Kun je opnieuw besmet raken? En 17 andere vragen over het coronavirus

Coronavirus In februari werd Nederland overrompeld door het nieuwe coronavirus. Sindsdien zijn we veel te weten gekomen over de nieuwe infectie, maar nog altijd heeft de wetenschap niet het antwoord op alle vragen. Een update van de kennis.

    18 Feitelijke vragen over het coronavirus

  1. Hoe verloopt een infectie?

    Mensen die besmet raken met het coronavirus, SARS-CoV-2, merken de eerste dagen nog niets. De gemiddelde incubatietijd (de tijd van infectie tot aan de eerste klachten) is vijf dagen. Als mensen klachten krijgen, is dat meestal binnen tien dagen. De ziekte die je door het coronavirus kunt krijgen, heet Covid-19 (coronavirus disease 2019).

    Bij de meeste mensen die symptomen krijgen, verloopt de ziekte mild. Dat wil zeggen dat zij niet zo ziek worden dat zij in een ziekenhuis hoeven worden opgenomen. Maar de definitie van ‘mild’ is nogal breed en varieert van een lichte verkoudheid tot aan koorts, longontsteking en flinke benauwdheid.

    Bij naar schatting 2 procent van de mensen in Nederland verergert de ziekte na vier tot tien dagen vanaf de eerste klachten zó dat ze naar het ziekenhuis moeten. Hun toestand kan snel verslechteren waardoor ze extra zuurstof nodig hebben. Een deel van de mensen die zijn opgenomen in het ziekenhuis belandt op de intensive care (IC). Tijdens de eerste golf gebeurde dit bij ongeveer een kwart van de mensen met ernstige longontsteking. In de tweede golf belandt tot nu toe pakweg een vijfde van de mensen op de IC. Het lijkt erop dat het percentage mensen dat zo ziek wordt, kleiner is geworden. Dat komt ten eerste doordat dankzij breder testen het aantal besmette mensen nu duidelijker is. Daarnaast is het zo dat de Covid-19-patiënten die nu in het ziekenhuis komen gemiddeld jonger zijn dan die tijdens de eerst golf. Ook verbeterde de zorg door effectievere medicijnen en meer ervaring van het zorgpersoneel.

    Tijdens de eerste besmettingsgolf lagen Covid-19-patiënten gemiddeld een week tot drie weken op de IC, blijkt uit een recente Europese studie. Van de meer dan zeshonderd Covid-19-patiënten op de IC in deze studie is 24 procent overleden.

  2. Hoelang zijn mensen besmettelijk?

    Mensen die het virus oplopen, kunnen al één tot twee dagen voordat ze klachten krijgen besmettelijk zijn voor hun omgeving. Maar mensen mét klachten zijn over het algemeen het meest besmettelijk. Bij iemand die aan de beterende hand is, vermindert het aantal virusdeeltjes dat hij of zij uitscheidt gaandeweg. Het RIVM gaat ervan uit dat mensen niet langer besmettelijk zijn als ze 24 uur klachtenvrij zijn, en het op dat moment langer dan een week geleden is dat ze voor het eerst die klachten kregen.

  3. Welke symptomen zijn kenmerkend voor Covid-19?

    Een infectie met het coronavirus kan een waaier aan klachten opleveren. Het meest gerapporteerd worden verkoudheidsklachten (zoals niezen, keelpijn, een loopneus), een droge hoest en koorts. De bovenste luchtwegen zijn dan geïnfecteerd. Griepachtige klachten zoals hoofdpijn, moeheid en spierpijn kunnen ook voorkomen, net als misselijkheid of diarree, en bindvliesontsteking van het oog. Zeker de helft van de geïnfecteerde mensen meldt verlies van reuk en smaak. Er zijn ook mensen die wel besmet zijn, maar niet of nauwelijks klachten hebben.

