Kunstenaar Tavares Strachan herschrijft de geschiedenis

Wereldkunst #12 Het werk van Tavares Strachans is onbegrensd: van het lanceren van een ruimtecapsule tot het schrijven van een eigen encyclopedie – met lemma’s van (veelal zwarte) mensen, uitvindingen en geschiedenissen die de Encyclopedia Britannica niet haalden.

Tavares Strachan: Distant Relatives (Andrea Motley Crabtree).
Tavares Strachan: Distant Relatives (Andrea Motley Crabtree). Foto Tom Powel Imaging/ Courtesy the artist and Marian Goodman Gallery

Tavares Strachan is de geschiedenis aan het herschrijven. En omdat je daarbij niet al te bescheiden moet zijn, gebruikt hij grootse middelen. Zo versleepte Strachan in 2006 een ijsblok van viereneenhalve ton van de Noordpool naar het plein van zijn oude middelbare school in de Bahama’s. Volgde hij in Rusland een kosmonautentraining, maakte hij verschillende reizen naar de Zuidpool en bracht hij in 2018 een satelliet in een baan om de aarde.

Strachan verlegt graag zijn horizon, zeg maar.

Die satelliet trouwens, bevat een 24-karaats gouden urn, in de vorm van een sarcofaag, waarvan het hoofd is gemodelleerd naar dat van Robert Henry Lawrence Jr., de eerste zwarte man die, in 1967, werd toegelaten tot het NASA-astronauten-trainingsprogramma. Hij kwam op 32-jarige leeftijd om het leven toen buiten zijn schuld zijn supersone oefenvliegtuig verongelukte. Zijn weduwe kreeg daarna brieven die stelden dat het goed was dat er geen ‘nikkers’ (‘coons’) op de maan zouden rondlopen – Lawrence raakte al snel in de vergetelheid.

Door in samenwerking met het bedrijf Spaceflight zijn gelijkenis de ruimte in te schieten, geeft Strachan hem alsnog een plek in de ruimtevaartgeschiedenis. Maar tegelijk suist de Lawrence-satelliet óók honderden kilometers boven de aarde, ver buiten ieders zicht. Strachan, kortom, geeft Lawrence aandacht door hem opnieuw onzichtbaar te maken.

In zijn nieuwe solo-expositie in Londen (onthaald met een jubelende vijfsterrenrecensie in The Guardian) zie je pas goed hoe ver zijn ambitie reikt

Die spanning tussen zichtbaarheid en onzichtbaarheid en vooral het rehabiliteren van mensen, objecten en gebeurtenissen die door de traditionele geschiedschrijving zijn genegeerd, maakt Strachans werk bijzonder actueel. Dat was ook de reden dat ik hem graag wilde spreken.

Strachan exposeerde de afgelopen vijftien jaar vooral in de Verenigde Staten, met als belangrijkste uitzondering twee biënnales van Venetië. In 2013 richtte Strachan daar het eerste paviljoen van de Bahama’s in met een installatie over ontdekkingsreiziger Matthew Henson. Vorig jaar richtte hij in de hoofdtentoonstelling een Lawrence-zaal in met twee neonwerken: het eerste neon vertelt kort en dramatisch zijn verhaal, het tweede neon vormt Lawrence’ skelet, zwevend in het duister.

Nu, in In Plain Sight, Strachans eerste grote Europese solo bij Marian Goodman Gallery in Londen (die meteen werd ontvangen met een jubelende vijfsterrenrecensie in The Guardian) zie je pas echt goed hoe ver zijn ambitie reikt.

Het grootste werk in de tentoonstelling heet 1890, en is een installatie van honderden boekpagina’s, met tekst en illustraties, waarin Strachan een overzicht geeft van alle patenten die in 1890 werden verworven door zwarten – meer dan welke andere etnische groep dan ook, en variërend van een belangrijke verbetering op de gloeilamp tot synthetische cortison.

