Opinie

De toon van P. Emmer

Stephan Sanders

Een goed jaar geleden was De Grote Suriname-tentoonstelling te zien in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Pre-corona, hoge bezoekersaantallen, drommen mensen. Ik was er ook en wijdde er een recensie aan voor De Groene Amsterdammer. Daarin beschreef ik hoe na de afschaffing van de slavernij (1863) het koloniale Nederland Hindostanen en Javanen naar Suriname haalde, de zogenaamde ‘contractarbeiders’. Ik schreef: „Maar die contracten waren vaak zo ongunstig, dat de weg terug voor het merendeel was afgesloten.”

Daarop volgde lezersmail, zeer vriendelijk, maar corrigerend. Het klopte niet van die ‘ongunstige contracten’ want „elke contactarbeider had het recht om na 5 jaar gratis naar het land van herkomst te worden teruggebracht”.

Was getekend: Piet Emmer. Daar stond niet: ‘Emeritus Hoogleraar in de Geschiedenis van de Europese Expansie en Migratie aan de Universiteit van Leiden’. Ik vond het sympathiek, het gebrek aan professorabele intimidatie.

Inmiddels is dezelfde Piet Emmer ongewild de spil geworden van een naargeestig krantendebat. Het begon met een mooi, persoonlijk interview dat Gerri Eickhof deze zomer werd afgenomen door de Volkskrant: de NOS-verslaggever sprak over „de racistische hoogleraar Piet Emmer, die vindt dat de slavernij wel meeviel” en verder zei Eickhof nog veel dingen, die meer hout sneden.

Bij publicatie had de Volkskrant Emmer moeten vragen om een weerwoord, af te drukken als kader bij het grote interview met Eickhof. Want een hoogleraar die gespecialiseerd is in de slavernijgeschiedenis, en die nu bekend staat als ‘racistisch’ wordt professioneel uitgeschakeld.

Maar columniste Asha ten Broeke deed er in dezelfde Volkskrant een schepje bovenop: „Is het echt zo erg om een racist genoemd te worden?” Mij lijkt het wel, want in Nederland gelden racisten als mensen die geloven in een rassenhiërarchie. Hier wordt iemand, veel meer dan in de Angelsaksische wereld, geen daad of gedachte verweten, maar een complete gezindheid.

Afgelopen zaterdag stelde Zihni Özdil in deze krant vast: „Niet Piet Emmer, maar zijn werk is racistisch.”

De vlek werd niet weggepoetst maar uitgewreven.

Het grootste verwijt aan Emmer is dat hij de slavernij en alle gevolgen daarvan zou bagatelliseren. Ik heb bij Emmer vaker een onderkoelde, licht-provocatieve toon opgemerkt die sterk afwijkt van die van de jongste generatie historici. Emmer klinkt een beetje Brits: afstandelijk, koel, ‘aloof’ (afzijdig). Die ‘tone of voice’ wordt niet meer gepikt door mensen die ‘slaaf’ al bijna racistisch vinden klinken, en het per se willen hebben over ‘tot slaaf gemaakten’. Omdat Het Heel Erg Was.

Maar is de toon van Emmer voldoende reden om zijn argumenten te negeren?

Om hem tot persona non grata te verklaren?

Stephan Sanders schrijft elke maandag op deze plek een column.