    Daalt de infectie verder af naar de longen, dan ontstaat een longontsteking. Een patiënt krijgt het benauwd, moet hoesten en krijgt vaak ook koorts (boven 38 graden Celsius). Bij een deel van de mensen met een ernstige longontsteking wordt de toestand kritiek. Zij krijgen ernstige ademhalingsproblemen en moeten op een intensivecareafdeling worden beademd en behandeld.

    Een klein deel van de mensen die Covid-19 hebben gehad, houdt langdurig klachten, soms maandenlang. Het is nog niet bekend hoe vaak dit voorkomt en hoelang het duurt voor de klachten over zijn.

    Lees ook: Sommige coronapatiënten zijn al twee maanden ziek
  4. Kunnen mensen zonder klachten ook het virus overdragen?

    Sommige mensen zijn wel geïnfecteerd met het virus, maar krijgen geen klachten. Hoe vaak zo’n asymptomatische besmetting voorkomt is nog niet duidelijk. Soms krijgen deze mensen later alsnog klachten. Eén schatting, gebaseerd op cijfers uit de eerste maanden van de pandemie, komt erop uit dat één op de zes coronabesmettingen asymptomatisch verloopt. Maar andere onderzoeken noemen veel hogere percentages, tot 81 procent gemeten bij passagiers van een cruiseschip in Uruguay. Zo’n ‘stil’ verloop komt vaker voor bij kinderen dan bij volwassenen.

    Asymptomatische mensen kunnen het virus verspreiden zonder dat zij er zelf iets van merken. En ook al merken ze niets van de besmetting, op longfoto’s (CT-scans) is er soms wel schade te zien. In een kleine studie bij 37 asymptomatische patiënten zagen Chinese onderzoekers bij 21 van hen Covid-19 gerelateerde longafwijkingen op de CT-scans. Vergeleken met patiënten met milde klachten bleken de asymptomatische patiënten een zwakkere immuunreactie te hebben op het virus. Mogelijk is de asymptomatische groep daardoor ook langer besmettelijk voor anderen in hun omgeving, schrijven de Chinezen (19 dagen in plaats van 14 dagen).

  5. Wie lopen het meeste risico op ernstige Covid-19?

    Covid-19 treft mensen van alle leeftijden en achtergronden, en iedereen kan ermee in het ziekenhuis belanden. Maar oude mensen, mannen, en mensen die al andere chronische aandoeningen hebben, lopen meer risico. Hoe ziek iemand wordt kan ook samenhangen met de dosis virus die iemand heeft binnengekregen.

    De kans om een ernstiger vorm van Covid-19 te krijgen, neemt toe met de leeftijd. Vergeleken met de eerste golf in Nederland komen nu wat vaker veertigers in het ziekenhuis terecht. Boven de 55 jaar begint de kans op een ziekenhuisopname toe te nemen, maar de meeste opnames betreffen patiënten vanaf 70 jaar. Vanaf die leeftijd neemt ook de kans op overlijden toe. De meeste mensen die aan Covid-19 zijn gestorven, waren ouder dan 80 jaar: sinds 27 februari is 29,5 procent van de besmette tachtigplussers overleden, ruim 4.000 mensen. Ouderen hebben vaak een slechter werkend afweersysteem.

    Onderliggende aandoeningen verhogen ook de kans op een ernstiger verloop van de ziekte. Van alle patiënten onder de 70 jaar die sinds 27 februari in Nederland zijn overleden, had zeker 70 procent een onderliggende aandoening; vooral hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, diabetes (suikerziekte) en chronische longaandoeningen vormen een risico. Ook mensen met een chronische nierziekte, kanker, een chronische zenuw- of spierziekte of met ernstige obesitas zijn kwetsbaar.

    Er is ook een hoger risico voor mannen. Mannen en vrouwen raken even vaak besmet, maar van de opgenomen patiënten is tweederde man. Dat is een bekend fenomeen, ook bij andere virusinfecties zoals de twee ernstige coronavirusziekten sars en mers. Vrouwen hebben over het algemeen een betere afweer. De kans op overlijden is ook iets groter voor mannen, maar dat verschil is minder groot.

