Prijs voor Vrije Schilderkunst naar Janne Schipper, Charlott Weise en Dan Zhu

Beeldende kunst Als kemphanen stonden de juryleden soms tegenover elkaar, maar ook dit jaar rolden er drie kunstenaars als winnaars uit de bus voor de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst.

Winnaars Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2020Janne Schipper (l), Dan Zhu (m), Charlott Weise (r) in het Koninklijk Paleis Amsterdam.
Winnaars Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2020Janne Schipper (l), Dan Zhu (m), Charlott Weise (r) in het Koninklijk Paleis Amsterdam. Foto Willemieke Kars

„Ik heb het idee dat kunst tegenwoordig veelal politiek is. Ik zie kunst die maatschappelijke dilemma’s zou moeten oplossen. ‘Oplossingsgericht werk’ noem ik dat en ik vind het een gevaarlijk fenomeen.”

Aan het woord is Janne Schipper, die een uitleg geeft bij haar werk dat werd bekroond met de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst.

De prijs wordt sinds 1981 jaarlijks uitgereikt aan drie in Nederland werkzame beeldend kunstenaars van onder de 35 jaar. Naast Schipper kregen ook Charlott Weise en Dan Zhu donderdag de prijs uit handen van koning Willem-Alexander in het Paleis op de Dam.

Het was geen gemakkelijke opgave om uit de 406 kunstenaars een keuze te maken. Over de 15 uitverkoren kunstenaars die de komende tijd werk kunnen laten zien in het Paleis op de Dam, was de jury het wel eens. Het probleem was het kiezen van drie winnaars. De juryleden stonden als kemphanen tegenover elkaar, meldt het juryrapport. De vraag waar ze mee worstelden was onder meer: moet je de achtergrond, geaardheid of huidskleur van de maker in je overweging betrekken of juist niet?

Lees ook: Raquel van Haver: ‘Ik zag geen representatie van mezelf’

Of de autonomen de discussie hebben gewonnen of niet, daar laat het rapport zich niet over uit. Wie het werk van de vijftien kunstenaars bekijkt, ziet wel dat de discussie over de context niet alleen tijdens juryoverleg is gevoerd, maar dat dat ook in de werken zelf gebeurt: lichamelijkheid, de positie van de vrouw en de toekomst van de aarde – ze komen allemaal aan bod.

Close up van cellulitis

Van winnaar Charlott Weise is de reeks Herself in Passage. According to G.H te zien. De vrouwenfiguren op de doeken worden steeds vager, alsof ze er bijna niet meer mogen zijn, alsof ze weggepoetst worden.

Charlott Weise, ‘Herself in Passage According to G.H.’ (2020), olieverf, pastel, houtskool op doek, 200 x 140 cm.

Rinella Alfonse zet haar visie op de vrouw kracht bij door een corset en een close up van cellulitis weer te geven. Sophie Lee interpreteert en zoomt in op vrouwenborsten zoals te zien op schilderijen van de renaissanceschilder Lucas Cranach de Oude. De invullingen van vrouwelijke lichamelijkheid zijn weinig geruststellend. Dat geldt ook voor het werk Touch, waarmee Dan Zhu een kleurrijk en semi-aaibare maar uiteindelijk ongrijpbaar beeld presenteert.

Dan Zhu, ‘The Touch’ (2019), olieverf op doek, 200 x 180 cm.

Behandel zulke werken maar eens als autonoom, het lijkt vrijwel onmogelijk. Dat geldt ook voor de twee schilderijen van Iriée Zamblé, die mensen wil portretteren die nog niet vaak op schilderijen zijn te vinden. Op To Each his Own zie je een zwarte jongen van wie het gezicht schuilgaat onder zijn baseballcap, het andere schilderij toont een T-shirt met de tekst ‘Sunday Best’.

Gouden koets

Ook de stoffen banners van de al aangehaalde kunstenaar Janne Schipper refereren direct aan de actualiteit. Ze is gefascineerd door politieke vlaggen en spandoeken van supporters: die tonen hoe mensen bereid zijn hun individualiteit vrijwillig op te heffen om achter een doek aan te lopen. Op een van haar banners naaide Schippers een spreuk uit Dante’s Goddelijke komedie: „Il ben del intelletto” (het goede van het intellect). Bij Dante belanden zij die geen onderscheidend vermogen hebben in de hel om er voor straf achter een vaandel aan te lopen. De meest intrigerende van de drie doeken van Schipper, doet denken aan de collages van de late Matisse.

Janne Schipper, ‘Approximate Distance V’ (2020), textiel, 200 x 147cm.

Daarmee zijn we terug bij context versus verbeelding, of beter de combinatie ervan. Verbeelding heeft context en achtergrond nodig, in verwijzingen naar werken van vroeger, maar ook naar de toekomst.

Danielle Hoogendoorn geeft in We are not Cattle een inkijkje in die toekomst, en wel: in het lot van de Gouden Koets. Vier zwarte paarden trekken een nog maar klein koetsje voort – een gouden koets die, eenmaal ontdaan van een beladen verleden, gehalveerd is tot een gouden boerenkar.

Ook de idylle van de rode boerderij op Hoogendoorns Post-PAS (Programma Aanpak Stikstof) is bedrieglijk. Als je goed kijkt, zie je dat er kleine penselen en een tube verf op het erf zijn geplakt. Of de schildersmaterialen werkeloos zijn of juist onderdeel van het grotere geheel, dat is aan de kijker.

Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst

De tentoonstelling met de 15 genomineerden is t/m 31 december te zien in Het Paleis op de Dam. Reserveren: paleisamsterdam.nl