Opinie

Allemaal op zoek naar een geschikte vijand

Tom-Jan Meeus

Twee langere golfbewegingen beïnvloeden het politieke krachtenveld. Er is de behoefte, versterkt door corona, aan een steviger overheidsoptreden. En er is het groeiende verlangen naar vijandigheid tussen partijen, vaak aangezet door nieuwelingen.

De PvdD (sinds 2006 in de Kamer) komt op voor de dieren en de planeet, maar gaat ook graag het conflict aan met het CDA. Denk (sinds 2017) is tegen ‘verruwing en verharding’ maar zoekt gretig de confrontatie met de PVV. FVD (idem) wil meer directe democratie, maar benadrukt voortdurend zijn afkeer van ‘het partijkartel’. Zo fragmentariseert en tribaliseert het bestel.

Toeval is dit niet. Vijandigheid is electoraal profijtelijk: het versterkt het eigen profiel en doet het goed op sociale media, die afkeer van anderen belonen met aandacht. Ook middenpartijen zijn daarom vijanden gaan zoeken. Onder Pechtold zette D66 in op Wilders en nu is Baudet de geliefde vijand. Zelfs het CDA, de meest karakteristieke middenpartij, heeft er sinds kort eentje: ‘het neoliberalisme’. Een van de meest geliefde vijanden. Hugo de Jonge vatte dit laatst samen met ‘doorgeschoten marktdenken’. Hij en andere CDA’ers doelen natuurlijk op de VVD, maar noemen de partij niet. Logisch. Probeer maar eens een landelijke VVD’er te vinden die zich ‘neoliberaal’ noemt. Of zoek naar een moment in de laatste decennia waarin de VVD ‘het neoliberalisme’ expliciet omarmde. Dus ik hou er rekening mee dat het CDA een fantoomvijand heeft aangewezen. Maar ik kan me vergissen natuurlijk.

Laatst schreven twee wetenschappers in NRC dat je bij neoliberalisme niet moet denken in partijen, maar in tijdvakken: de periode ’45-’80 was keynesiaans, de periode ’80-heden is neoliberaal. De overheid begon met „privatisering” en „liberalisering” en voerde in de publieke sector „marktprikkels” in.

Dit klopt - maar het is ook een versimpeling. Zo was een van de politici die als eerste terugdringing van privatiseringen uit de jaren tachtig bepleitte in 1994 een VVD’er: toenmalig vicepremier Hans Dijkstal. Hij wilde deze „modetrend” stoppen, al lukte dit zeker niet helemaal. Maar in het neoliberale tijdperk paste hij zelfs in de jaren negentig al niet meer.

En dan: dat marktdenken, hoe nadelig vaak ook, kwam in de jaren tachtig wel ergens vandaan. Zoals oud-PvdA-Kamerlid Ed Groot laatst in het FD schreef: na de keynesiaanse decennia was de publieke dienstverlening belabberd, hadden we bijna een miljoen arbeidsongeschikten en een jeugdwerkloosheid van 27 procent. „Dat de neoliberale wind opstak had dus zo zijn redenen.”

Misschien een puntje om te onthouden nu zovelen opnieuw uitkijken naar een sturende en omvangrijke overheid.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft elke dinsdag op deze plek een column.