    Lees ook: Ongezonder, lager geschoold, niet altijd thuis kunnen werken
  6. Is het virus gevaarlijk voor zwangere vrouwen of hun kindje?

    Er is nog niet veel bekend over de gevolgen van een besmetting met het coronavirus SARS-CoV-2 voor de moeder of haar ongeboren kind. In het algemeen zijn vrouwen die in verwachting zijn, vatbaarder voor luchtweginfecties. Volgens het RIVM is er voor zover bekend geen verhoogde kans op een miskraam, het verlies van het ongeboren kind of op aangeboren afwijkingen door een infectie met dit coronavirus. Maar hoge koorts tijdens de zwangerschap kan weeën opwekken of de ontwikkeling van het kind in de buik beïnvloeden.

    Uit de beschikbare studies rijst het beeld dat voor de meeste zwangere vrouwen een infectie met het coronavirus geen probleem is. Wel komen zwangere vrouwen met een corona-infectie iets vaker met complicaties in het ziekenhuis of op de intensive care terecht dan besmette vrouwen die niet in verwachting zijn. Daarnaast lijkt vroeggeboorte wat vaker voor te komen bij zwangeren met SARS-CoV-2.

    In een recent overzichtartikel waarin in totaal ruim 2500 zwangeren wereldwijd werden bestudeerd, werd bij 22 procent de baby te vroeg (voor week 37) geboren - bij 18 procent was die vroeggeboorte opgewekt uit medische noodzaak. De sterfte onder moeders en baby’s was laag. Zwangeren met onderliggende aandoeningen of obesitas liepen meer risico op complicaties. In een ander recent onderzoek namen wetenschappers 77 studies samen met in totaal ruim 11.000 zwangeren die een ziekenhuis hadden bezocht met vermoedelijk of bevestigd Covid-19. Voor de meeste zwangere vrouwen is een infectie geen probleem: driekwart van de zwangeren die na een standaard test het coronavirus onder de leden bleken te hebben had geen klachten. In deze studie was het risico voor zwangere vrouwen met Covid-19 om op de intensive care te belanden 1,6 keer groter dan dat voor niet-zwangere coronapatiëntes, en het risico om aan de beademing te moeten 1,9 keer hoger. Ook in deze studie zien de onderzoekers een hoger risico op vroeggeboorte. Dit beeld wordt bevestigd in recent Nederlands onderzoek (dat nog op beoordeling door collega’s wacht), dat uitwijst dat zwangere vrouwen die met het coronavirus zijn geïnfecteerd een hogere kans hebben op ziekenhuisopname, opname op de intensive care, en op een ingeleide bevalling of een keizersnede. De studie bekeek alle 312 zwangere vrouwen in Nederland die een infectie met het SARS-CoV-2 coronavirus hadden tussen 1 maart en 31 augustus 2020.

    Het virus kan overgedragen worden van de geïnfecteerde moeder naar het kind via de navelstreng of de moedermelk, maar dat gebeurt zelden, volgens een studie die in oktober in Nature verscheen. Vermoedelijk is dat meestal ook geen probleem: kleine kinderen, ook pasgeboren baby’s, hebben meestal weinig klachten door een infectie met SARS-CoV-2.

  7. Wat is het risico op overlijden bij een infectie met het coronavirus?

    Door onderliggende aandoeningen of een hoge leeftijd kan Covid-19 ernstiger verlopen. Dat verschil komt ook terug in de sterftecijfers: bijna 90 procent van de overledenen aan corona was boven de zeventig jaar. Het RIVM schat dat van alle corona-infecties onder de Nederlandse bevolking ongeveer 1 procent fataal is.

