Waarom heten er meer mensen Van Boxtel dan Van Amsterdam?

Durf te vragen Vooral in Noord-Brabant en de Betuwe kozen veel mensen een plaatsnaam als familienaam.

ANP/ Paul Dijkstra

Waarom heten er in Nederland zo weinig mensen Van Amsterdam of Van Rotterdam en veel meer mensen Van Dongen of Van Boxtel? Anno 2007, het laatste meetjaar, waren er 681 Van Amsterdams, 185 Van Rotterdams, 10.788 Van Dongens en 3.967 Van Boxtels. Toen in 1811 de burgerlijke stand werd opgezet hadden Amsterdam en Rotterdam ook al veel meer inwoners dan deze kleine plaatsen, dus waarom komen de grote steden dan toch veel minder voor als familienaam?

Voor het antwoord moeten we eerst terug naar de Middeleeuwen, zegt Leendert Brouwer. Hij werkt voor het CBG Centrum voor familiegeschiedenis in Den Haag en ontwikkelde eerder voor het Meertens Instituut de Nederlandse Familienamenbank. „In de Middeleeuwen ontstond hier en daar al het gebruik van plaatsnamen als familienaam. Met de komst van migranten uit vooral Vlaanderen in de zestiende eeuw werd dit fenomeen algemener, in de eerste plaats in de steden en geleidelijk aan ook op het platteland.”

Brouwer weet niet waarom het zo is, maar vooral in Noord-Brabant en de Betuwe kozen veel mensen een plaatsnaam als familienaam. „Dat zien we dus nu nog steeds terug in de grote hoeveelheid Brabantse plaatsnamen in familienamen.”

Deze namen hebben veelal een oudere geschiedenis, die teruggaat tot de Middeleeuwen toen landsheren ermee verbonden waren, zegt Brouwer. „Wat de vermenigvuldigingsfactor betreft hadden zulke namen dus al een voorsprong op Amsterdam en Rotterdam, die niet alleen later tot bloei kwamen, maar ook geen Heren van Amsterdam of Rotterdam kenden. Wel waren er de Heren van Amstel met een oude geschiedenis en de familienaam Van Amstel heeft dan ook meer dragers dan Van Amsterdam: 1.164 versus 681.”

Westwaartse trek

Het is overigens niet zo dat alleen mensen uit kleinere plaatsen hun geboortegrond meenamen als ze verhuisden, zegt Brouwer. „Dat zie je aan de hoge positionering van de namen Van Keulen, Van Kleef, Van Galen, Van Aken en Van Meurs. We zien hierin de westwaartse trek vanuit het Duitse Westfalen weerspiegeld.”

Plaatsnamen uit het noorden laten zich minder zien, zegt Brouwer, omdat andere naamtypes hier overheersten. „Denk aan boerderijnamen en patroniemen, alsmede andere naamvormen, zoals namen op -ing, -ink en -inga. Van Groningen, Van Assen en Van Zwol doen het overigens niet slecht. De Friese steden komen er bekaaid vanaf. Dat komt omdat ten tijde van de naamsaanneming onder Frans bewind in 1811 veel Friezen nog een familienaam moesten aannemen. Als restrictie was echter in de voorschriften opgenomen dat men zich niet naar een stad mocht vernoemen, tenzij de betreffende naam al in gebruik was.”

Vóór de Franse tijd waren familienamen een soort bijnamen, die pas hun beslag kregen als ze bij een officiële gelegenheid – een huwelijk of het opstellen van een contract – op papier werden gezet, zegt Brouwer. „Dat leidde ertoe dat dominees of notarissen de namen vaak op verschillende wijze noteerden. Interessant is dat in Nederland de namen definitief werden opgeschreven ná het vastleggen van de spellingsnormen in 1804, terwijl dat in Vlaanderen al eind achttiende eeuw gebeurde. Daarom komen veel Vlaamse namen ons ouderwets over.”

Met de familienaam Van Amsterdam gaat het overigens best goed, weet Brouwer. „Die is tussen 1947 en 2017 ruimschoots verdubbeld – en dat is meer dan de gemiddelde naamgroei in die periode. De aanwas was opvallend sterk in Alkemade.”