Staat moet Iraaks gezin 40.000 euro betalen

Rechtszaak Nederlandse militairen waren betrokken bij een schietpartij in Irak in 2004. Daarbij kwam de Irakees Azhar Jaloud om het leven.

Nederlandse militairen vertrokken in 2004 naar Irak.
Nederlandse militairen vertrokken in 2004 naar Irak. Foto Bram Saeys / Hollandse Hoogte

De Nederlandse staat moet een Iraaks gezin ongeveer 40.000 euro schadevergoeding betalen vanwege betrokkenheid van Nederlandse militairen bij een schietpartij in Irak in 2004. Dat heeft de rechter in Den Haag deze woensdag bepaald. Bij de schietpartij kwam de Irakees Azhar Jaloud (29) om het leven. De zaak heeft volgens raadsvrouw Liesbeth Zegveld relevantie voor de lopende procedure tegen de staat namens ongeveer vijftig slachtoffers en nabestaanden inzake de Nederlandse aanval op de bommenfabriek van IS in Hawija uit 2015.

Op 21 april 2004 beschoten Nederlandse militairen een zwarte Mercedes die met hoge snelheid en gedimde lichten een controlepost naderde in de Iraakse provincie Al Muthanna.

Lees ook: Alsof de luitenant niet veroordeeld mocht worden

Daarin zat Jaloud als passagier. Hij kwam om het leven nadat er tientallen kogels waren afgevuurd, waarvan bijna dertig van Nederlandse zijde. De militairen dachten dat er vanuit de auto, die enkele onverlichte wit-rode tonnen op de weg had geramd, op de controlepost werd geschoten. Dat was niet het geval. De bestuurder bleef ongedeerd in de kogelregen.

Luitenant laten vervolgen

De vader van Jaloud probeerde in 2008 verhaal te halen bij Nederland, en wilde de betrokken luitenant laten vervolgen. Hij ving bot bij de militaire rechtbank in Arnhem. Nederlandse militairen verklaarden dat Jaloud was omgekomen door kogels van Iraakse militairen die volgens hen ook hadden geschoten. De Irakezen ontkenden dat, sommigen van hen reageerden niet inhoudelijk. Hun verklaringen waren echter door het Openbaar Ministerie buiten het dossier gehouden.

Daarop stapte Jaloud naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Dat oordeelde in 2014 dat er ernstige tekortkomingen waren in het onderzoek van Nederland naar het incident, zoals het buiten het dossier houden van de Iraakse ontkenningen. De staat moest daarvoor toen al 25.000 euro aan Jaloud als schadevergoeding betalen.

Vervolgens gingen Jaloud en zijn raadsvrouw Liesbeth Zegveld terug naar Nederland voor een vergoeding wegens immateriele schade, de kosten van de lijkbezorging en gederfde inkomsten. De omgekomen Jaloud had als enige in het gezin een vast inkomen.

Hoewel niet vast stond dat de Nederlandse kogels Jaloud hadden gedood, oordeelde de rechter in 2019 dat Nederland „mogelijk aansprakelijk” was. Ook als Iraakse soldaten Jaloud hadden doorgeschoten, was Nederland mede aansprakelijk, aldus de rechter. De Irakezen stonden namelijk onder gezag van de Nederlanders. De kans dat de Irakezen de dodelijke kogel hadden afgevuurd, was volgens de rechter overigens „niet zeer klein, maar ook niet zeer groot”.

Deze woensdag concludeerde de rechter uit nadere inbrengen van Jaloud en de staat dat de laatste voor dertig procent van de ingediende schade aansprakelijk is.

Naar aanleiding van het Europese vonnis uit 2014 is het Openbaar Ministerie actiever feitenonderzoek gaan doen naar incidenten als gevolg van Nederlands krijgsgeweld in het buitenland. Mede daarom heeft het ook de aanval op Hawija in 2016 en 2017 onderzocht.

Verband met Hawija

Ook in andere opzichten is er een verband met de Hawija-zaak, zegt advocaat Zegveld. „Net als bij Jaloud, probeert Nederland inzake Hawija de aansprakelijkheid weg te schuiven naar Irak”, aldus Zegveld. „Deze rechter gaat daar dus niet in mee.”

Een woordvoerder van het ministerie van Defensie kon nog niet zeggen of de staat in beroep gaat in de zaak-Jaloud. Daarvoor wil Defensie „het vonnis in zijn totaliteit bestuderen”, dat wil zeggen: in samenhang met de eerdere gerechtelijke uitspraken in deze kwestie.