    Een andere manier om de dodelijkheid van het virus te beoordelen is door te kijken naar de oversterfte: hoeveel meer mensen zijn er tijdens de corona-epidemie overleden dan normaal gesproken.

    Het CBS schat dat de oversterfte in de eerste elf weken van de corona-epidemie in Nederland uitkomt op 10.000. Daarin is meegenomen dat naast elke tien geregistreerde doden als gevolg van Covid-19 er tussen de vijf en tien mensen overleden aan corona die niet geregistreerd werden.

  8. Hoelang blijft afweer tegen het virus bestaan?

    Mensen die Covid-19 doormaken, ontwikkelen immuniteit voor het nieuwe coronavirus. In hun bloed circuleren antistoffen tegen het virus die voorkomen dat het cellen kan infecteren. Daarnaast hebben witte bloedcellen geleerd om stukjes eiwit van het virus te herkennen. Zodra ze dit tegenkomen, pakken ze het aan.

    De antistoffen verdwijnen na verloop van tijd weer uit het bloed, maar de geheugencellen, die bij een nieuwe infectie weer snel de productie van antistoffen kunnen opvoeren, blijven veel langer aanwezig. Maar de vraag is of dat voldoende is om nieuwe infecties te voorkomen. Het lijkt erop dat iemand die Covid-19 heeft gehad na verloop van tijd opnieuw vatbaar is voor hetzelfde virus. Mogelijk verloopt een tweede infectie wel milder dan de eerste, maar dat zal ook afhangen van iemands gezondheid die immers ook de sterkte van de afweer bepaalt.

  9. Ontstaat er groepsimmuniteit?

    In het begin van de pandemie was er hoop dat mensen die de infectie al hadden doorgemaakt, voor lange tijd immuun zouden zijn, en daardoor een soort buffer zouden kunnen vormen die de verspreiding van het virus naar kwetsbare groepen kan beperken.

    Dat fenomeen heet groepsimmuniteit. Als een voldoende groot percentage van de bevolking immuun is, zal iedere uitbraak van het virus vanzelf uitdoven. Waar die grens precies ligt, is niet bekend voor SARS-CoV-2; schattingen op basis van modellen lopen uiteen van 60 tot 90 procent. Als die immuniteit bij individuele patiënten weer snel verdwijnt, is het effect voor groepsbescherming ook tijdelijk en wordt het beschermende niveau misschien nooit gehaald.

    Volgens deskundigen is het überhaupt onverantwoord om zo’n bescherming na te streven door het virus op de vrije loop te laten. Tedros Adhanom Ghebreyesus, directeur-generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie, wees er in een toespraak op dat groepsimmuniteit alleen door middel van vaccinatie bereikt kan worden. „Nooit in de geschiedenis is groepsimmuniteit gebruikt als een strategie om te reageren op een uitbraak, laat staan een pandemie”, zei Tedros. „Dit is wetenschappelijk en ethisch gezien problematisch.”

  10. Kun je opnieuw besmet raken – en is dat erg?

    Soms raken mensen die al een keer besmet waren een tweede keer geïnfecteerd met het coronavirus. Meestal worden ze er de tweede keer minder ziek van, maar soms ook juist zieker, zoals een 23-jarige patiënt uit de VS. De eerste patiënt bij wie een herbesmetting onomstotelijk met een genetische analyse werd vastgesteld, was een man uit Hongkong. Die liep een herbesmetting op met een SARS-CoV-2-stam uit Europa, ruim vier maanden nadat hij voor de eerste keer geïnfecteerd was, met een net iets andere stam, in Hongkong. Bij die eerste besmetting had hij milde klachten, bij de tweede geen. Intussen zijn in enkele landen zulke herbesmettingen vastgesteld, ook in Nederland. Het gebeurde bij deze gerapporteerde patiënten na twee weken tot vier maanden. Hoe vaak herbesmetting voorkomt is nog niet duidelijk, het is nog niet vaak geconstateerd.

