Slavin ontdekt script van wereldberoemd toneelstuk

In 416 voor Christus woonden er zo’n 30.000 mensen in Athene, de stad met meer ‘genieën per vierkante meter dan ooit in de geschiedenis van de mensheid’. Maar wat deden de ‘gewone’ mensen in die tijd in de stad? Over 24 uur in het oude Athene en vijf andere boeken gaat de Ook verschenen van deze week.

1. Leen van den Berg: Alles is krom Alles is krom

Hoe groot is de kans dat je moeder sterft op de dag waarop je vriendin hoort dat ze zwanger is? Rekening houdend met alle omstandigheden bleek de kans in het geval van Samuel Klundert, de hoofdpersoon uit Alles is krom, precies 0,000016 procent. En toch overkwam het hem. In de zeer realistische roman – soms lijkt het een psychologisch rapport – van historica en psychoanalytica Leen van den Berg komt het eenzame leven van de neurotisch aangelegde financieel analist Samuel snoeihard binnen. Zijn wereld is rechtlijnig, ordelijk en tot op de minuut ingedeeld. Het is de wereld om hem heen die hij niet begrijpt. Waarom toch al die metaforen? Blijf liever bij de feiten. Waarom ironisch zijn terwijl je het tegenovergestelde bedoelt? Door sociaal niet helemaal aangepast te zijn en mensen voor het hoofd te stoten, verliest Samuel alles wat hem lief is en belandt hij – naar eigen zeggen door een misverstand – in een psychiatrische instelling. Van den Berg is een taalvirtuoos wat de roman een extra dimensie geeft; waar Samuel struikelt over taal en menselijk gedrag, zet dat ook de lezer aan het denken. Tevens is het een (te) vroege postcorona-roman, blijkt uit opmerkingen van Samuel temidden van voetbalsupporters of de verzuchting van medepatiënt Raymond: ‘Twee jaar geleden, toen het virus nog woedde, had ik nog hoop. Ik dacht dat de schellen van ieders ogen zouden vallen. Dat we met z’n allen kritisch zouden gaan nadenken over hoe het beter kan in deze wereld en wat we daar samen aan kunnen gaan doen. Maar daar ligt niemand van wakker, zo blijkt. Crisis voorbij en alles gaat weer gewoon door zoals voordien. Niets hebben we eruit geleerd.’ Misschien dat we dit over vijftig jaar anders zouden lezen maar nu zitten we er nog middenin en kun je alleen maar hopen dat ‘die schellen’ nog gaan vallen.

Leen van den Berg: Alles is krom. Manteau, 211 blz. € 22,50

2. Ildefonso Falcones: De schilder van Barcelona

Speelde zijn succesvolle debuut De kathedraal van de zee in het Barcelona van de 14de eeuw, de nieuwe historische roman De schilder van Barcelona van de Spaanse advocaat en schrijver Ildefonso Falcones ademt het Barcelona van de eerste jaren van de twintigste eeuw. Er heerst sociale ongelijkheid en het zijn vooral de vrouwen die ertegen protesteren. Ondertussen wordt keramist, schilder en tekenaar Dalmau Sala zeer succesvol – het is zijn mentor die met hem pronkt op feesten en partijen. Dalmau geniet ervan maar verliest daarmee zijn strijdvaardige vriendin Emma uit het oog. Zijn moeder zit gekluisterd aan haar naaimachine, maant hem zijn succes in te zetten ten dienste van anderen, van het volk, van de strijd. Zij is bang dat hij één van hen wordt tegen wie de vrouwen juist strijden. Maar Emma zit ook niet stil; zij voelt zich aangetrokken tot de Republikeinen en maakt daar als ‘Lerares’ een bliksemcarrière. Ze spreekt vijftienduizend mensen toe in de Arena van Barceloneta en al mag ze zelf niet stemmen, ze kan de vrouwen aansporen hun mannen over te halen op de Republikeinen te stemmen. De werelden van Dalmau en Emma staan recht tegenover elkaar. Is er voor Dalmau nog een weg terug? Of moet hij daarvoor eerst heel diep vallen? De schilder van Barcelona is een geëngageerde roman, geschreven met veel liefde voor (architectuur in) Barcelona en doordrongen van drama en romantiek.

