Excuses Apostolisch Genootschap voor aanrichten ‘emotionele pijn’

Apostolisch Genootschap Aanleiding voor de excuses is het boek Apostelkind van Renske Doorenspleet, waarin ze de gesloten en dwingende cultuur van de geloofsgemeenschap beschrijft.
De villa Berg en Dal van het Apostolisch Genootschap in Baarn.
De villa Berg en Dal van het Apostolisch Genootschap in Baarn. Foto Caspar Huurdeman / ANP

Het Apostolisch Genootschap heeft excuses aangeboden voor de emotionele schade die (oud-)leden van de geloofsgemeenschap hebben opgelopen. Dat schrijft het bestuur op zijn website. Volgens het bestuur zijn er naar aanleiding van de publicatie van het onthullende boek Apostelkind van Renske Doorenspleet zo’n 130 „indringende en waardevolle” gesprekken gevoerd met (oud-)leden die toonden hoe beschadigend de cultuur binnen het genootschap was.

Volgens het genootschap was er „met name voor de eeuwwisseling” sprake van een hiërarchische cultuur die „mensen als beschadigend hebben ervaren”. De organisatie zegt excuses aan te bieden „aan iedereen die miskenning, beknelling en emotionele pijn ervaren heeft door de destijds heersende organisatiecultuur”. Daarnaast wordt er een meldpunt geopend waar mensen hun verhaal kwijt kunnen en indien nodig professionele hulp kunnen krijgen. Ook zegt het genootschap bereid te zijn mee te werken aan een onafhankelijk onderzoek.

Lees hier: het interview van NRC met Renske Doorenspleet

In haar boek, dat eerder dit jaar verscheen, beschrijft Doorenspleet de totalitaire en gesloten cultuur van de geloofsgroep en de druk die werd uitgeoefend op leden om de geestelijk leider, de apostel, te volgen. In een interview met NRC sprak de schrijfster later van „emotioneel misbruik”.

‘Verborgen en onverwerkte kant van het verleden’

Volgens het bestuur van het genootschap heeft Doorenspleet met haar boek „een verborgen en onverwerkte kant van het verleden aan het licht gebracht”. Het boek en de daaropvolgende gesprekken met (oud-)leden zouden de opgelopen emotionele schade van de hiërarchische cultuur hebben aangetoond. „De groepsdruk was destijds groot en afwijken van de groep leidde in bepaalde situaties tot uitsluiting of publiekelijke terechtwijzing”, schrijft het bestuur.

Door de structuur van de geloofsgroep en de dwingende cultuur zou er sprake zijn geweest van „inmenging in levenskeuzes en familiesituaties”. Leden die het hier niet mee eens waren werden onder druk gezet om te zwijgen. „Daardoor werd steun die soms nodig was, niet gegeven of gevonden. Professionele hulp werd in enkele gevallen zelfs afgeraden”, erkent het genootschap.

In een eerdere reactie werd gesteld dat de hiërarchische cultuur vooral heerste tot de jaren tachtig van de vorige eeuw, en dat leden zich tegenwoordig niet verbinden aan één persoon (de apostel) maar aan religieus-humanistisch gedachtegoed.