    Een herbesmetting kan gebeuren bij mensen met een verzwakt immuunsysteem, of bij mensen die niet erg ziek zijn geworden na een eerste besmetting. Zij hebben dan geen of niet voldoende afweer opgebouwd na de eerste infectie. Het is ook mogelijk dat bij iedereen uiteindelijk de afweer tegen het coronavirus weer wat afneemt. Dat gebeurt ook bij de andere, onschuldige coronavirussen, soms al na een half jaar.

    Lees ook: Hoe onze afweer worstelt met corona
  11. Waaruit bestaat de behandeling van Covid-19?

    Mensen die thuis uitzieken van Covid-19 kunnen paracetamol nemen tegen hoofd- en keelpijn. Het werkt ook koortsverlagend. Bij toenemende klachten van kortademigheid moeten mensen telefonisch contact opnemen met hun huisarts om verdere behandeling te bespreken.

    In het ziekenhuis opgenomen Covid-19-patiënten krijgen doorgaans meteen preventief antistollingsmidddelen toegediend, om eventuele longproblemen door stolselvorming voor te zijn. Indien nodig krijgen patiënten extra zuurstof via een slangetje bij de neus.

    Bij ernstiger ziekte krijgen patiënten dexamethason of een andere corticosteroïde om de ontstekingsreactie in de longen wat te dempen en het immuunsysteem wat meer respijt te geven in de bestrijding van het virus. Het virusremmende middel remdesivir kan een bijdrage leveren aan een sneller herstel als het in een vroeg stadium van infectie wordt toegediend. De patiënt krijgt dan een kuur van vijf dagen met dit middel.

    Als de situatie verder verslechtert, komen patiënten op de intensive care. Daar worden ze vaak aan een beademingsapparaat gelegd waarbij luchtslangen in de longen worden gebracht. Omdat dit niet prettig is, worden patiënten onder narcose gehouden. Het is onzeker of remdesivir in deze fase nog wel iets doet, maar dexamethason kan nog steeds van toepassing zijn.

    Plasmatherapie (met antistoffen van mensen die Covid-19 al hebben doorgemaakt) , toediening van monoklonale antilichamen (gerichte antistoffen die sterk aan het virus binden) en andere experimentele behandelingen kunnen op dit moment alleen plaatsvinden binnen het verband van wetenschappelijke studies. In eerdere studies zijn diverse mogelijke behandelingen al afgevallen. Dat geldt bijvoorbeeld voor het antimalariamiddel (hydroxy-)chloroquine. Gebruik daarvan bij Covid-19-patiënten in en buiten het ziekenhuis wordt afgeraden vanwege extra risico op hartschade.

  12. Hoe verspreidt het virus zich?

    Het SARS-CoV-2 coronavirus verspreidt zich van mens tot mens via druppels uit de luchtwegen. De druppels van een besmet persoon infecteren andere mensen via de slijmvliezen van hun luchtwegen en ogen. Dat kan via grote hoest-, nies- en spraakdruppels, via contact met besmette handen of oppervlakken, en via fijne zwevende luchtwegdruppeltjes.

    Voor het belangrijkste deel gaat de overdracht via grotere druppels, die in grote hoeveelheden ontstaan bij niezen en hoesten, en in mindere mate bij zingen, praten en hijgen. Deze druppels kunnen grote hoeveelheden infectieus virus bevatten. Dankzij de zwaartekracht vallen deze druppels binnen 1,5 meter op de grond. Door anderhalve meter afstand van anderen te houden en regelmatig de handen wassen, verklein je de kans op besmetting sterk.

    Ook via fijne zwevende druppeltjes (aerosolen) kan het virus zich verspreiden. Dat risico is groot bij aerosolvormende handelingen bij Covid-19-patiënten op de intensive care, bijvoorbeeld bij het aanbrengen of verwijderen van een beademingsbuis in de luchtweg.

