Corona in het kabinet: groepsvorming, harde kritiek en een nerveuze premier

Deze week: bewindslieden die ander coronabeleid willen, Ferd Grapperhaus die zinspeelt op afhaken, ministers als proefkonijn voor Rutte en de Jonge, CDA-sores en een nerveuze premier. Ofwel: de Covid-19-debatten in het kabinet.

Ze zijn met zijn vijven, ze bestaan al langer als groepje – maar de laatste weken is hun contact intensiever. De meesten krijgen ondersteuning van hun secretaris-generaal.

Zij zijn de vijf ministers die samen nadenken over een ander, minder eendimensionaal coronabeleid.

Donderdagmorgen, toen speculaties over strengere maatregelen vanaf volgende week al rondgingen (avondklok?), hadden ze opnieuw een digitale afspraak: Wopke Hoekstra (Financiën, CDA), Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66), Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD), Carola Schouten (Landbouw, CU) en Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66).

In feite vinden ze al sinds het voorjaar dat de coronapolitiek gedreven moet worden door méér dan alleen de zorgcapaciteit.

Terwijl ze vaststellen dat de departementen van premier Mark Rutte (VVD) en vicepremier Hugo de Jonge (CDA) – respectievelijk Algemene Zaken en Volksgezondheid (VWS) – vooral sturen op stijgende aantallen besmettingen en dito ziekenhuisopnames, willen zij ook de negatieve bijeffecten van maatregelen meewegen.

Wiebes vindt bijvoorbeeld: de hele horeca vroeger sluiten is onverstandig; je moet cafés die de 1,5 meter netjes naleven niet bestraffen met minder omzet – maar kroegen die de regels verslonzen meteen dichtgooien. De andere vier sympathiseren met die benadering.

De vijf willen, net als de directeuren van de planbureaus, ook aandacht voor gedragseffecten: als door de corona-aanpak de reguliere zorg weer wordt verdrongen of ouderen massaal ophouden met sporten, is de gezondheidsschade onevenredig groot. Of: als je steeds strengere maatregelen neemt, loop je het gevaar dat óók de mensen die zich heel precies aan alle regels houden, hun geloof in het beleid verliezen.

Maar aan het einde van de week hadden de vijf, gezien de steile besmettingscurve, wel door dat voor hun benadering voorlopig de politieke ruimte ontbreekt. In hun omgeving hoorde je: zo ging het begin april ook met Wiebes’ anderhalve metereconomie, en uiteindelijk is dat gewoon beleid geworden. „Nog even geduld.”

Het optreden van de vijf is een nieuw signaal dat het over corona schuurt binnen het kabinet.

De laatste weken ging veel aandacht naar de miscommunicatie tussen veiligheidsregio’s en het Rijk waardoor kostbare tijd voor nieuw beleid verloren zou zijn gegaan. Maar evengoed was de onderlinge kritiek in de ministerraad de twee weken daarvoor, 18 en 25 september, niet mals. „Er zijn harde noten gekraakt”, zei een aanwezige.

Nieuwe realiteiten en oude irritaties versterkten elkaar. Sinds de zomer bevat de ministerraad drie (kandidaat-)lijsttrekkers: De Jonge (CDA), Sigrid Kaag (D66) en zeer waarschijnlijk Rutte (VVD).

Het creëert een competitieve omgeving waarin mensen erg met elkaar bezig zijn: toen NRC vorige week bijvoorbeeld een interview met Kaag bracht waarin zij details van D66-ideeën niet paraat bleek te hebben, werd dat stuk driftig rond geappt in het kabinet.

Evengoed stelden bewindslieden in de ministerraad van 18 september onderling vast dat Rutte en De Jonge blijkbaar al tevoren hadden besloten welke extra coronamaatregelen (toen: eerder het licht aan in kroegen) ze die avond zouden bekendmaken.

„Alsof ze op ons oefenden voor de persconferentie”, smaalde een andere aanwezige.

Zo ontstond die dag, kreeg ik uitgelegd, een ongemakkelijk sfeertje. Ministers voelden zich buiten de beleidskeuzes gehouden door de drie bewindslieden met een regierol – Rutte, De Jonge en Ferd Grapperhaus (Justitie) – terwijl uitgerekend het optreden van dit trio in de zomermaanden in diezelfde ministerraad onder vuur lag.

