Zo speelt MICH live, met vlnr: Barend Brieffies, Sofie Winterson, Benny Komala, Mick Johan, Piet Parra, Bastiaan Bosma

Foto Harry Brieffies

Interview

Ieder voor zich en toch een band

Popband Mich Al lang voor de lockdown ontwikkelde de Amsterdamse band Mich een werkwijze waarbij de leden elkaar zelden tegenkomen.

Wat maakt een band een band? Het woord suggereert een onderlinge relatie. Uit die relatie ontstaat muziek. Daarom is het verrassend dat een band ook kan bestaan zonder relatie – althans, zonder fysieke aanwezigheid.

Al lang voor de lockdown ontwikkelde de Amsterdamse ‘band’ Mich (spreek uit ‘miech’) een werkwijze waarbij de leden elkaar zelden tegenkomen. Toch klinkt de muziek op hun twee albums als van een band die in de oefenruimte nummers bedenkt, een tijdje repeteert, en vervolgens opneemt in een studio. Maar de aantrekkelijke combinatie van sombere mannenstemmen, punkdrums en fris kronkelige gitaarpatroontjes wordt in afzondering bedacht en opgenomen, zeggen drummer Mick Johan en zanger/bassist Bastiaan Bosma, voor de gelegenheid samen in Johans werkkamer in Amsterdam-Noord.

„Ik trek me geregeld terug in een caravan in Ermelo”, zegt Bosma. „Daar zit ik avonden lang te werken aan de compositie van de liedjes, op basis van de gitaarpartijen die Piet mij toestuurt.” Piet is Piet Parra, ook bekend als kunstenaar. Parra heeft een verzameling van zo’n vijftien gitaren waarop hij doorlopend nieuwe melodieën bedenkt. Die stuurt hij naar Bosma. „Behalve tijdens de Tour de France, toen viel hij even stil.”

Bosma pakt zijn telefoon en zoekt in zijn mail. „Dit krijg ik dan, bijvoorbeeld.” Uit de telefoon klinkt een reeks gitaarakkoorden die als vrolijke aanloop tot een liedje zou kunnen dienen. „Hier ga ik mee knippen en plakken. Ik maak er een heel nummer uit.”

Bosma bedenkt de baspartij en de teksten, en eventueel een keyboarddeuntje, en stuurt het geheel naar de andere groepsleden. Zij borduren verder op zijn ideeën. Uiteindelijk verschijnt iedereen apart in de studio om zijn partij in te spelen. Het is producer Rimer London die de onderdelen samenvoegt en er zijn synthesizerflarden aan toevoegt. Dit werkt zo gesmeerd, dat na het onlangs verschenen tweede album No, album nummer drie en vier inmiddels ook klaar liggen.

Behalve uit London, Parra, Johan en Bosma, die ooit bekend werd als de helft van het uitgelaten gabberduo Aux Raus en op dit moment bas speelt bij punkgroep Ploegendienst – rond rapper/zanger Ray Fuego – bestaat de groep uit bassiste/zangeres Sofie Winterson, die naast Mich ook een solo-carrière heeft onder haar eigen naam. De bandleden zijn allen veertigers, afgezien van de jongere Winterson.

Winterson zong enkele liedjes op het titelloze debuutalbum, speelde bas bij optredens en werd daarna gevraagd als permanent Mich-lid. „We kunnen niet meer zonder haar”, zegt Johan. „Sofie is de enige échte muzikant in de band.”

Op No zingen Bosma en Winterson allebei. Bosma heeft een lage zangstem, die vaak vermenigvuldigd wordt zodat hij voller klinkt, en daardoor ook spookachtig. Winterson zingt in veel nummers met hem mee, wat de duistere stijl ineens glans geeft, terwijl Parra zijn knerpende riffs speelt en Johan het geheel voortstuwt met strak afgemeten ritmes. Zo ontstaan er liedjes als panorama’s: de doem van dagelijkse beslommeringen gecombineerd met een vergezicht op glorend optimisme – zoals in ‘Jomo’ en ‘Picking Up A Book’.

Struikelen

Slechts drie keer kwamen de groepsleden voor overleg samen voordat No werd opgenomen. Nu er in oktober enkele optredens gepland staan, zullen ze alsnog moeten repeteren, zegt Johan.

Bosma kijkt gekweld als de concerten ter sprake komen. „Ik hou niet meer zo van live spelen”, zegt hij. „Vroeger wel, maar het is nu serieuzer. Aux Raus draaide om chaos, daar kon ik mijn broek naar beneden trekken, ergens over struikelen en af en toe iets in de microfoon schreeuwen.”

De aandacht die hij nu krijgt, als voorman op het podium, vindt hij fijn, zegt Bosma, maar geeft hem ook zorgen. „Als we vanavond een show zouden spelen, zou ik nu al vreselijk in de rats zitten. Of het goed klinkt, of de mensen het leuk vinden. Dat wat ik thuis in mijn eentje, in mijn eigen cocon, heb verzonnen, moet ik aan de mensen overbrengen, zodat ze snappen wat ik bedoel. Bij Aux Raus zette ik een masker op, nu is het persoonlijk en…”, hij denkt even na.

„Kwetsbaar”, zegt Johan.

„Ja, dat is het”, zegt Bosma.

Want deze nummers gaan over hemzelf. De teksten over zichzelf als een ‘douchebag’, of ‘careless’, zijn eerlijk, of tenminste: dat probeert hij. „Ik ben een voskuiliaan”, zegt hij. „Ik heb alle boeken van Voskuil meerdere keren gelezen. Het zijn voorbeelden: zijn stijl, zijn manier van eerlijk zijn over jezelf, en het rekenschap geven van je eigen leven, om bij alles te denken: kan dit door je eigen beugel? Dan kom je uit bij zelfkant-gedachten. In mijn geval. Niet dat ik zo ver ben als hij, maar dat is wat er door mijn hoofd speelt tijdens het schrijven.”

Die avond belt Sofie Winterson, die met haar vriend in Los Angeles woont. Ze vertelt over haar muzikale bezigheden, zoals haar eigen liedjes en de omlijstingen van podcasts of reclame. „Voor Mich krijg ik nu ook gitaarschetsen van Piet opgestuurd”, zegt Winterson. „Daar maak ik nummers mee in mijn huisstudio, net als Bastiaan doet. Het leek eerst onhandig dat ik helemaal in Los Angeles zit. Maar ook de bandleden in Amsterdam willen hun partijen eerst vervolmaken voordat ze die aan de anderen laten horen. Dus het maakt niet uit dat ik op afstand werk.”

Deze maand komt Winterson terug om te oefenen en een aantal optredens te geven. Ze ziet ernaar uit, zegt ze. „Toch nog een echte band.”

Mich treedt op: 17/10 Left of the Dial-festival, Maassilo, Rotterdam; 22/10 Walk The Line, TivoliVredenburg, Utrecht. Muziek van Sofie Winterson is te horen bij de podcast Lopendebandwerk (VPRO).