    Het is nog niet duidelijk of in het dagelijks leven besmetting via aerosolen een rol speelt, volgens gezondheidsorganisaties als de WHO en het RIVM. Mochten ze een rol spelen, dan is dat een kleine, schrijft ook het Europese CDC en het Amerikaanse CDC, maar onder bepaalde omstandigheden zou het mee kunnen spelen. Er zijn een paar voorbeelden waarbij het virus over langere afstanden anderen lijkt te hebben besmet, schrijft het Amerikaanse CDC. Dat waren situaties in kleine of slecht geventileerde ruimtes, waar fijne druppels langer blijven hangen, en waar een geïnfecteerd persoon een half uur tot een paar uur zat te praten - of misschien zelfs te hijgen of zingen. Dan is er een hogere concentratie grote druppels en fijne druppeltjes. Als daarin voldoende infectieuze virusdeeltjes zitten, en een gezond persoon wordt daaraan voor langere tijd blootgesteld, neemt de kans op infectie toe. Het advies van gezondheidsorganisaties is dan ook om grote groepen binnenshuis te vermijden en ruimtes waarin je met meer mensen langere tijd verblijft goed te ventileren.

  13. Waarop baseren wetenschappers het standpunt dat de overdracht niet hoofdzakelijk via aerosolen gaat?

    De manier waarop het SARS-CoV-2 virus zich gedraagt (de epidemiologie), wijst erop dat de meeste besmettingen worden veroorzaakt door nauw contact, en niet door zwevende geïnfecteerde druppeltjes, zogeheten ‘airborne transmissie’. Er is geen bewijs dat het zich heel gemakkelijk verspreidt naar mensen op grotere afstand, of naar mensen die in een ruimte komen waar uren daarvoor een besmettelijke persoon was. Dat zie je wel bij infectieziekten zoals tuberculose, waterpokken en mazelen. Als het coronavirus voornamelijk via airborne transmissie zou worden overgedragen, dan had het zich veel sneller over de wereld verspreid in het begin van de pandemie. Bovendien lijkt het erop dat de hoeveelheid virus in de fijne druppeltjes meestal niet voldoende is om iemand te infecteren. Dat neemt niet weg dat het mogelijk wel kan gebeuren onder specifieke omstandigheden (zie: Hoe verspreidt het virus zich?)

    Lees ook: Hoesten, niezen, zingen: niemand kent het gevaar van kleine druppels
  14. Hoe belangrijk zijn superspreaders bij de verspreiding van het virus?

    Dit coronavirus heeft een opvallende eigenschap: het verspreidt zich opvallend vaak explosief, waarbij één geïnfecteerde, een superverspreider, een heleboel anderen besmet – de bekende bruiloften, begrafenissen, après-ski-bars en koren. Een veel groter aantal geïnfecteerden geeft het helemaal niet door. Dat is een bekend verschijnsel bij veel infectieziekten. Vaak is de verhouding 80/20: 80 procent van de besmettingen wordt veroorzaakt door 20 procent van de geïnfecteerden. Maar bij het coronavirus lijkt die verhouding nog schever te liggen; sommige wetenschappers schatten dat 10 procent van de besmette mensen verantwoordelijk is voor 80 procent van de nieuwe besmettingen.

    Superverspreiding kan veroorzaakt worden door mensen die buitengewoon veel virus uitstoten (zogenoemde supershedders). Maar het kan ook komen door iemand die gemiddelde hoeveelheden virus uitscheidt, maar veel meer nauwe contacten heeft. Of door iemand met een slecht afweersysteem die langer dan gemiddeld virus blijft uitscheiden.

    De opmerkelijke superverspreiding, zoals die in koren en bars, wordt vaak aangevoerd als bewijs dat het virus airborne overspringt. Dat kan, maar het is geen bewijs: superverspreiding kan ook via grote druppels en contactbesmetting gaan. Hoe dan ook is met veel mensen binnenshuis druk met elkaar praten, zingen of hijgen is vragen om problemen, zeker als er ook nog slecht geventileerd wordt.

