Recensie

Recensie Muziek

Robin Kester maakt muziek met schaduwen en doorkijkjes

Concert De klank van gitaar en drums worden overspoeld door kabbelende elektronica. Bij het concert van nieuwkomer Robin Kester ontstaan mysterieuze liedjes die de zaal betoveren.

Robin Kester betovert het zittende publiek in Paradiso.
Robin Kester betovert het zittende publiek in Paradiso. Foto Tess Janssen

Het is een genoegen om vijf muzikanten hun best te zien doen om zo min mogelijk geluid voort te brengen. De opbrengst mag dan minimaal zijn, de inspanning is er niet minder om: als een scherpschutter zit de keyboardspeler klaar om net die ene toon te plaatsen, of wat tamboerijn-geritsel voort te brengen.

Het levert uiteindelijk iets bijzonders op. Dat bleek dinsdagavond in Paradiso, Amsterdam, bij het optreden van de Nederlandse zangeres/gitariste Robin Kester en haar vier begeleiders. Haar optreden – voor een toch al beperkte hoeveelheid zittend publiek – was het laatste popconcert in Paradiso en de rest van het land, voor de komende periode. Anderhalf uur na de persconferentie waarop bekend werd dat de popzalen opnieuw moeten sluiten, wist Kester de stemming op te krikken met mysterieuze liedjes die ze prettig vanzelfsprekend presenteerde.

Nieuwkomer Kester, die onlangs het mini-album This Is Not A Democracy uitbracht, laat de klanken van gitaar en drums overspoelen door kabbelende elektronica. Echo suggereert onverwachte, spookachtige ‘schaduwen’. Het is muziek met doorkijkjes, met nu en dan een hoofdrol voor droge baspartijen, die bijna humoristisch detoneren.

Kesters volle zangstem is tastend, alsof de tonen nog niet vaststaan. Zo is de diepte en wijdsheid van de liedjes uitzonderlijk, maar bij sommige nummers blijft de melodie achter. ‘Sweat and Fright’, bijvoorbeeld, heeft een fantastische klank maar een te voorzichtige melodie.

Verrassend waren de nieuwe nummers die gespeeld werden, zoals ‘Honeycomb Shades’, die dansbaarder en sneller waren – al was Kester zelf de enige die kon dansen. Op een rij naast elkaar, op de rand van het podium, lukte het de groep om het verspreid zittende publiek te betoveren. In de huidige opstelling is het publiek een stuk minder lawaaiig dan anders. Zoals Kester verbaasd zei: „Het is hier zo stil dat je een chipszakje kunt horen kraken.”