Kabinet: democratische controle blijft lastig in noodsituatie

Coronawet Snelheid en zorgvuldigheid strijden bij de coronabestrijding om voorrang, bleek donderdag in het vervolg van het debat over de coronawet. „We zullen een beroep op spoed doen als het nodig is.”

Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) droeg tijdens het debat over de coronawet in de Tweede Kamer een zwart mondkapje.
Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) droeg tijdens het debat over de coronawet in de Tweede Kamer een zwart mondkapje. Foto ANP Remko de Waal

Hij wil „geen valse verwachtingen wekken”, zei minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) donderdag tijdens het debat over de coronawet. Die noodwet regelt dat het parlement straks een week de tijd krijgt met een maatregel in te stemmen of deze te verwerpen. Maar als er sneller maatregelen nodig zijn om de virusverspreiding af te remmen, zoals vorige week, dan zal het kabinet maatregelen nemen vóórdat de Kamer heeft kunnen instemmen, zei De Jonge. „We zullen een beroep op spoed doen als het nodig is, anders zal het virus zich vrolijk blijven verspreiden.”

Het was één van de heikele punten tijdens de tweede en laatste dag van de wetsbehandeling donderdag in de Tweede Kamer. SP-Kamerlid Maarten Hijink was ontevreden met De Jonge’s uitleg dat er soms geen tijd zou zijn maatregelen eerst aan het parlement voor te leggen. Als het kabinet die op tijd voorbereidt, zei hij, kan de Kamer er eerst over debatteren en stemmen.

Lees ook: waarom de coronawet er toch zal komen, ondanks de kritiek

Hijink noemde bijvoorbeeld de avondklok, vorige week door het Outbreak Management Team geadviseerd maar door het kabinet (nog) niet ingevoerd. Zo’n vergaande maatregel mag volgens hem niet zomaar op een persconferentie worden aangekondigd „omdat dit kabinet niet twee weken eerder met een fatsoenlijk voorstel naar de Kamer is gekomen, terwijl we wisten dat de besmettingen aan het oplopen waren”. De Jonge beloofde daarop dat het kabinet „zo veel als mogelijk vooruit zal werken”.

Serieuze wijzigingen

In het begin van het debat wilde de Kamer dat De Jonge toegaf dat het kabinet fouten had gemaakt bij de eerdere versies van de coronawet. Er ontstond onrust over de mogelijkheid van handhaving van de coronaregels bij mensen thuis en het parlement kreeg formeel niets te zeggen over de maatregelen. Pas na een aantal serieuze wijzigingen tekende zich de afgelopen weken een Kamermeerderheid voor de wet af. De Jonge erkende dat „het anders had gemoeten”. Het kabinet had vooral meer uitleg moeten geven over het belang van de wet, vond hij.

Lees ook: waarom de coronawet fors aangepast moest worden

De rap oplopende besmettingscijfers – donderdag meldde het RIVM een recordaantal van bijna 6.000 positieve tests – werden door veel Kamerleden genoemd. Ze rechtvaardigen voor veel partijen dat er nu een coronawet komt. Tegelijkertijd wil de Kamer dat deze wet vol vrijheidsbeperkingen zo kort mogelijk duurt. De duur van de wet wordt daarom in eerste instantie drie maanden, terwijl het kabinet oorspronkelijk een jaar had gewild.

Ook daar wilde De Jonge geen valse verwachtingen wekken. Hij waarschuwde de Kamer alvast dat de wet echt langer dan drie maanden nodig zal zijn. De Jonge sprak de vrees uit dat het virus „ons het komende half jaar of jaar nog in de greep zal houden en ons nog lang zal belemmeren in onze vrijheid”. Hoewel de ontwikkelingen rondom vaccins volgens hem hoopvol zijn, zijn ze ook nog „met veel onzekerheden omringd”. Zelfs als Nederland begin volgend jaar de eerste vaccins geleverd krijgt, kan niet iedereen in één keer worden ingeënt en blijven beperkingen nodig. De Jonge herhaalde dat er hoe dan ook geen vaccinatieplicht komt.

Het kabinet hoopt dit weekeinde een effect te zien van de strengere maatregelen die vorige week weer van kracht zijn. De maatregelen alweer versoepelen acht De Jonge „niet reëel”. Het kabinet denkt eerder aan een nog strenger pakket als het aantal besmettingen de komende dagen niet gaat dalen. Het aanscherpen en weer versoepelen van de maatregelen uit de coronawet zijn voorlopig de nieuwe realiteit, zei De Jonge. „Niemand kan het einde van deze nare film voorzien.”