Brieven

Geboortecoaches

Overbodige doula’s zetten ook partners buitenspel

Foto Ilvy Njiokiktjien

In mijn 45-jarig loopbaan als vrijgevestigd verloskundige heb ik toenemend te maken met het fenomeen doula. (De gynaecoloog voelde zich volledig buitenspel gezet, 23/9). In mijn praktijk heb ik me bij de bevalling altijd verzet tegen de aanwezigheid en bemoeienis van zo’n geboortecoach. Iedereen mag zich doula noemen en als zodanig werken; ik heb na een vierjarige medische opleiding de Eed van Hippocrates afgelegd en de bevoegdheid gekregen om een zwangere van conceptie tot en met kraamperiode en geboorte te begeleiden. In die tijd ontwikkelt zich een vertrouwensband tussen verloskundige en de zwangere en haar partner. De partner heeft een zeer belangrijke rol in het baringsproces, is over het algemeen voortdurend aanwezig. Een doula is een leek die tijdens de baring emotioneel en soms fysiek kan ondersteunen, zoals bij het masseren van de onderrug. Maar dit is bij uitstek de taak van die partner. Die maakt zich nuttig en krijgt het gevoel een essentiële bijdrage te leveren. Dit is goed voor de ‘bonding’ tussen partners en van groot belang voor de verdere ontwikkeling van het jonge gezin. Een doula verdringt de partner van deze plaats met als gevolg dat de partner hierover gefrustreerd kan raken, wat soms pas veel later boven water komt. De doula is dus niet alleen overbodig, maar ook schadelijk. Dat een doula zich zelfs met medisch inhoudelijke zaken gaat bemoeien is volstrekt onwenselijk en ronduit gevaarlijk. De medisch inhoudelijke verantwoordelijkheid ligt bij de verloskundige en/of de arts die de baring begeleidt – ook juridisch bestaat hierover geen discussie. Het is een overbodig beroep dat voor mij valt onder het hoofdstuk kwakzalverij. Maar de beroepsvereniging van verloskundigen KNOV heeft hierover helaas geen helder standpunt.