  15. Hoelang kan het virus overleven op handen en oppervlakken?

    Het SARS-CoV-2 virus is behoorlijk robuust. Recent Japans onderzoek wijst uit dat het SARS-CoV-2 virus in een druppel slijm negen uur kan overleven op een stukje mensenhuid in een kweekbakje en nog cellen kan besmetten. Op gladde oppervlakken van roestvrij staal en glas overleefde het bijna drie dagen, op kunststof anderhalve dag. Ter vergelijking: een griepvirus overleefde in een slijmdruppel nog geen twee uur op de huid of op andere oppervlakken. Beide virussen werden binnen vijftien seconden volledig geïnactiveerd met handalcohol.

    Deze resultaten komen overeen met een eerdere studie, waarin ook gemeten werd dat SARS-CoV-2 virusdeeltjes in druppeltjes kweekvloeistof op karton na een dag, en op koper al na vier uur niet meer op te kweken waren.

    In het donker, zonder de aanwezigheid van schadelijk uvb-licht dat het virus snel kan inactiveren, kan het SARS-CoV-2 virus in het laboratorium tot wel 28 dagen overleven op gladde oppervlakken zoals papiergeld, roestvrijstaal en glas, bleek uit onderzoek van het Australische nationaal wetenschappelijk instituut CSIRO. De Australiërs zagen ook dat het virus langer overleefde bij lage temperaturen.

    De hoeveelheid virusdeeltjes in druppels op oppervlakken neemt in de loop van de tijd wel af: afhankelijk van de studie en het materiaal is die na enkele uren tot een dag gehalveerd. In de dagelijkse praktijk leeft het virus waarschijnlijk korter, en hoeveel virus iemand minimaal moet binnenkrijgen om ziek te worden is ook nog niet bekend. Maar handen wassen en regelmatig oppervlakken schoonmaken blijft belangrijk om verspreiding te voorkomen.

  16. Is de sterfte als gevolg van Covid-19 vergelijkbaar met sterfte als gevolg van normale griep?

    Hoewel de klachten van Covid-19 sterk lijken op de symptomen van seizoensgriep, denken artsen dat een infectie met het nieuwe coronavirus ernstiger is. Door de epidemie met een nieuw virus zijn er meer mensen tegelijkertijd ziek dan tijdens een normale griepgolf. Covid-19 is volgens de Wereldgezondheidsorganisatie dodelijker dan de seizoensgriep; een op de honderd geïnfecteerden sterft aan de ziekte; voor griep geldt dat minder dan een op de duizend eraan overlijdt. Maar de sterfte wordt natuurlijk sterk beïnvloed door de samenstelling van de bevolking (of er naar verhouding veel kwetsbare groepen zijn in de samenleving) en vooral de kwaliteit van de zorg. Voor griep bestaat al een vaccin dat jaarlijks wordt aangepast aan de op dat moment circulerende virusstammen. Goede medicijnen en vaccins tegen corona zijn nog volop in ontwikkeling.

  17. Helpt een mondkapje tegen verspreiding van het virus?

    Mondkapjes vormen een fysieke barrière voor druppelverspreiding van het virus, zowel aan de kant van verspreiders als aan die van ontvangers. Of ze helpen en hoeveel druppels ze tegenhouden hangt van veel factoren af, zoals het materiaal waarvan de mondkapjes gemaakt zijn, het aantal laagjes stof en of ze goed aansluiten rondom mond en neus. Belangrijk is verder om zorgvuldig om te gaan met mondkapjes, want door slechte hygiëne kan het effect ervan averechts uitpakken.