Ildefonso Falcones: De schilder van Barcelona. (El pinto de almas). Vert. Joke Mayer en Fennie Steenhuis. Luitingh-Sijthoff, 668 blz. € 27,50

3. Pierre Klossowski: De gefnuikte roeping

In de Franse reeks van uitgeverij Vleugels is wederom een onbekender werk van een bijzondere schrijver verschenen. Dit keer van de Franse schrijver, beeldend kunstenaar en acteur Pierre Klossowski (1905-2001), die bekend werd door het essayistische Sade mon prochain en de romantrilogie Les lois de l’hospitalité. Het nu doortastend vertaalde De gefnuikte roeping weerspiegelt het verloop van Klossowski’s eigen opleiding tot geestelijke in verschillende kloosters. In het ene vond hij de monniken te decadent en verdacht hij sommigen van antisemitisme, in het andere was het de kloostervoogd die juist hem niet katholiek genoeg vond. Uiteindelijk zal Jérôme, zoals de hoofdpersoon heet, uittreden al blijft hij van mening dat niet hij maar de oversten hebben gefaald. Hij spreekt daarbij de woorden ‘Je quitte Rome’ uit en de vertaler heeft die woorden uit de Franse tekst omgezet met het zichzelf aanmanende ‘Je verlaat Rome!’ om de twee delen waaruit de naam Jérôme is samengesteld ook in het Nederlands tot zijn recht te laten komen. De gefnuikte roeping wordt verteld door een onbekende commentaarstem die aan het begin zegt een exemplaar van de roman in Lausanne te hebben bemachtigd en het vervolgens van heel precies commentaar voorziet; hij stelt vragen bij de tekst (‘voor wie schrijft de “gelovige romancier” eigenlijk’), analyseert (‘de auteur wil hiermee zeggen dat’) of is ronduit negatief (‘ik geloof dat de auteur er niet in is geslaagd’). Het maakt De gefnuikte roeping niet alleen tot parodie maar het geeft je precies die uitleg die je nodig hebt om de theologische vraagstukken, de morele dilemma’s en het geestelijk leven binnen de kloostermuren te begrijpen – al is ontegenzeglijk het interessante nawoord van vertaler Katelijne De Vuyst even onmisbaar.

Pierre Klossowski: De gefnuikte roeping. (La vocation suspendue). Vert. en nawoord Katelijne De Vuyst. Vleugels, 95 blz. € 23,95

4. Diverse schrijvers: Ik mag niet klagen

De organisatie Passionate Bulkboek stelt zich ten doel jongeren te interesseren voor cultuur in het algemeen en letteren in het bijzonder. Eén van die activiteiten die zij organiseert is de schrijfwedstrijd Write Now! voor Nederlandse en Vlaamse jongeren van 15 t/m 24 jaar. Ter ere van haar 25-jarig bestaan, is nu de verhalenbundel Ik mag niet klagen verschenen met daarin twintig korte verhalen van jonge schrijvers die ooit in de prijzen vielen bij Write Now! Met verhalen van Vincent van Meenen (winnaar 2012), Lize Spit (winnaar Publieks- én juryprijs 2010), Ernest van der Kwast (winnaar 2001 onder pseudoniem) en vele andere zeer uiteenlopende, aantrekkelijke verhalen die veelal speciaal voor deze bundel zijn geschreven. Een aanrader voor wie zelf aan de wedstrijd mee zou willen doen, een must voor wie het talent van nu wil leren kennen. Of, zoals Ronald Griphart het aanmoedigend stelt op de achterflap: ‘Vroeger kende de Nederlandse literatuur De Grote Drie. Tegenwoordig hebben we De Grote Twintig’.

