Opinie

Ik ga u teleurstellen

Tommy Wieringa

D66’ers vinden Rob Jetten capabel, maar zijn verliefd op Sigrid Kaag, stond in de krant. Er is inderdaad genoeg om verliefd op te zijn. Ze is intelligent, charmant en aantrekkelijk, en een ware kosmopoliet met een schitterende internationale carrière bovendien. Ik zat eens tegenover haar in een uitzending van Pauw en was het ook. In de coulissen waakte haar echtgenoot.

Nu is ze de hoop van D66 en veel progressief-liberale twijfelaars. De enige hoop die politieke partijen nog weten op te wekken, is die van een nieuw gezicht zo nu en dan. Kaag vertegenwoordigt hoop zoals Lodewijk Asscher dat een paar jaar geleden deed bij de Partij van de Arbeid. Bij zijn aantreden zei hij: „Ik ben Lodewijk, ik ga u teleurstellen.”

Lees ook Sigrid Kaag: ‘We komen in dit kabinet niet verder’

Vorige week werd Kaag geïnterviewd in NRC. De verslaggevers stellen dat ze het nadrukkelijk opneemt voor multinationals. Kaag: „Als je andere partijen hoort, denk je soms: het is slecht, slechter, slechtst. Wij doen niet aan die bedrijvenbashing. Ze zijn belangrijk voor de economie, voor banen. Kritisch volgen en kijken is belangrijk. Maar ik ken eerlijk gezegd alleen maar bedrijven die verantwoordelijk willen zijn, aandacht voor het klimaatakkoord willen en eerlijk loon willen betalen. Aandeelhouders verwachten dat ook van die bedrijven.”

Naïveteit is hier niet van domheid te onderscheiden. Ze hoeft de krant maar open te slaan en de rechtszaken tegen al die eerlijke en verantwoordelijke bedrijven springen van de pagina. Om te beginnen in Groningen, waar wegens bevingsschade individuele rechtszaken en massaclaims lopen tegen de Nederlandse Aardoliemaatschappij. Die komt steevast opdraven met een batterij advocaten, want gemiddeld genomen geldt: hoe meer advocaten, hoe groter het misdrijf. Half september stond Boskalis voor de rechter vanwege een zandwinningsproject in de baai van Makassar. Lokale vissers visten plots in troebel water, de visstand daalde tot tachtig procent en door kusterosie ging veel land verloren.

‘Unilever is de grootste ngo ter wereld’, blufte een paar jaar geleden ceo Paul Polman, terwijl Unilever zijn palmolie betrekt van bedrijven die verantwoordelijk zijn voor apocalyptische bosbranden in Indonesië. De hoeveelheid broeikasgas die daarbij vrijkomt is het dubbele van wat Nederland jaarlijks aan CO2 uitstoot. In Den Haag stond deze week Shell voor de rechter, omdat het in Nigeria betrokken is bij een van de grootste milieurampen ter wereld. Sinds Shell daar in 1956 begon te boren, is er volgens Milieudefensie in de Nigerdelta het equivalent van elf miljoen vaten ruwe olie weggelekt. Elk jaar evenveel als er in 1989 uit de olietanker Exxon Valdez stroomde toen die bij Alaska aan de grond liep. Water en bodem zo zijn ernstig vervuild dat veel bewoners kampen met ernstige gezondheidsklachten. De babysterfte in het gebied is exceptioneel hoog: het Duitse onderzoeksinstituut CESifo berekende dat er jaarlijks 16.000 zuigelingen sterven als gevolg van de olielekkages.

De verwoestingsketen van de parel in de kroon van het Nederlandse bedrijfsleven begint op de grond en zet zich voort in de lucht als koolstofuitstoot. Shell is verantwoordelijk voor 2,12 procent van de mondiale uitstoot van broeikasgassen sinds het begin van de Industriële Revolutie. Van de noodlottige gevolgen van deze uitstoot is het bedrijf al decennia op de hoogte. In 1986 waarschuwden Shell-onderzoekers al voor ‘relatief snelle en dramatische veranderingen’ van het klimaat, schrijft Jelmer Mommers in zijn klimaatboek Hoe gaan we dit uitleggen, ‘met gevolgen voor de leefomgeving van mensen, voor hun toekomstige levensstandaard en voedselvoorraden, met potentieel grote sociale, economische en politieke consequenties’.

Enter Frits Böttcher. Uit onderzoek van de Volkskrant en Follow the Money bleek vorig jaar dat deze hoogleraar in de chemie tussen 1990 en 1998 ruim een miljoen gulden van het bedrijfsleven ontving voor een ‘frontale aanval’ op de klimaatwetenschap. Van deze desinformatiecampagne was Shell de hoofdsponsor.

De oliereus meet zich dezer dagen een groen imago aan, maar investeert met volle steun van haar aandeelhouders nog altijd 95 procent van de fondsen in fossiele brandstoffen.

Tot zover een paar voorbeelden van bedrijven met ‘aandacht voor het klimaatakkoord omdat aandeelhouders dat ook verwachten’. Mijn naam is Sigrid Kaag, ik ga u teleurstellen.

Tommy Wieringa schrijft elke week op deze plek een column.