Reportage

Een woning huren van jezelf

Wooncoöperatie Een duurzaam wooncomplex bouwen en aan jezelf verhuren: de leden van coöperatie De Torteltuin zien het al voor zich.

Het appartementencomplex bestaat voor een groot deel uit hout. Bovenop het dak staan kassen met groente en fruit. De buitenmuren worden bedekt door planten, waarvan er ook veel op de grote balkons staan. In de binnentuin kakelen kippen.

Voorlopig is dit alleen nog fantasie. Jelle Don (30), Tobias Servaas (26), en Dieuwke Papma (24) kijken naar een berg stenen met een hek eromheen op Centrumeiland, een deel van de Amsterdamse wijk IJburg. Op deze kavel staat over een paar jaar, hopen ze, het appartementencomplex dat ze met hun wooncoöperatie De Torteltuin willen bouwen. „Ik zie het helemaal voor me”, glimlacht Papma.

De gemeente Amsterdam stelt deze bouwkavel speciaal beschikbaar voor een wooncoöperatie. De bewoners wonen gemeenschappelijk en zijn hun eigen huurbaas. De coöperatieleden bouwen woningen (of kopen deze van bijvoorbeeld een woningcorporatie) en verhuren ze vervolgens aan zichzelf. De huren moeten op die manier betaalbaar blijven, maximaal 1.000 euro per maand. Een sociale huurwoning kost nu maximaal zo’n 737 euro per maand.

Amsterdam ziet de wooncoöperatie als een van de oplossingen voor het tekort aan betaalbare woningen in de stad. De komende jaren geeft de gemeente stapsgewijs kavels uit voor deze vorm van wonen, staat in de laatste versie van hetActieplan Wooncoöperaties uit mei van dit jaar.

Ook is 50 miljoen euro beschikbaar om te lenen aan coöperaties (voor de eerste vijftien tot twintig bouwprojecten) en probeert de gemeente belemmeringen in de regelgeving weg te nemen. Het streven is dat binnen vijfentwintig jaar 10 procent van alle Amsterdamse woningen tot een wooncoöperatie behoort.

In Den Haag kopen huurders hun eigen straat en vormen een wooncoöperatie

Fulltime werken voor de huur

Don, Servaas en Papma willen daar graag bijhoren, al moeten de leden van hun wooncoöperatie nog met de locatie instemmen. „Als mijn tijdelijke huurcontract over vijf jaar afloopt, wil ik wel in Amsterdam blijven wonen, maar niet minstens 1.500 euro per maand betalen voor een appartement van zeventig vierkante meter”, zegt Dieuwke Papma, masterstudent documentaire en fictie. „Dan moet ik vijf dagen per week werken om de huur op te brengen.” Liever maakt Papma ook tijd vrij voor „bezinning”. Die is belangrijk, om na te denken over maatschappelijke vraagstukken als klimaatverandering en migratie, zegt ze. Een sociale huurwoning was geen alternatief, omdat Papma niet lang genoeg op de wachtlijst staat.

Dat geldt voor veel jonge leden van wooncoöperaties, zegt Clemens Mol, adviseur bij !Woon, een stichting die advies en hulp biedt aan huurders en woningeigenaren in Amsterdam en omgeving. Mol adviseerde de gemeente over het actieplan.

„Als tien jaar op een wachtlijst staan voor een sociale huurwoning van een woningcorporatie je perspectief is, dan wordt het idee van drie of vier jaar aan een woondroom werken aantrekkelijker. Bovendien is zo’n project ook een mooi leerproces, waar je later in je leven nog veel aan kunt hebben.”

Dat laatste beaamt Papma. „Je leert over van alles: gemeentelijk beleid, financiën, sociale projecten en ga zo maar door. Ik heb bijvoorbeeld geleerd hoe een bouwbegroting in elkaar steekt, maar ook hoe je een website bouwt.”

„Ik voel de ruimte om fouten te maken”, zegt Tobias Servaas, filosofiedocent op een middelbare school. „Er is niemand die je gek aankijkt als je iets niet meteen goed doet.

Zo kreeg de gemeente aan het begin van ons project heel veel mailtjes van De Torteltuin, omdat we per werkgroep mailden.” De Torteltuin is opgedeeld in werkgroepen, die elk een deel van de projectontwikkeling op zich nemen. „Een ambtenaar gaf vriendelijk aan dat dat niet zo handig was, dus nu werken we meer gecentraliseerd en krijgt de gemeente maar eens in de zoveel tijd een mail van ons.”

„En je kunt ook gewoon een beetje experimenteren”, zegt Papma. „We kunnen bijvoorbeeld best een paar keer terug naar dezelfde bank om een lening proberen te krijgen, telkens met een andere tactiek.”

