Recensie

Recensie Uit eten

Prima nieuwkomer tussen de vertrouwde Kralingse eettentjes

Uit eten Rotterdam Wim de Jong recenseert elke twee weken een restaurant in Rotterdam.

Foto Yentl Slik

Als je het studentenbestaan maar lang genoeg bent ontgroeid, vind je als restaurantrecensent de weg naar Kralingen ook niet meer zo gemakkelijk. Ik bedoel: de meeste eetgelegenheden die zich in deze aparte Rotterdamse enclave hebben genesteld, zitten daar al zo’n beetje een eeuwigheid. En ten minste de helft van de stad zal er ook wel eens zijn aangeschoven. Je verrast waarschijnlijk dus helemaal niemand meer als je wat schrijft over de biefstukken en aanverwante dagelijkse kost van zaken als eetcafé De Stoep, bierhuis Locus Publicus en proeflokaal De Pui (ertegenover).

Prachtig dat ze nog altijd tegen alle voorbijgaande trends in het plaatselijke uitgaansleven blijven opgewassen, maar je zit er niet per se op het puntje van je stoel als het om lekker eten gaat. Doordat bovengenoemde zaken, samen met De Kleine Ondeugd (een oude, respectabele Thai), ook al sinds mensenheugnis hetzelfde plukje horeca op de kop van de Oostzeedijk vormen, kun je er honderd keer aan voorbijrijden zonder dat je iets bijzonders opvalt. We staan daarom op een miezerige herfstavond best even raar te kijken als we voor de deur van Nerello zijn aanbeland.

Jeetje, sinds wanneer maakt zo’n tamelijk deftig etablissement nou ineens deel uit van dit kleine, benedendijkse feeststraatje, waar (in De Stoep) permanent een stamtafel wordt vrijgehouden voor de leden van de Hermes House Band? Eenmaal binnen krijgen we van de charismatische eigenaar Roberto Barbagallo meteen het antwoord. Na bijna twintig jaar in (eigen) Italiaanse zaken in Den Haag te hebben gewerkt, is hij in juni hier op deze plek begonnen. Hij is in de tussentijd ook getrouwd met een Rotterdamse, dus vandaar.

Nerello, de naam van zijn nieuwe restaurant, verwijst naar zijn geboortegrond. Roberto Barbagallo groeide op in Giarre, aan de voet van de Etna, waar zijn vader een boerenbedrijf en een kleine wijngaard bezit. Signore Barbagallo-senior verbouwt er nog altijd de Nerello Mascalese, een blauwe druif die een fantastische streekwijn heet op te leveren, maar die om onbekende redenen Sicilië niet of nauwelijks af komt. Niet onoverkomelijk: de Nero d’Avola, de Fiano uit Puglia en de Montepulciano die we in Nerello ervoor in de plaats geschonken krijgen, onderstrepen toch wel dat je niet bij de eerste de beste Italiaan zit.

Barbagallo voert een dagmenu van drie of vier gangen en biedt daarnaast een keuze uit zeven antipasti, zes pasta's en zeven secondi van de vaste kaart. Daarvan kiezen we eerst de bruschetta en de salade van octopus met venkel, sinaasappel, olijven, rucola en selderij. De toast, verrukkelijk belegd met ricotta, courgette en bottarga (gedroogde viskuit), moet helaas nadrukkelijk worden afgeraden voor gasten met een clickgebit of dure kronen. Ook de insalata di polipo ligt wat ons betreft op het verkeerde bedje. Onder de onevenredig grote hoeveelheid aan andere ingrediënten op het bord is het zoeken naar de pure smaak van dit klassieke inktvisgerechtje. Zo’n polipo moet het helemaal van zichzelf kunnen hebben.

De keuken van Nerello maakt dat aansluitend goed met een geslaagde schotel ravioli, gevuld met garnalen en kabeljauw, en een saus van Pachino-tomaten, in hun soort de kroonjuwelen van Sicilië. Enthousiast zijn we ook over de ossehaas (toch weer biefstuk op de Oostzeedijk!) met een fondue van Parmezaanse kaas en gearomatiseerd met truffel, en de involtini alla Romana, ofwel de in Parmaham opgerolde gerolde kalfsworstjes in een wittewijnsaus. Beide hoofdgerechten worden opgediend met een mooi palet van groentetjes, die je in het gezelschap van een vegetariër dan wel ogenblikkelijk aan hem of haar zou moeten afstaan. Voor degenen die vlees en vis mijden, zijn er op de kaart van Nerello per slot van rekening (te) weinig alternatieven.

Wim de Jong is culinair recensent.