Recensie

Recensie Muziek

Dirigent/pianist Lahav Shani met drieste Beethoven in bijna lege Doelen

Klassiek In een voor nauwelijks 8 procent gevulde Doelen leidde Lahav Shani het Rotterdams Philharmonisch in een ronkende uitvoering van Beethovens Tripelconcert. Cellist Kian Soltani toonde zich de subtielste speler.

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Lahav Shani.
Het Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Lahav Shani. Foto Karen van Gilst

Naarmate de coronakaart roder kleurt, ogen de concertzalen leger. Fysiek onmogelijk lijkt het om nu nog besmet te raken in de enorme Rotterdamse Doelen met zijn desolate lege hal en galmende gangen. Van de 2.139 stoelen waren er donderdag circa 150 bezet: veel minder dus dan het actueel toegestane maximum van 250 luisteraars.

Wie er wel was, waande zich lid van een geheim genootschap dat was samengekomen voor Mozarts Jupiter-symfonie door het Rotterdams Philharmonisch Orkest met chef Lahav Shani. Shani opteerde dit keer voor een gebruikelijker opstelling: musici zaten niet meer in een kring. Over wat beter klinkt kun je discussiëren, elke plek in de zaal heeft een eigen akoestische werkelijkheid met maar één constante waarheid: musiceren op afstand in een lege zaal is en blijft schipperen. Dát er onder de actuele omstandigheden wordt gespeeld is wat dat betreft zowel een kwetsbare luxe als een akelig compromis.

Shani leidde twee concerten donderdag, beide met de wereldpremière van Magnus Lindbergs compositie Absence als voorgerecht. Ook dat was een luxe, want de tweede keer luister je altijd weer anders, beter geïnformeerd.

Lees ook: Lahav Shani verlengt contract als chef-dirigent bij Rotterdams Philharmonisch Orkest

Ijltempo

Lindberg liet zich inspireren door ‘gespreksboeken’ waarin de dove Beethoven bezoekers hun vragen/opmerkingen liet opschrijven, die hij zelf dan mondeling beantwoordde. Je stelt je voor dat er uiteenlopende thema’s aan bod kwamen – en inderdaad hoorde je vele sferen terug in Absence, waartoe Lindberg het orkest afwisselend impressionistisch, omineus en filmisch laat klinken. Bij eerste beluistering leek het effect soms te contrastrijk, de tweede indruk was een betere, ook doordat het orkest scherper speelde.

Shani’s aanpak in de Weense klassieken – Mozart en Beethoven – riep wisselende gedachten op. Hoekige ritmes, zoals we gewend zijn uit de authentieke uitvoeringspraktijk, zijn aan hem niet besteed: hier regeerden ronde, gezongen fraseringen met een natuurlijk aandoende balans tussen hoofd- en bijzaak in de eerste twee delen van de Jupiter-symfonie. Daarna verslapte de aandacht een beetje.

Beethovens Tripelconcert, gelukkig met iets meer luisteraars in de zaal, moet het hebben van de wisselwerking tussen de drie solisten en het orkest. Shani dirigeerde vanachter de vleugel en het orkest liet de solisten ook alle ruimte om de show te stelen. Het hart beroerde vooral cellist Kian Soltani met zijn elegante toon (Largo). Shani, als pianosolist niet overal even fijnzinnig, koos een ijltempo voor het Rondo alla Polacca. Voor de virtuoze violist Renaud Capuçon kwam de grens van het speelbare in beeld. Maar waar op de heerlijke recente opname van Shani’s leermeester Daniel Barenboim bij eenzelfde hoge snelheid de opwinding overslaat, bleef die hier uit – daartoe was meer tempodifferentiatie nodig geweest. De fraaie, intieme toegift (Mendelssohns Trio MWV 29: II) maakte met zangerige tederheid meer indruk.