De hardnekkige praktijk van de anonieme EU-bron

Off-the-record De onwil van Brusselse instellingen om met naam en toenaam hun beleid te verdedigen, kan het negatieve beeld van de EU als bureaucratisch, gezichtsloos monster versterken.

Illustratie XF&M

Illustratie XF&M

Toen Dennis Abbott twintig jaar geleden in Brussel als eindredacteur aan de slag ging bij de wekelijkse krant European Voice (inmiddels omgevormd tot website Politico Europe), was de Brit „geshockeerd” over het veelvuldige gebruik van anonieme bronnen. Hij zag dat veel artikelen volledig gebaseerd waren op informatie die off-the-record was gegeven. „Ik vond dat erg vreemd. Maar mensen vonden me naïef als ik zei dat er ten minste één on-the-record-citaat in moest. ‘Zo werkt dat niet hier’, zeiden ze.”

Een beetje nieuwsconsument komt ze geregeld tegen: de anonieme EU-bron. Journalisten die in Brussel over de Europese Unie schrijven, kunnen er moeilijk omheen. Diplomaten van lidstaten, hoge ambtenaren en zelfs officiële woordvoerders van de Europese Commissie delen veel van hun informatie alleen als je belooft dat hun naam niet wordt genoemd.

Dat is ook in de nationale politiek gebruikelijk, maar omdat de EU als bestuurslaag niet onomstreden is, versterkt deze praktijk het negatieve beeld van de Europese Unie als een gezichtsloos, bureaucratisch monster.

Bij haar aantreden als voorzitter van de Europese Commissie benadrukte Ursula von der Leyen het belang van meer transparantie: „Willen de Europeanen meer vertrouwen krijgen in onze Unie, dan moeten haar instellingen openheid betrachten en uit het oogpunt van ethiek, transparantie en integriteit onberispelijk zijn.”

Absurde praktijken

De Commissie heeft met correspondentenvertegenwoordiging Association de la Presse Internationale (API) afgesproken dat haar woordvoerders op drie manieren met de pers praten: on-the-record (citeerbaar met naam en functie), off-the-record (‘Commissiebron’) en ‘on background’ (niet toe te schrijven aan de Commissie). Het komt geregeld voor dat wanneer journalisten om een on-the-record antwoord vragen, ze alleen background-informatie krijgen.

„Ik begrijp niet waarom ze dat zo vaak doen”, zegt Katalin Halmai, correspondent voor het Hongaarse dagblad Népszava. „Soms is het echt belachelijk. Dan is het gezien de aard van de informatie zo duidelijk dat deze van de Commissie afkomstig is, maar dan laten ze me nog steeds niet schrijven dat zij de bron is.”

Het leidt soms tot absurde praktijken. Een paar maanden geleden hoorde Halmai een verklaring van de Tsjechische Eurocommissaris Veěra Jourová (Waarden en Transparantie) in het Europees Parlement. Ze stuurde hierover enkele vervolgvragen. „Toen kreeg ik precies dezelfde zinnen, woord voor woord, die Jourová in het Parlement had uitgesproken, maar dan als background.” Halmai moet er nog om lachen: de woordvoerder stuurde dus openbare citaten onder de voorwaarde dat deze niet geciteerd mochten worden.

Voorzichtige dieren

Mogelijk speelt mee dat de Commissie afhankelijk is van de medewerking van lidstaten en het Europees Parlement: zonder hen kan de Commissie weinig nieuwe regels maken.

De extreem voorzichtige houding van woordvoerders lijkt echter vooral voort te komen uit angst. De Brit Abbott zag het van binnenuit, toen hij in 2008 voor de Europese Commissie ging werken als woordvoerder. Veel van zijn toenmalige collega’s, vooral degenen met een vast contract, waren bang om door iets verkeerds te zeggen de rest van hun carrière te schaden. Wie woordvoerder is bij de Commissie, wil daarna misschien wel hogerop komen als ambtenaar elders in de organisatie, aldus Abbott. „Ambtenaren zijn van nature voorzichtige dieren.”

Dat gaat eigenlijk al jaren zo. Dat blijkt ook uit het twee jaar geleden verschenen boek Verslaggever van beroep van Sytze van der Zee, oud-NRC Handelsblad-correspondent in Brussel (1975-1981). Daarin schrijft Van der Zee dat hij Commissieambtenaren „meestal off-the-record” interviewde, „want bij de Commissie bleef alles geheim. Voor minder deed een ambtenaar het niet”.