Die opmerkelijke opleving in zwarte inventiviteit, vertelt Strachan als ik hem spreek via een videoverbinding, had ongetwijfeld alles te maken met de afschaffing van de slavernij. „Je ziet wat dat betekent: mensen krijgen de ruimte om te ademen en te denken. Maar die creativiteit verdwijnt al snel weer als de Jim Crow-wetten worden ingevoerd en het racisme toeneemt. Daarom is 1890 voor mij zo’n mooi symbool: door de bestaande structuren open te breken kan er nieuwe energie vrijkomen.”

Daarvan is Strachan zelf ook een uitstekend voorbeeld. Tijdens ons gesprek straalt hij voortdurend zo’n enorm aanstekelijke combinatie uit van enthousiasme en wilskracht, dat je beseft dat deze man héél veel voor elkaar moet kunnen krijgen. Tegelijk benadrukt hij dat het buitenstaanderschap altijd een krachtige motor is geweest achter zijn werk. „Vergis je niet”, zegt hij, „waar ik ook kom, ik ben en blijf altijd de enige zwarte dude. En dat wordt er niet minder op, ook niet nu ik in andere kringen terechtkom. Laatst nog, stond ik bij de entree van een restaurant in New York te wachten om naar mijn tafel te worden gebracht. Een echtpaar komt binnen en uit hun blik, hun motoriek, zie ik dat ze denken dat ik de ober ben. Op zo’n moment zet ik wel even een stap naar voren en vraag of ze mij naar m’n tafel kunnen helpen. Die verwarring…” Hij lacht luid.

Schrijven van eigen encyclopedie

Strachan (1979) werd geboren in Nassau, hoofdstad van de Bahama’s. „Een eiland, ver weg van alles – en al helemaal van kunst. Dat heeft als groot nadeel dat ik van alle mondiale cultuur was verstoken, dat ik me aan niemand kon optrekken. Maar het voordeel is dat je er inventief en zelfredzaam van wordt. Ik heb alles zelf vanaf de grond moeten opbouwen, waardoor ik al vanaf het begin leerde om buiten de bestaande systemen te denken.”

Juist die onbegrensdheid is de grootste aantrekkingskracht van Strachans werk. Het gevoel dat alles mogelijk is, van het herschrijven van de geschiedenis en het lanceren van een ruimtecapsule tot het schrijven van je eigen encyclopedie.

Deze Encyclopedia of Invisibility, waarin de titel echoot van een van de beroemdste zwarte romans, The Invisible Man van Ralph Ellison, is het fundament onder Strachans oeuvre: een stoeptegel-dik boek, 2.400 pagina’s, waarin hij in 15.000 lemma’s de verhalen beschrijft en illustreert van (veelal zwarte) mensen, uitvindingen en geschiedenissen die de Encyclopedia Britannica, vele decennia hét westerse ijkpunt voor kennis en geschiedenis, niet haalden. Strachans Encyclopedia of Invisibility is een groots en indrukwekkend alternatief, waarin wél plaats is voor, bijvoorbeeld, Robert Henry Lawrence jr., voor Katherine Johnson (1918-2020), een zwarte Amerikaanse wiskundige die een doorslaggevende bijdrage leverde aan de NASA-programma’s in de jaren zestig, voor Hilma af Klint (1862-1944), die tegenwoordig vaak als eerste abstracte kunstenaar wordt beschouwd en voor Mary Jane Seacole (1805-1881), een zwarte verpleegster die vrijwillig naar het front van de Krim-oorlog vertrok om daar soldaten te behandelen.

Weg met die rommel

Zoals elke encyclopedie is ook Strachans The Encyclopedia of Invisibility een tijdsbeeld – dat James Baldwin zo lang ‘invisible’ is geweest, kun je je tegenwoordig nauwelijks meer voorstellen en ook, bijvoorbeeld, Katherine Johnson is de afgelopen jaren redelijk gerehabiliteerd. Maar daardoor is Strachans Encyclopedia ook een symbool voor nieuwe perspectieven. „Om de geschiedenis te kunnen herschrijven, zoals ik dat doe, moet je eerst ‘ontleren’ (unlearn)”, zegt Strachan. „Clean the house, get rid of the old shit. Als je beseft dat de bestaande geschiedenis een constructie is die alleen toonaangevend lijkt omdat die vele honderden jaren lang in stand is gehouden door de dominante witte gemeenschap. Als je dat idee doorbreekt kun je veel veranderen.”

