Opinie

Mathilde woonde in een Larense villa, reed in dure auto’s, had een Monet aan de muur en droeg bontjassen

Michel Krielaars

Diep in mijn hart ben ik een avonturier. Alleen daarom al houd ik van W. Somerset Maughams spionageroman Ashenden, Paustovski’s herinneringen aan de Russische revolutie en Evelyn Waughs Sword of Honour-trilogie, de beste satire op het oorlogsbedrijf ooit geschreven. Sinds kort staan ook Igor Cornellissens herinneringen op dat lijstje.

In het onlangs verschenen vijfde deel, Mijn opa rookte ook een pijp. Joodse wortels en ander (on)gemak, vertelt de oud-Vrij Nederland-journalist aanstekelijk over zaken als zijn liefde voor jazz, de vergeten schrijver Jacques Gans, zijn ergernis over muzak in Zwolse cafés, zijn door de nazi’s vermoorde familieleden en de ontlezing. Maar de meeste woorden besteedt hij aan de vroegere linkse beweging, die anders dan het links van nu, grossierde in ‘romantische revolutionairen’ zoals de legendarische communisten Henk Sneevliet en Paul de Groot.

Cornelissens Joodse grootvader Izak Os hoort daar ook bij. Niet alleen zat hij voor de SDAP in de Zwolse gemeenteraad, maar ook stamde hij, net zoals de Krabbé’s, de acteurs Sylvia de Leur, Lex Goudsmit en Sarah Bernhardt, de komiek Bueno de Mesquita en de Amsterdamse bordeelkoning Maurits de Vries, af van Lion Kinsbergen, die eind 18de eeuw aan de wieg stond van de kermis. Dat in Zwolle in de jaren twintig het kermisverbod werd opgeheven is aan Izak Os te danken.

Anekdotes zijn er ook over VN. Zo wilde Renate Rubinstein als ze haar column kwam inleveren altijd uitgebreid haar verhaal doen. Zodra ze binnenkwam, begon iedereen echter driftig op een schrijfmachine te tikken, om geen tijd te verliezen.

Cornelissen is op zijn best als het over communisten gaat. Zo vertelt hij uitgebreid over de totstandkoming van zijn biografie Tussen Lenin en Lucebert. Mathilde Visser, kunstcritica (1900-1985), die in 2018 in deze boekenbijlage tussen wal en schip is gevallen. Het is het verhaal van de dochter van mr. L.E. Visser, de president van de Hoge Raad, die in 1941 door de Duitse bezetter vanwege zijn Joodse afkomst werd ontslagen. Als opstandige telg uit een deftige familie raakte Mathilde in de jaren twintig in de ban van het communisme. Net gescheiden van haar eerste man vertrok ze in 1930 naar Berlijn om er in de kunsthandel te gaan werken, wat door de crisis niet lukte. Wel kreeg ze een verhouding met de getrouwde vertaler Nico Rost. Een jaar later woonde ze in Parijs, waar ze voor de NRC over film ging schrijven. Ze verkeerde in kringen van kunstenaars als Picasso, Max Ernst en Tristan Tzara en werd lid van de Franse communistische partij. Ook verloor ze haar hart aan de Kroatisch-Joodse filosoof Zdenko Reich. Met hem zat ze in de Tweede Wereldoorlog in Joegoslavië in het verzet en vluchtte ze in 1942 naar Zwitserland. Drie jaar later keerden ze naar Belgrado terug.

Na Tito’s breuk met Stalin, in 1948, verruilde ze Joegoslavië voor Nederland, Reich achterlatend. Ze zou nog tot eind jaren vijftig in Stalin geloven. Voor De Waarheid begon ze nu over kunst te schrijven. Tegelijkertijd aarzelde de CPN, die voortdurend bij haar om geld bedelde, haar als partijlid toe te laten, ook omdat ze hondstrouw bleef aan de Sovjet-Unie.

Mathilde woonde in een Larense villa, reed in dure auto’s, had een Monet aan de muur hangen, droeg bontjassen en was behangen met juwelen. Een sjiekere en avontuurlijkere communiste liep in Nederland niet rond. Vandaar dat het oog van Cornelissen op haar viel. Met een fraaie biografie als gevolg.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.