Recensie

Recensie Theater

Ontwapenend theater over ouderschap

Theater In Niet de vaders spreken ‘voeder’ Minou Bosua en donor Eelco Smits openhartig over hun ouderschap. In hun overpeinzingen leggen ze op ontroerende wijze hun twijfels en worstelingen bloot.

Scène uit de voorstelling ‘Niet de vaders’ met Minou Bosua en Eelco Smits.
Scène uit de voorstelling ‘Niet de vaders’ met Minou Bosua en Eelco Smits. Foto Karin Jonkers

„De donor heeft zijn sperma ter beschikking van de wensouders gesteld ten behoeve van kunstmatige donorinseminatie. De donor verklaart dat het kind niets méér van hem, als ouder, te verwachten zal hebben.” Eelco Smits leest de overeenkomst voor die aan de basis lag van zijn onorthodoxe vaderschap. Hij had toen hij de beslissing nam „niet de illusie dat het zijn leven ging beïnvloeden”.

Het liep anders: een tijdje na de geboorte van zijn zoon zou Smits vanuit Amsterdam verhuizen naar het dorp waar Minou Bosua en haar vriendin het kind samen opvoeden, om dichter bij hem in de buurt te kunnen zijn. In de voorstelling Niet de vaders worstelen Bosua en Smits met de uitdagingen van het ouderschap en de manieren waarop het je onherroepelijk verandert, ondersteund door een Brabants ‘homomannenkoor’ dat de gesprekken vanaf een videoscherm van gezongen commentaar voorziet.

Eén van de sterkste punten van de voorstelling is hoe complementair Bosua en Smits aan elkaar zijn, als ouders én als performers. Bosua (die zich noch vader, noch moeder voelt en daarom de term ‘voeder’ heeft bedacht) is op het podium onbehouwen, heeft het hart op de tong, en is geneigd de vlucht voorwaarts te nemen: ze lacht haar pijn graag weg en houdt grote emoties op afstand. Smits is daarentegen een open zenuw: een man die zijn demonen maar nauwelijks in bedwang kan houden maar ze ook eerlijk met het publiek deelt. Het levert een prettige chemie op: puur door zichzelf te zijn dagen de acteurs elkaar continu uit om uit hun comfortzone te treden.

Adembenemende kwetsbaarheid

Het rijke materiaal doet de rest. Door de lens van de relatie met hun zoon pellen de twee performers zichzelf en elkaar stukje bij beetje af. Vindt Smits het niet raar dat zijn zoon de achternaam van Bosua heeft gekregen, terwijl zij genetisch helemaal niets aan het kind heeft bijgedragen? Hoe denkt hij eigenlijk over wat het betekent om in een familielijn te staan – is het voor hem belangrijk om zijn naam over te dragen? En zo niet, wat wil hij dan wel overdragen? Via dit soort vragen komen de makers steeds dichter bij de pijnpunten die komen kijken bij het opvoeden van een kind: alles wat het over jezelf onthult, en hoe je idealen samenhangen met je persoonlijke kwetsuren.

Zo wil Bosua graag dat haar zoon door zo veel mogelijk verschillende mensen wordt opgevoed en niet alleen door haarzelf, maar in die ‘it takes a village’-aanpak schemert ook duidelijk haar bindings- en verlatingsangst door. En Smits geeft aan zijn zoon toe dat hij niet ‘blij’ is dat hij homo is en wenst hem dat ook vooral niet toe. In een hartverscheurende monoloog hekelt hij de alomtegenwoordige ‘heterovriendelijke glitterversie’ van homoseksualiteit; hij zou liever eerlijk zijn over ‘de schaamte, de woede, de eenzaamheid!’.

Hier en daar krijg je het gevoel dat de scherpe randjes er net wat zijn afgevijld: als Bosua bijvoorbeeld aan het slot aan Smits vertelt dat ze door zijn donorschap pas écht met het feit werd geconfronteerd dat ze ‘gewoon een vrouw is’, en daarom een man nodig had om haar vriendin zwanger te maken, buigt ze dat net iets te makkelijk om naar nóg meer liefde voor Smits (in plaats van het ressentiment jegens hem dat je toch óók zou verwachten). Maar in de ongemakkelijke niet-omhelzing die op haar bekentenis volgt, zit toch weer de radicale eerlijkheid die de rest van de voorstelling kenmerkt. De adembenemende kwetsbaarheid en generositeit van de makers in de manier waarop ze hun kwetsuren met elkaar en het publiek aangaan, maakt Niet de vaders tot een onvergetelijke theaterervaring.