De Jonge werd verweten dat hij en zijn ministerie sinds juli niets aan de opklimmende besmettingscijfers hadden gedaan. Rutte, de laatste weken nerveus over de cijfers, gaf later intern ook toe dat VWS te lang had stilgezeten. En Grapperhaus had sinds zijn huwelijk zijn eigen sores.

Dit laatste is een blijvende bron van ongemak. Wiebes leurt al langer met het idee om minder generieke maatregelen te nemen. Zijn analyse: je moet niet, zoals VWS, naar de besmettingscijfers kijken, maar naar het reproductiegetal. Daaruit volgt dat je ondernemers die geen negatieve invloed op dat getal hebben, hun gang moet laten gaan – en bedrijven die de regels overtreden rigoureus moet aanpakken.

Maar dit laatste vereist strakke handhaving. En strakke handhaving is lastig sinds de coalitie de overtredingen op Grapperhaus’ huwelijk coulant behandelde.

Ook binnen het CDA wordt gezegd dat de minister achteraf beter had kunnen opstappen. Grapperhaus zelf vertelt collega’s de laatste weken dat hij overweegt alsnog af te zien van een hoge plaats op de kandidatenlijst volgend jaar, en nadenkt over het lijstduwerschap.

Maar Grapperhaus is ook een steunpilaar voor De Jonge. En De Jonge heeft in het CDA blijvend te maken met partijgenoten die erop uit zijn hem te verzwakken.

Zo ontstond recent nog consternatie toen bleek dat een ambtelijk medewerker van De Jonge is geopperd voor de kandidatenlijst, waarbij CDA’ers klaagden dat de vicepremier blijkbaar ‘eigen’ mensen voortrekt. Een rol hierbij speelt dat zittende CDA-Kamerleden vrezen dat hun kansen op terugkeer niet best zijn.

En in het kabinet klagen collega’s dat de communicatie tussen bij corona betrokken CDA-bewindslieden vaak verre van optimaal is.

Op deze manier werken de CDA-sores volgens geïrriteerde coalitiegenoten door in de coronabestrijding. Het roept ook in hoge kabinetskringen de vraag op of De Jonge dit menselijkerwijs kan volhouden, al zeggen ze in De Jonges eigen omgeving dat zijn energieniveau onverminderd hoog is.

Maar eenvoudig zal het voor hem niet snel meer worden. Toen drie weken geleden uitnodigingen voor de eerste nazomerse Catshuissessie van 27 september rondgingen, leidde dit tot een veelzeggend incident. Het economisch blok – de drie W’s: Wiebes, Hoekstra en Koolmees – had geen invitatie gekregen. De ergernis was niet gering: gingen dezelfde ministers die het zaakje in de zomer verwaarloosden het beleid nu wéér onderling bedisselen?

Eén van de drie W’s was zo ontstemd dat hij via een ambtenaar een bericht liet afgeven: ondanks absentie van een uitnodiging, stond er, zou hij gewoon komen. Hierna werd het trio alsnog gevraagd.

Veel irritatie in het kabinet richt zich op VWS: het departement zou onvoldoende expertise in crisisbestrijding hebben, het zou geen nieuwe kennis organiseren, en niet openstaan voor geluiden van buiten de zorg. Het komt mede, zei een direct-betrokkene, omdat de zorg gewend is problemen in eigen kring op te lossen. Ook De Jonge zelf heeft zelden of nooit tijd voor verhalen of ervaringen van buiten de sector. „Pas als Van Dissel begint te zuchten maakt VWS zich zorgen.”

Dus wat zich op de korte termijn aftekent – strengere maatregelen, een soberder openbaar leven – is vermoedelijk niet wat voor later dit jaar op komst is: de kritiek op VWS en De Jonge zal niet zomaar verstommen.

Evengoed heeft de vicepremier, met Rutte, geen andere keuze dan door te gaan. Ze moeten wel.

En hun voordeel is misschien dat in deze gespannen omgeving, met botsende belangen en steeds tegenvallende cijfers, de verwachtingen niet verschrikkelijk hoog gespannen meer zijn. Dus politici die hier, tegen de stroom in, alsnog een relatief geslaagde aanpak uit weten te peuren, bewijzen, behalve het land, vermoedelijk ook zichzelf een behoorlijk grote dienst.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Haagse Zaken: Hoe de tweede golf tot stand kwam

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.