Die vraag hoe je dat construct openbreekt, hoe je echt iets verandert, lijkt het fundament onder Strachans kunstenaarschap. Juist door te werken als kunstenaar, door andere vormen en methoden te gebruiken dan traditionele historici of activisten, kan hij zich aan bestaande vormen van geschiedschrijving onttrekken. Strachan is bijvoorbeeld goed in verleiding: de Encyclopedia of Invisibility ligt op bijna elke Strachan-tentoonstelling te pronken in een glazen vitrine, als kostbare diamant annex Bijbel, goud-op-snee, monumentaal, onontkoombaar.

Tavares Strachan: 1890 (detail). Het geheel bestaat uit 1354 delen.

Foto Lewis Ronald / Courtesy the artist and Marian Goodman Gallery

En Strachan houdt van het vertellen van verhalen. „Goede, krachtige verhalen zijn cruciaal”, zegt hij. „Die zijn universeel, stijgen uit boven groepen en culturen – het zijn ankers die iedereen herkent en waar je dus niet omheen kunt.”

In dat streven naar ‘nieuwe’ zichtbaarheid en nieuwe verhalen ruimt Strachan altijd een grote rol in voor onzichtbaarheid. Dat model, waarmee God ook al aardig carrière maakte, lijkt vooral een manier om de verbeelding te prikkelen. Strachans grootste werken gaan bijna altijd over historische figuren die hun roem (deels) aan onzichtbaarheid te danken hebben: Robert Henry Lawrence jr. bijvoorbeeld, maar ook Matthew Henson, de zwarte ontdekkingsreiziger die samen met de witte Robert Peary in 1909 als eerste de Noordpool bereikte. Henson kreeg slechts een fractie van de eer en aandacht die Peary ten deel viel (je voelt meteen de echo’s van Edmund Hillary en Tenzing Norgay op de Mount Everest), terwijl sommige verhalen over de tocht zelfs claimen dat Henson als eerste de Poolgrens overschreed – zij het min of meer per ongeluk.

In het verlengde daarvan maakt Strachan ook graag werk op afgelegen plaatsen: zijn grootse installatie, die uit de aard van de zaak door bijna niemand is gezien, maakte hij in de woestijn boven Palm Springs, Californië, en bestaat uit een verzameling van 290 ‘kraters’ gevuld met neonlicht, die gezamenlijk de woorden ‘I AM’ vormen en alleen vanuit de lucht gelezen kunnen worden.

Dat spel met zichtbaarheid en onzichtbaarheid geldt ook voor Strachans Encyclopedia. Die heeft hij niet gepubliceerd, hoe makkelijk dat ook zou kunnen. En hij lijkt dat voorlopig ook niet van plan; als ik hem ernaar vraag maakt hij een wegwuivend gebaar en zegt iets als „dat je dat echt niet allemaal hoeft te lezen”. Wat je publiceert verstart, lijkt Strachan te redeneren, belandt afgebakend in de geschiedenis, sterft af – door interpretaties open te houden, blijven de verhalen levend.

Precies die paradox maakt Strachans oeuvre zo goed: als geen ander lijkt hij te beseffen dat zichtbaarheid niet zonder onzichtbaarheid kan – want daartussen zit de suggestie. Als ik hem aan het einde van het gesprek vraag of hij ooit van Bas Jan Ader heeft gehoord, de Nederlandse kunstenaar die in 1975 op zee verdween, antwoordt hij ontkennend, maar hij is wel meteen gefascineerd – kan ik hem misschien wat artikelen over hem sturen? De horizon van Tavares Strachan verplaatst zich nog wel even.

Tavares Strachan, In Plain Sight. T/m 24/10, Marian Goodman Gallery, Londen. Inl: isolatedlabs.com