Opinie

Met moralisme krijgen we het virus er niet onder

Samenleven Elke overtreding van een coronaregel lijkt twijfel aan het beleid zelf op te roepen, schrijven huisarts en filosoof . Vier lessen voor de tweede golf.
Een restaurant in Istanbul gebruikt paspoppen om mensen op afstandsregels te wijzen.
Een restaurant in Istanbul gebruikt paspoppen om mensen op afstandsregels te wijzen. Foto Chris McGrath / Getty Images

De zomer is voorbij. Samen met de griep- en verkoudheidsgolven zal het coronavirus ons leven de komende maanden stevig ontwrichten. En we zijn er niet klaar voor.

In de ziekenhuizen waren werktijden en omstandigheden de afgelopen maanden bovenmenselijk zwaar. Een aantal mensen in de zorg wil of kan niet meer. Maar niet alleen deze zorgmedewerkers zijn moe; het hele land lijkt uitgeput. Nieuwe maatregelen roepen veel weerstand en discussie op. En de herfst is pas een paar weken oud. Hoe gaan we dat volhouden de komende maanden?

Laten we op een rijtje zetten wat we van de eerste golf hebben geleerd. Het virus is bijna een jaar onder ons en het voelt zich geweldig thuis bij ons drukke sociaal verkeer. Afstand is derhalve de basis van elk beleid.

In de huisartsenpraktijk had het bijzondere gevolgen. Mensen met luchtwegklachten, maar ook kwetsbare patiënten werd aangeraden niet te komen, alleen ‘in noodgevallen’. Al direct bleef de wachtkamer leeg. Bijna alle contacten gingen via telefoon, e-mail en beeldbellen. In geïsoleerde Covid-spreekkamers ontvingen huisartsen, gehuld in maanpakken, de zorgvuldig geselecteerde luchtwegpatiënten. Iedereen hield zich op indrukwekkende wijze aan die regels, en we hielden het vol.

Coronachagrijn

Inmiddels weten we dat dit ook betekende dat mensen met ernstige kwalen soms niets van zich lieten horen en daardoor soms pas zorgwekkend laat aan behandeling toe kwamen. Maar tegen het virus werkte het. De onbekendheid met het virus en de angst ervoor zorgden voor gedisciplineerd gedrag. De belangrijkste les uit die periode is dat de beste golfbreker tegen dit virus het menselijk gedrag is. En dat we in staat zijn om dat, tenminste tijdelijk, te veranderen en het tij te keren.

Nu, een paar maanden later, speelt dezelfde urgentie, en we moeten van ver komen. Het coronachagrijn heeft onderhuids toegeslagen. De maatregelen grijpen diep in in onze natuurlijke manier van doen. Het is alsof we in een paar maanden tijd vanuit het niets een heel nieuw complex verkeerssysteem, met borden, wegen, stoplichten en rotondes hebben ingevoerd.

Lees ook: Spreiden coronapatiënten lukt niet goed, andere zorg in gedrang

Geen wonder dat er onduidelijkheden zijn en dat het weerstand oproept. En geen wonder dat dat wel eens fout gaat. Maar waar het feit dat er wel eens iemand door rood licht rijdt, geen reden is de verkeersregels te herzien, lijkt elke overtreding van een coronaregel steeds weer twijfel aan het beleid zelf op te roepen.

Daarnaast maakt de onafgebroken overbelichting voor het beleid in alle media dat corona niet alleen een ziekte is, maar vooral een onderwerp waarop je je positie moet bepalen en verdedigen: ‘ik doe wel/niet mee’. Een ideale uitweg om ons chagrijn te ventileren misschien, maar er is geen patiënt mee geholpen, noch enig ander probleem mee opgelost. En dat brengt ons bij een tweede les uit de eerste golf, en dat is dat moralisme – en daarmee bedoelen wij: het voortdurend elkaar de maat nemen – ons niet verder gaat brengen.

Dagkoersen van het RIVM

De derde les is dat de coronacrisis laat zien hoe moeilijk, maar vooral hoe noodzakelijk het is om te ontstijgen aan de korte termijn. Het is ons in al die maanden niet gelukt om de blik vooruit te werpen en ons te concentreren op de breuklijnen die deze crisis in de samenleving laat zien, zowel in de organisatie van de zorg als in de kwetsbaarheid van mensen die niet op zichzelf kunnen wonen.

In plaats van de sur-place-discussies – wel of geen mondkapje? – die al maanden over precies hetzelfde gaan, zijn er ook nog wel een paar andere vragen die dringend om een antwoord vragen. Hoe is het met ons mentale welzijn? Hoe ziet de sociale crisis eruit, die hier ongetwijfeld op volgt? Wat doen de economische onzekerheid, de werkloosheid, de dreigende faillissementen met ons?

De collectieve fixatie op de dagkoersen van de RIVM-cijfers ontneemt het zicht op andere problemen die in deze periode binnensluipen. Laat jongeren, ondernemers en kunstenaars vooral hun stem verheffen met hun kant van het verhaal. Want het is niet de bedoeling dat medici en hun adviezen het politieke beleid op lange termijn gaan bepalen.

Een beetje begrip voor andermans incidentele ‘overtredingen’ is in ons aller belang

Leven in onzekerheid is een goudmijn voor de literatuur. Een van de meest treffende passages uit De Pest, het veel geciteerde meesterwerk van Albert Camus, is de ontmoeting van de hoofdpersoon, huisarts Rieux, met een hoteleigenaar die net als zijn stadsgenoten niet ophoudt met klagen over politici als het niet lukt om de plaag te stoppen. Om hem te troosten wijst Rieux hem erop dat de situatie voor iedereen vervelend is, dat iedereen in hetzelfde schuitje zit. „Dat is precies het probleem”, antwoordt de directeur. „We zijn nu net als iedereen.”

Het is precies die bescheidenheid die ons moeilijk valt. We zijn net als iedereen, laat dat de vierde les zijn: We’re in this together. Geen arts, geen politicus, geen wetenschapper, generaal of econoom zal ons de komende maanden echt uit de greep van het virus kunnen houden. We kunnen het meer of minder terugdringen, met meer of minder stringent beleid, al of niet in lijn met de ons omringende landen, maar we gaan een ongewisse herfst, winter én lente tegemoet, omringd door potentiële besmettingsbronnen. Om de kans op overdracht te verkleinen zijn we volledig op onszelf aangewezen.

Voor de komende winter is het zaak ons meer dan ooit te realiseren dat ons gedrag de grenzen voor het virus bepaalt, dat een beetje begrip voor andermans incidentele ‘overtredingen’ in ons aller belang is, dat we niet naar onze navel moeten staren maar de horizon meer aandacht moeten gunnen, en dat met enige bescheidenheid. Laat ons die tijd gebruiken om na te denken hoe we daarna weer verder willen, en wat we doen met de sociale en de economische crisis die hiervan ongetwijfeld het gevolg zijn.

In het voorjaar zullen de dagen weer langer zijn.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.