Recensie

Recensie Theater

Freek laat de clown in zichzelf schitteren in ‘Asociale Afstand’

Coronacabaret In zijn hoogst actuele programma Asociale Afstand werpt Freek de Jonge een satirische blik op de coronacrisis. Hij signaleert hedonisme, hebzucht, verwarring en schuldgevoel.

Freek de Jonge in ‘Asociale Afstand’
Freek de Jonge in ‘Asociale Afstand’ Foto Claudia Otten

Hoe dicht Freek de Jonge in Asociale Afstand op de actualiteit zit, blijkt als hij zijn programma begint met: „Er was eens een meisje dat Mondkapje heette. Eigenlijk heette ze Famke Louise.” De grappen die volgen, gaan niet over het recente grillige handelen van de influencer, maar over haar uiterlijk. Desalniettemin geeft het aan dat Freek hoog inzet: een satirische blik op een chaotische crisis, waar we nog middenin zitten.

Freek neemt het publiek mee naar het begin van de crisis – „U herinnert zich dat vast nog” – in maart: hoe het leven met een klap stil werd gezet en het grote hamsteren begon. Dat is een opstapje naar het „neo-liberalistische denken”, met een recent cijfer over de onthutsende winsten van de elf rijksten van de wereld in een periode waarin velen een armoedeval maken.

Via de voedselbank, Trump, de handhaving van de anderhalve meter en het verbod op contact tijdens uitvaarten en met ouderen in verpleeghuizen signaleert hij vol ongeloof en sarcasme hoe verwarring en schuldgevoel in deze tijd de overhand kregen. Niet elk fragment leidt tot een scherpe pointe, maar Freek heeft het vermogen alleen al door zijn jubelende toon van verbazing en meewarigheid de lach op te wekken.

Lees ook: ‘Hoe minder grappen, hoe puurder de film’

Daar staat, op deze zaterdag in Lelystad, een zekere stroefheid tegenover, want Freek is wel erg onrustig: vaker naar woorden zoekend en zinnen niet afmakend dan past bij zijn van nature gejaagde spreekstijl.

Visuele grappen

Het sterkste in Asociale Afstand zijn de visuele grappen, waarbij Freek de clown in zichzelf laat schitteren. Zoals het terras-setje dat hij het podium op sleept om te demonstreren hoe een kruidenier zijn graantje wil meepikken van het groteske verlangen van het publiek naar het einde van de lockdown, begin juni. Hedonisme en hebzucht vinden elkaar moeiteloos, is de onderliggende gedachte. Mooi is ook hoe hij de gymnastiekringen die boven het decor hangen naar beneden trekt en gebruikt om op te lopen. Daarmee, al strompelend, beantwoordt hij de vraag hoe hij zich voelt. „Je weet niet welke kant je opgaat.”

Freek de Jong in Asociale Afstand. Foto Claudia Otten

Beeldend is ook de geestige, lange slotscène, waarin hij een ludieke montage presenteert van Rutte tijdens diens coronapersconferenties. De slim verknipte uitspraken leggen de vinger op alle gekkigheid die uit de mond van de premier is gekomen. Zo’n scène had niet misstaan als item bij Zondag met Lubach, ware het niet dat Freek een malle versie speelt van doventolk Irma Sluis, wanhopig en mismoedig.

Alle respect, kortom, voor deze 76-jarige, die laat zien dat hij met zijn vertolking van de nar nog volop mee kan in het cabaretcircus.