Diverse schrijvers: Ik mag niet klagen. Passionate Bulkboek, 212 blz. € 9,95

5. Paul Abels: Spionkoppen

Rondom de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten hangt altijd een waas van geheimzinnigheid. In Spionkoppen onthult bijzonder hoogleraar Inlichtingenstudies in Leiden, Paul Abels de persoon achter de ‘diensthoofden’ van de veiligheidsdienst vanaf 1945 tot nu. Samen met zijn ‘briljantste studenten’ Marijn Adams en David Mendelsohn die het voorwerk deden, maakte Abels elf portretten van de hoogst verantwoordelijke bazen waarin hij steeds laat zien waar de man – het is nog steeds een mannenbolwerk – vandaan komt, hoe de aanstellingsprocedure verliep, wat hun stijl van leiding geven was, hoe ze de dienst aanstuurden en zich (internationaal) opstelden tegenover politiek en samenleving en als laatste wat ze daarna zijn gaan doen. Natuurlijk wordt ook stilgestaan bij de reden van het vertrek (‘verkeerde man op de verkeerde plek’ of gewoon de zeven jaar volgemaakt). In het afsluitende verhelderende ‘groepsportret’, dat de auteur samenstelde uit de elf portretten, komt duidelijk naar voren dat de verantwoordelijke hoofden vooral bezig waren met het (re-)organiseren van de dienst; wat de één allemaal grondig had opgebouwd werd door zijn opvolger weer afgebroken en zo verder. Wie hoopt meer over de precieze werkzaamheden van de dienst te weten te komen wordt enigszins teleurgesteld – al wordt de AIVD wel menselijker door het onderzoek naar de werkwijzen van de verschillende diensthoofden (die vanaf 2015 directeur-generaal worden genoemd) van de afgelopen 75 jaar. De nieuwste man sinds mei 2020, de voormalig korpschef van de Nationale Politie Erik Akerboom, blijft in Spionkoppen buiten schot maar zal als hoofd van de AIVD de dienst op zijn manier (re-)organiseren. De hoofdtaak blijft de nationale veiligheid te beschermen door nationale en internationale (terroristische) dreigingen, maatschappelijke spanningen of politieke ontwikkelingen tijdig te onderkennen en het hoofd te bieden. Abels, die zelf lang voor de dienst werkte, sprak met enkele oud-hoofden, onder wie Sybrand van Hulst, Arthur Docters van Leeuwen en Dick Schoof en baseerde zich verder op uitgebreid archief onderzoek.

Paul Abels: Spionkoppen. Inlichtingenleiderschap in elf portretten. Prometheus, 396 blz. € 24,99

6. Philip Matyszak: 24 uur in het oude Athene

Net zoals hij eerder deed met een dag in het oude Rome, volgt classicus Philip Matyszak in 24 uur in het oude Athene het dagelijks leven van 24 verschillende Grieken in Athene in het jaar 416 voor Christus. Er woonden op dat moment ongeveer 30.000 mensen in de stad met meer ‘genieën per vierkante meter dan ooit in de geschiedenis van de mensheid’. Maar wat deden de ‘gewone’ mensen in die tijd in de stad? Slavin Dareia bijvoorbeeld leest om 01.00 uur heimelijk het script van Lysistrata dat op het bureau van haar meester Aristophanes ligt. Het beroemde toneelstuk zou zijn meesterwerk worden dat zelfs nu nog op middelbare scholen in Nederland wordt opgevoerd. De plot: de vrouwen van Griekenland roepen een seksstaking uit, totdat hun mannen besluiten elkaar niet meer te vermoorden. Om 05.00 uur begint vaasschilder Kleophon aan zijn vaas voor toneelschrijver Euripides. De techniek van het bakken van vazen en het beschilderen ervan wordt minutieus uiteengezet. De figuren zelf worden niet op de vaas geschilderd omdat het veel gemakkelijker is om het zwart om de figuren heen te schilderen en daarbinnen de lijntjes te tekenen. Matyszak baseert zijn verhalen op archeologische vondsten (zoals de vaas) of op geparafraseerde teksten uit de vijfde eeuw voor Chr. van Plato, Xenophon en anderen. De verhalen samen geven een beeld van hoe levendig Athene ruim 2400 jaar geleden ook achter de muren van wijsheid zou kunnen zijn geweest.

Philip Matyszak: 24 uur in het oude Athene. Het dagelijks leven van de Grieken. (24 Hours in Ancient Athens). Vert. Marijke Overpelt. Noordboek/HL Books, 256 blz. € 20,00