Als de gemeente De Torteltuin een kavel toewijst, kunnen de leden 20 procent daarvan lenen bij de gemeente. 70 procent hopen ze te kunnen lenen bij een bank, 10 procent willen ze ophalen met fondsenwerving of investeerders. Ze verwachten dat hun project 8 miljoen euro kost.

Lees ook hoe ouderen samen wonen in een wooncoöperatie

Moestuin en weggeefwinkel

Begin dit jaar stuurden de initiatiefnemers van De Torteltuin hun netwerk een mail met een oproep om mee te doen. Inmiddels heeft De Torteltuin vijfentwintig leden. Ze denken niet alleen na over de bouw en financiën, maar ook over hoe je prettig samenleeft als gemeenschap en over groene duurzaamheid.

Jelle Don, promovendus in de cryptografie, fantaseert over zijn ideale woongemeenschap. „Een gezamenlijke moestuin, met z’n allen een weggeefwinkel beheren, samen een wekelijkse buurthap organiseren.”

Dat ‘samen’ is voor Don één van de redenen om in een wooncoöperatie te willen wonen. „Ik ben dan wel vrijgezel, maar dat betekent niet dat ik alleen wil wonen”, zegt hij. „Ik heb juist een grote behoefte om gemeenschappelijk te leven en vind het ook heel gaaf om met een groep ergens naartoe te werken.”

De combinatie van een relatief lage huurprijs – De Torteltuin streeft naar rond de 700 euro per maand voor een eenpersoonsappartement en 1.000 euro voor een eensgezinswoning – en collectief wonen is voor Don, Servaas en Papma niet de belangrijkste drijfveer voor het ontwikkelen van De Torteltuin. Hun voornaamste beweegreden is van politieke aard.

„Ik vind het belangrijk dat de woningmarkt gezonder wordt”, zegt Servaas. „Die creëert nu wereldwijd zó veel ongelijkheid”, licht Papma toe. „Een kleine groep mensen maakt grote winst op de woningen van andere mensen. En dat terwijl een woning is als je brood.”

Don: „Een woning is letterlijk een mensenrecht.”

Niet voor iedereen

De drie Torteltuinleden steken een hoop tijd en energie in hun idealisme. Het ontwikkelen van de wooncoöperatie is ingewikkeld, zelfs nu de gemeente een aantal knelpunten heeft weggenomen, zoals het vinden van een geschikte locatie. Afhankelijk van de grootte van de kavel hopen de Torteltuinleden vijftig woningen te bouwen. Ze weten nog niet precies hoe ze de woningen gaan verdelen, maar ze denken aan een wachtlijst.

Een selectieprocedure moet duidelijk maken of potentiële huurders dezelfde waarden delen en tijd en energie hebben om in de gemeenschap te steken.

Het realiseren van een wooncoöperatie is niet voor iedereen weggelegd, denkt adviseur Clemens Mol. „Je begint met een project waarvan je niet weet hoe groot het wordt, waar het komt te staan, hoeveel het gaat kosten en wanneer het klaar is”, zegt hij. „Sommige mensen hebben er plezier in om dat concreet te maken, terwijl die onzekerheid voor andere mensen heel bedreigend voelt. Bovendien is het ontwikkelen van vastgoed nogal een uitdaging en daar zal niet iedereen zin in en tijd voor hebben.”

Bij de oprichting van De Torteltuin had Servaas onderschat hoeveel werk het zou zijn om een wooncoöperatie op te richten. „Je weet echt niet waar je aan begint”, zegt hij. „Je moet over zoveel dingen nadenken. Zo willen we met hout bouwen, maar hout isoleert geluid minder goed dan steen. Daarom moeten we extra aandacht besteden aan geluidsisolatie. Die geluidsisolatie willen we alleen wel op een duurzame manier regelen, wat weer extra denkwerk kost.”

„Maar het is ook een heel leuk project”, zegt Papma, die afgelopen halfjaar zo’n twintig uur per week met De Torteltuin bezig was. (Don: „Maar niet ieder lid besteedt er zoveel uur aan hoor.”)

Servaas: „Ja, het is fijn om met een leuke groep mensen energie, tijd, aandacht en liefde te steken in een gezamenlijk doel dat nog heel abstract is.”

Don, Servaas en Papma zien De Torteltuin niet als een eindstation. Naast het organiseren van sociale projecten in en rondom De Torteltuin, willen ze de ervaring die ze nu opdoen, gaan gebruiken om andere wooncoöperaties op weg te helpen. Servaas: „Je moet dan ook een beetje gek zijn om aan dit project te beginnen. En heel veel voorstellingsvermogen hebben.”