Spokesperson’s service

De categorie ‘background’ bestond in de jaren tachtig echter nog niet, vertelt Michael Stabenow. Hij kwam in 1981 als journalist naar Brussel en was van 1990 tot vorig jaar EU-correspondent voor de Frankfurter Allgemeine Zeitung (FAZ). En de Commissie was ook minder een gesloten bolwerk. „Vroeger was het veel gemakkelijker om met ambtenaren te spreken, zij het niet bij naam dan ten minste off-the-record te quoten. Dat is vandaag echt heel ingewikkeld.” Alleen Eurocommissarissen (zoals Frans Timmermans), de hoogste ambtenaren (directeuren-generaal) en woordvoerders mogen nu nog on-the-record met de pers praten. Alle andere medewerkers hebben toestemming nodig van het woordvoerdersteam, de spokesperson’s service (SPP). Die SPP staat dagelijks om 12 uur ’s middags de pers te woord bij de zogeheten midday briefing.

De huidige baas van de SPP, Fransman Eric Mamer, laat desgevraagd weten dat hij het volstrekt logisch vindt dat een specifieke dienst verantwoordelijk is voor het spreken met de pers. „Er werken honderden geaccrediteerde journalisten in Brussel en vele anderen bereiken ons dagelijks vanuit de hele wereld. Het is niet redelijk om van ambtenaren, die beleidswerk te doen hebben, te verwachten deze verzoeken te beantwoorden”, aldus Mamer.

Strakke lijn

Tijdens de termijn van Jean-Claude Juncker (2014-2019) is de SPP anders ingericht, onder leiding van Mamers voorganger, de Griek Margaritis Schinas – inmiddels Eurocommissaris. De Finse Anna-Kaisa Itkonen, woordvoerder klimaat en energie onder Schinas, zegt dat de SPP „extreem werd gecentraliseerd”. Voordien had elke Eurocommissaris een eigen woordvoerder. Dat leidde nog wel eens tot onduidelijkheid of een woordvoerder nu sprak namens die Eurocommissaris, of namens de hele Europese Commissie, zegt Itkonen.

Gevolg van de centralisatie was wel dat de meeste woordvoerders veel minder vrije ruimte hadden. Iedere woordvoerder moet zich houden aan een van bovenaf goedgekeurde line to take. Dat wordt pijnlijk duidelijk aan de manier waarop woordvoerders vragen beantwoorden tijdens de midday: voorlezend. „Ik had het gevoel dat ik vrij weinig te zeggen had bij de midday briefing”, zegt de Fin. Dat was niet uit onwil, maar ze moest zich gewoon houden aan de strakke lines to take – tot frustratie van sommige journalisten.

„Er is een verschil tussen informatie en communicatie. Communicatie is niet genoeg”, zegt de Duitse journalist Stabenow. „Margaritis Schinas ging het sterker om communiceren, minder om mensen te informeren.”

Zelfs bij de zogenaamde ‘technische briefings’, in feite off-the-record persconferenties, zijn ambtenaren vaak bang om politieke uitspraken te doen. In die technische briefings worden vaak ingewikkelde wetsvoorstellen gedetailleerder uitgelegd dan een Eurocommissaris kan doen. „Het hangt wel af van de spreker”, zegt Halmai, „maar sommigen zeggen niets dat niet prima on-the-record had kunnen zijn.”

Dat bewees de Commissie toen ze begin april een on-the-record briefing hield over voorstellen om de economische schade door de coronapandemie te beperken. Vanwege lockdownmaatregelen moest de briefing wel via videoverbinding worden uitgezonden. Mamer noemde het initiatief in de podcast EU Scream als voorbeeld van openheid. „Men vraagt ons altijd om transparanter te zijn, nou, nu zijn we dat.” Niet lang daarna werden de briefings echter weer off-the-record.

Ter discussie

Bovenstaande ging vooral over de Europese Commissie, maar dan is er ook nog de Raad van de EU, waar ministers besluiten nemen. Je kunt zeggen wat je wil van de Commissie, maar die heeft tenminste een dagelijkse persconferentie en woordvoerders die in het openbaar uitspraken doen. De Raad heeft wel persvoorlichters, maar die mogen helemaal nooit on-the-record spreken.

Als journalist valt prima om deze beperkingen heen te werken. Juist omdat er zoveel lidstaten zijn, en een Europees Parlement met ruim zevenhonderd leden die juist graag met de pers praten, komt een beetje verslaggever wel aan zijn of haar informatie. Maar de onwil van EU-instellingen om met naam en toenaam de maatregelen van de EU te verdedigen, is voer voor eurosceptici. Abbott, wiens geboorteland de EU inmiddels heeft verlaten, denkt dat de houding averechts werkt. „Als je geen antwoord kunt geven op een simpele vraag, dan zal het publiek zelf zijn conclusies trekken. Dat zijn meestal niet de meest positieve conclusies.”

Soms kan het ter discussie stellen van de ‘background-reflex’ er ook toe leiden dat de woordvoerder in kwestie zijn verantwoordelijkheid wel neemt. Maar dat vergt wel van de pers dat ze zich daar hard voor maken. De Hongaarse journalist Halmai wijst erop dat journalisten deels ook verantwoordelijk zijn. „Veel van ons verzamelen informatie bij deze bronnen. Als we hier ons over uitspreken, verliezen we misschien onze bronnen.”