Schillen ophalen, 70 jaar lang, maar één keer met vakantie

Schillenboer Sietse Siegers trok zijn leven lang langs deuren om etensafval op te halen. Nu is zijn tractor verkocht en zit hij thuis.

Wie het Gronings niet verstaat, heeft in principe pech, maar bij uitzondering wil Sietse Siegers (85) zich in het Nederlands verstaanbaar maken. „Alles is weg”, zegt hij. De koeien, de paar geiten en schapen die hij had op zijn boerderij in Winsum, en nu heeft hij ook afscheid moeten nemen van zijn „trekker”. Een John Deere-tractor, twintig jaar oud, drie lekke banden, zitje met touw en doeken opgelapt. Hij heeft hem verkocht aan de man die hem al die jaren in onderhoud had. Hij heeft er een paar centen voor gekregen. „Zakgeld.”

Zeventig jaar lang heeft hij de schillen opgehaald in Winsum, dit jaar uitgeroepen tot het mooiste dorp van Nederland door de ANWB – Sietse Siegers wist dat natuurlijk allang. Alle huizen ging hij langs, dat van de dokter en de dominee, de bakker, en toen de supermarkt in het dorp kwam, haalde hij ook daar de restanten op. Op dinsdagen en vrijdagen. „Eerst kwam ik met de kruiwagen, toen met de kar, daarna met paard-en-wagen en vervolgens met de trekker.”

Pannenkoeken, hele of halve broden, bananen, aardappel- en fruitschillen, al met al zo’n dertig, veertig kilo spul dat voor de mensen afval was, maar prima eten voor de koeien. Lange preien, bietenloof, gekookt eten zó warm van het bord, ze aten alles „heerlijk op” en binnen een dag of twee was de hele groenteberg schoon op. Uiteraard pas nadat hij het opgehaalde „spul” had gecontroleerd en uitgezocht, met de hand. „Mensen wilden hun mesje weleens mee weggooien.” En mocht er nog een verdwaalde flessendop tussen zitten, dan kwam het voor dat de koeien die zelf uitspuugden.

Normaal gesproken geeft een boer zijn runderen gras of hooi. Maar als een boer geen eigen land heeft, zoals hij en voorheen zijn vader, dan moet je slim zijn. „Je koopt het spruitenloof van andermans grond, een overschot bieten van een ander, en verder gebruik je wat de mensen overhouden. Het béste eten dat je kunt hebben.”

Gratis en voor niks, en je bewijst de wereld er nog een dienst mee ook. Toch gebeurt het amper nog. Schillenboeren zoals hij zijn er niet meer. „Want dit mag niet, zus is verboden, en dat is uit den boze.” Het gelazer begon al toen hij z’n dieren geen gekookt voedsel meer mocht voeren. Na de mond-en-klauwzeeruitbraak in 2001 kwam er een Europees verbod op gekooktetenafval, dat vaak ook dierlijke resten bevat. Dat scheelde hem „bákken vol” warm eten uit het bejaardencentrum.

Hij was de jongste thuis, na vijf jongens en een meisje. Zijn moeder heeft hij nooit gekend, ze stierf rond zijn derde. Er kwam een huishoudster in huis, en zij is 51 jaar gebleven op de boerderij die vader Siegers zelf had neergezet. Twee broers vertrokken naar Canada, één werd kapper en één ging in dienst bij de Hoogovens, de zus trouwde met een boer. Sietse deed de boerderij alleen, trouwen deed hij nooit. Eén keer is hij met vakantie geweest, naar Canada. Op dinsdag heen, de volgende dinsdag alweer terug. „Ik kon voor langer geen melkers voor mijn koeien krijgen.”

Eén broer, die van de Hoogovens, is hem op zijn oude dag nog komen helpen op de boerderij. Hij deed de schillenophaal toen Sietse dat wegens een kapotte heup niet meer kon. Maar die broer is nu dood. En hij zit thuis, met niks omhanden. Hij klaagt niet, hoor, maar de ouderdom wint, zegt hij. Het is niet anders. „Het begin was mooi, het einde slecht.”

Kees van de Veen