omdat haar ex haar stalkte met duizenden sms’jes per maand. Een vraag voor een noodkastje werd afgewezen.” Gelukkig is ze er weer helemaal bovenop gekomen, zegt ze. „Maar dat heeft ze aan zichzelf te danken, niet aan het systeem.” Het was voor Hoogwerf de reden dat zij de politiek in ging.

Iedereen legt altijd de nadruk op veiligheid buiten, zegt ze. „Geweld achter de voordeur is een taboe.” Het wordt onterecht gezien als een ‘zorgvraagstuk’ en valt onder de portefeuille van wethouder Judith Bokhove (jeugdhulp, GroenLinks), maar het dossier hoort bij de burgemeester, vindt Hoogwerf. „Het gaat om de veiligheid. Het is vreselijk als je je in je eigen huis niet veilig kunt voelen.”

Huisgenoot Joël S. hoorde stemmen en stak toen studente Sarah dood

Eind 2018 werd Rotterdam opgeschrikt door de gewelddadige dood van drie jonge vrouwen. De 16-jarige Humeyra werd doodgeschoten door haar ex, na maandenlang te zijn gestalkt. De jonge moeder Bianca van Es (29) werd thuis vermoord door haar ex en de Amerikaanse studente Sarah Papenheim (21) werd doodgestoken door een huisgenoot. Er volgde een indrukwekkende stille tocht en de Rotterdamse raad nam, op initiatief van Hoogwerf, een motie aan om de Rotterdamse aanpak van huiselijk geweld te onderzoeken.

Momentum

De conclusies van dat onderzoek werden deze zomer gepresenteerd en waren niet mals. Slachtoffers van huiselijk geweld krijgen niet snel genoeg toegang tot adequate hulp. Er is sprake van bureaucratie. „Het systeem is een oerwoud geworden waar slachtoffers niet doorheen komen”, zegt Hoogwerf. De aanbevelingen zijn; laagdrempelige toegang, zo min mogelijk doorverwijzen door instanties en een integraal budget voor hulp en bescherming van het hele gezin. De uitkomsten verbaasden Hoogwerf niet. De positieve reacties van de instellingen wel. „Dit is het momentum dat we moeten gebruiken om de hulp en begeleiding voor slachtoffers flink te veranderen.”

De coronacrisis helpt niet. „Mensen zitten op elkaars lip. Dat maakt het lastiger om ongemerkt hulp te vragen.” Daarnaast drinken ze meer en hebben ze vaker financiële zorgen. „Dat zijn allemaal accellerators”. Hoogwerf trok daarover aan de bel bij de gemeente. Die regelde SIM-kaarten zodat vrouwen via Whatsapp contact op kunnen nemen met Veilig Thuis. Goed, vindt Hoogwerf, maar zij pleit voor de app die de Amerikaanse tv-psycholoog dr. Phil ontwikkelde. „Een app verstopt als nieuwswebsite, en als een vrouw op de noodknop drukt activeert dat iemand die zij zelf uitkiest. Die luistert dan mee en kan, als dat nodig is, de hulpdiensten inschakelen.”

In Rotterdam komt huiselijk geweld vaker voor dan elders in Nederland. „Door de armoede”, denkt Hoogwerf. „Maar ook door de culturele diversiteit.” Zo zat het raadslid bij een meisje op de bank dat door haar opa „bijna halfdood was geslagen”. „Zoiets gebeurt niet in een gewoon westers gezin. Eerwraak.” Om het geweld tegen te gaan, vindt Hoogwerf het belangrijk om de positie van met name islamitische vrouwen te verbeteren. „Zij hebben een derderangs positie voor de vrouw gecreëerd. We moeten meisjes leren dat het niet normaal is dat hun moeder niet buiten komt.”

Het laatste jaar van Hümeyra, een meisje van zestien met een stalker

Religie

In de raad laat het Leefbaar-raadslid zich ook om die reden regelmatig kritisch uit over de islam. Belemmert dat niet haar streven om samen met organisaties zoals Femmes for Freedom (voor emancipatie van vrouwen met een bi-culturele achtergrond) de positie van vrouwen te versterken? „Nee, ik denk het niet. Shirin Musa (voorzitter Femmes for Freedom) zegt nooit; ‘benoem die achtergronden eens wat minder’ en met Marianne Vorthoren (voormalig directeur van de islamitische koepelorganisatie SPIOR) heb ik hele interessante gesprekken.”’ Iedereen wil uiteindelijk hetzelfde, zegt Hoogwerf. „De rol van religie is niet leidend. Het gaat om de veiligheid.”

En geweld tegen vrouwen beperkt zich zeker niet alleen tot migrantengroepen, zegt Hoogwerf. „Het gaat om controle en macht.” Humeyra werd het slachtoffer van haar stalkende ex, maar hetzelfde gebeurde drie jaar eerder bij de blonde verpleegster Linda uit Dordrecht. Hoogwerf: „En in beide gevallen schoot de hulp die zij kregen ernstig te kort.”

Daaruit zou je kunnen concluderen dat het maar mis blíjft gaan. Ook de onderzoekers van Verwey-Jonker constateerden eerder een achteruit- dan een vooruitgang in de aanpak van huiselijk geweld. Hoe komt dat toch? „We blijven tegen enorme muren aanlopen.” Komt dat omdat de maatschappij nog teveel door mannen wordt gedomineerd? „Ik zou willen zeggen ‘nee’, maar ik weet het niet”, zegt Hoogwerf. „Ik denk ook dat het calvinisme een rol speelt. ‘Wij bepalen niet wat er achter uw voordeur gebeurt’.”