    Hard wetenschappelijk bewijs voor het nut van mondkapjes is lastig te verkrijgen. Directe vergelijking van landen met en zonder mondkapjesplicht gaat vaak niet op doordat er te veel andere verschillen zijn die ook een rol kunnen spelen. Een mondkapjesplicht wordt meestal tegelijk ingevoerd met een pakket aan andere maatregelen, waardoor het individuele effect niet te onderscheiden is.

    Toch zal het virus minder vrij spel hebben als iedereen zorgvuldig een mondkapje draagt op drukke plaatsen, al kan het besmetting waarschijnlijk niet helemaal voorkomen. Sommige wetenschappers opperen dat het dragen van een mondneusbescherming ervoor kan zorgen dat mensen minder virus binnenkrijgen, waardoor de infectie milder zal verlopen. Dat zou een extra argument kunnen zijn ze overal op drukke plekken te dragen.

    Lees ook: Hoe onze afweer worstelt met corona
  18. Wanneer kunnen we een vaccin tegen Covid-19 verwachten?

    Rond tweehonderd kandidaatvaccins zijn in ontwikkeling, in alle soorten en maten. Tien daarvan zijn in de laatste testfase met duizenden proefpersonen. Uit die tests moet de komende maanden blijken of het proefvaccin beschermt tegen Covid-19, en of er geen nare bijwerkingen zijn. De hoop is dat voor eind 2020 bekend is of er een of meer kandidaten voldoende bescherming bieden, en dat na goedkeuring door geneesmiddelenautoriteiten rond die tijd, of begin 2021, de eerste groepen mensen al kunnen worden ingeënt. Dat zullen waarschijnlijk mensen zijn die in de gezondheidszorg werken, en mensen in risicogroepen – afhankelijk van de resultaten uit de tests. Vaccinatie van bredere groepen zal naar verwachting op zijn vroegst pas in het tweede of derde kwartaal van 2021 op gang komen, als alles mee zit.

    Onder de Europese koplopers zijn het proefvaccin van AstraZeneca (met de universiteit van Oxford), van het Leidse biotechbedrijf Janssen (met het Amerikaanse moederbedrijf Johnson & Johnson), en van BioNTech (met Pfizer). Nederland heeft samen met de Europese Unie onder meer contracten met de eerste twee, en opties op andere. Ook de kandidaatvaccins van het Zweeds-Amerikaanse Novavax en van het Amerikaanse bedrijf Moderna zitten in de kopgroep.

    Van alle vaccinkandidaten worden alvast miljoenen doses geproduceerd, zodat het direct gebruikt kan worden als de tests goed uitpakken en er goedkeuring is verkregen.

    Een Russisch vaccin en vier Chinese vaccins zijn in die landen al beperkt goedgekeurd en worden al gebruikt om mensen te vaccineren, terwijl de klinische studies nog lopen.

    Lees ook: Volg hier de wereldwijde race naar een vaccin

    Het is afwachten hoe goed de vaccins zullen werken. Gebleken is dat mensen die al helemaal hersteld zijn van een coronabesmetting soms opnieuw geïnfecteerd kunnen raken. Mogelijk zal dat ook mensen na een vaccinatie nog kunnen overkomen. Dat tempert de hoop dat een vaccinatiecampagne het verder rondgaan van het virus kan voorkomen en zo groepsimmuniteit oplevert. Veel deskundigen verwachten dat de eerste generatie inentingen alleen zal beschermen tegen de ziekte, of in elk geval tegen de ernstige longontsteking die het virus kan veroorzaken. Ook ziet het ernaar uit dat een vaccin herhaaldelijk moeten worden gegeven. Aan de andere kant zou het ook kunnen dat een vaccin een betere of langduriger bescherming kan opwekken dan een milde natuurlijke infectie, door de manier van toedienen of door de hulpstoffen in het vaccin.

    Lees ook:Snuiven en slikken tegen corona

Colofon

Tekst en redactie
Sander Voormolen en
Niki Korteweg.
Foto’s
David van Dam
Vorm en techniek
Koen Smeets.