Opinie

Alle leerlingen komen tekort in het Passend Onderwijs

Zorgleerlingen

Commentaar

Het was een mooi ideaal: alle kinderen zouden samen naar school gaan. De iets te drukke kinderen, de kinderen met lichte leermoeilijkheden, de licht autistische kinderen en alle andere kinderen. Ze zouden allemaal van elkaar leren, ze komen elkaar later immers ook tegen in de maatschappij. De juf zou voor elk kind een passend leerpad uitstippelen en waar dat te zwaar werd, zou assistentie worden ingeroepen. Het heette Passend Onderwijs en het werd zes jaar geleden ingevoerd.

Lees ook: Passend onderwijs werkt niet, zeggen leraren basisschool

Maar de werkelijkheid sluit niet aan op het ideaal. Driekwart van de leraren op basisscholen heeft grote moeite om kinderen met een handicap of gedragsproblemen goed te helpen, bleek dinsdag uit een enquête. Ze hebben het gevoel dat ze niet de goede expertise of tijd hebben voor hun ‘zorgleerlingen’.

Bovendien zijn de klassen te groot. Elke leraar heeft vier tot vijf ‘zorgleerlingen’ in de klas (adhd, autisme, dyslexie, add), naast twintig tot dertig andere kinderen. Sharon Martens, bestuurslid van het Lerarencollectief: „Die kinderen hebben óók aandacht nodig.” Daar komt nog eens bij dat zelfs de allernormaalste kinderen door drukte thuis en veel schermgebruik een kortere aandachtsspanne hebben dan vroeger, toen de meester rustig een klas met vijftig kinderen toesprak. Iedereen komt in het Passend Onderwijs dus tekort.

Achter het ideaal school ook een bezuiniging. Het ‘speciaal onderwijs’, waar steeds meer kinderen in de loop van enkele decennia naartoe gingen, kost drie keer zo veel geld als gewoon onderwijs. Want de klassen zijn veel kleiner en de onderwijzers worden daar (iets) beter betaald. Anno 2020 worden alleen leerlingen die intensieve dagelijkse begeleiding nodig hebben, nog doorverwezen.

Onderwijl zit een steeds grotere groep kinderen thuis. Er is geen plek in het speciaal onderwijs en in een gewone klas redden ze het niet. Sinds de invoering van het passend onderwijs groeide de groep thuiszitters van vierduizend in 2013 tot circa vijfduizend in 2019, volgens het ministerie van Onderwijs. Het zijn er nog veel meer, stelt belangenorganisatie Balans, wel 15.000. Deze kinderen vallen tussen wal en schip.

Tegelijk geven ouders die het kunnen betalen steeds meer geld uit aan bijlessen voor hun kinderen. Cito-trainingen, bijlessen taal en rekenen – het is een ware industrie geworden. Komt dat door het Passend Onderwijs? Niet helemaal natuurlijk, de druk om een diploma te halen, om te slagen, is groter dan ooit. Maar als de juf voortdurend bezig is orde te houden in de klas en aandacht aan kinderen te geven voor wie een vol lokaal eigenlijk te druk is, schiet het onderwijs aan andere kinderen erbij in.

Heb je geld over, dan regel je die bijles. Heb je dat niet, dan komt je kind met slechtere lees- en rekenvaardigheden van school. Geen wonder dat de onderwijsprestaties van Nederlandse tieners de afgelopen jaren telkens daalden.

Wat zou helpen? Kleinere klassen, zegt 90 procent van de ondervraagde leraren. Dat kost geld. Adviesbureau McKinsey berekende begin dit jaar dat er 0,7 tot 1,5 miljard euro per jaar bij moet om het Nederlands funderend onderwijs „terug te brengen naar de wereldtop”. Dit kabinet gaf vorig jaar 1,7 miljard euro meer uit aan basisscholen dan in 2009 maar die investering is volgens McKinsey teniet gedaan door desinvestering van gemeenten: zij besteedden 1,9 miljard euro mínder aan basisscholen.

Passend onderwijs is een mooi ideaal. Het moet de juf alleen wel mogelijk gemaakt worden dat te geven.